1. Een vennootschap onder firma kan door de NIWO worden beschouwd als vervoerder in de zin van
artikel 1.1 Wet wegvervoer goederen, indien de vennootschap onder firma aantoont dat er voor rekening en risico van de vennootschap beroepsvervoer wordt verricht.
2. Wijzigingen in het vennootschapsbestand moeten onverwijld aan de NIWO worden doorgegeven.
3. Bij uittreden of overlijden van een vennoot blijft de NIWO de vennootschap onder firma als vervoerder in de zin van
artikel 1.1 Wet wegvervoer goederen aanmerken, indien:
a. een vennootschapsakte wordt overgelegd, waarin een voortzettingsbeding is opgenomen, en
b. aangetoond wordt dat aan de eis van financiële draagkracht wordt voldaan.
4. Bij het ontbreken van de in lid 3 onder a bedoelde vennootschapsakte, wordt verondersteld dat de vennootschap onder firma is ontbonden. In dat geval vervalt de binnenlandse of communautaire vergunning van rechtswege.
5. Indien de vennootschap onder firma door het uittreden of overlijden van één of meer vennoten nog uit slechts één (rechts)persoon bestaat waardoor deze van rechtswege ophoudt te bestaan en de overgebleven (rechts)persoon de vervoersactiviteiten van de voormalige vennootschap onder firma wenst voort te zetten, moet een nieuwe aanvraag voor verlening van een communautaire vergunning worden ingediend.
6. Bij toetreding van een vennoot tot de vennootschap onder firma moet een nieuwe verklaring omtrent het gedrag voor rechtspersonen, als bedoeld in artikel 3 lid 2 van onderhavige regeling, worden overgelegd.
7. In afwijking van het vorige lid moet een verklaring omtrent het gedrag natuurlijke personen worden overgelegd indien er enkel sprake is van het toetreden van een vervoersmanager.