BWBR0035836
Geldig vanaf 01-01-2015
Artikel 4
Beleidsregel vergunningverlening van de NIWO
1. De vervoerder dient ter voldoening aan de eis van financiële draagkracht te beschikken over kapitaal en reserves van € 9.000,– wanneer slechts één vrachtauto wordt gebruikt en € 5.000,– voor iedere volgende vrachtauto.
2. Bij een aanvraag voor verlening en verlenging van een communautaire vergunning wordt als kapitaal en reserves aangemerkt het beschikbaar risicodragend vermogen, bestaande uit het eigen vermogen eventueel aangevuld met een achtergestelde lening of een bankgarantie.
3. De vervoerder toont zijn financiële draagkracht aan door overlegging van een (openings)balans, een tussentijdse balans of de jaarcijfers, voorzien van een vermogensopstelling indien het eigen vermogen onvoldoende is.
4. De in het derde lid bedoelde financiële stukken dienen voorzien te zijn van een verklaring, inhoudende dat de waardering van het beschikbare risicodragend vermogen is geschied volgens normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd en dat dit vermogen voldoet aan de in lid 1 gestelde eisen.
5. De NIWO kan ter onderbouwing van de in lid 4 bedoelde verklaring achterliggende stukken eisen.
6. De NIWO zal in geval er sprake is van een achtergestelde lening de overlegging van een afschrift van de achterliggende leningsovereenkomst tot achterstelling eisen. In deze leningsovereenkomst dienen in ieder geval de volgende elementen te zijn opgenomen:
a. NAW-gegevens van de geldnemer en de geldgever;
b. bedrag waarover de geldlening is aangegaan;
c. wijze van (eventueel vervroegde) aflossing;
d. rentevergoeding;
e. termijn waarvoor de lening is aangegaan;
f. geldlening ten aanzien van alle bestaande en toekomstige crediteuren is achtergesteld.
7. De in lid 4 bedoelde verklaring kan worden afgegeven door een accountant of deskundige aangesloten bij:
a. Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA),
b. Nederlandse Orde van Administratie- en Belastingdeskundigen (NOAB), of
c. Register Belastingadviseurs (waartoe het College Belastingadviseurs en de Nederlandse Federatie Belastingadviseurs behoren).
8. De NIWO kan gedurende de looptijd van een communautaire vergunning op elk door de NIWO te bepalen moment van een vervoerder verlangen zijn financiële draagkracht aan te tonen.
9. De vervoerder zal zijn financiële draagkracht opnieuw moeten aantonen indien:
a. sprake is van een substantiële uitbreiding van het aantal vergunningbewijzen ten opzichte van het reeds in bezit zijnde aantal vergunningbewijzen;
b. een onderzoek van de NIWO of een onderzoek van de Inspectie Leefomgeving en Transport van het ministerie van Infrastructuur en Milieu daartoe aanleiding geeft.
10. Indien de NIWO vaststelt dat niet langer aan de eis van financiële draagkracht wordt voldaan, kan er op verzoek van de aanvrager een maximale termijn van zes maanden worden verleend om wederom te voldoen aan de eis van financiële draagkracht, mits de vervoerder aan de hand van bewijsstukken (waaronder in ieder geval een financiële prognose opgesteld door een accountant) voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij binnen deze termijn voldoet aan de eis van financiële draagkracht.
11. De in lid 10 bedoelde termijn vangt aan met ingang van de dag na die waarop de NIWO heeft vastgesteld dat niet langer aan de eis van financiële draagkracht wordt voldaan.
12. Indien de in lid 10 bedoelde termijn wordt verleend en de communautaire vergunning expireert binnen deze periode, wordt een communautaire vergunning geacht te zijn verlengd voor die termijn en stelt de NIWO de aanvrager in het bezit van gewaarmerkte, tijdelijke afschriften.
2. Bij een aanvraag voor verlening en verlenging van een communautaire vergunning wordt als kapitaal en reserves aangemerkt het beschikbaar risicodragend vermogen, bestaande uit het eigen vermogen eventueel aangevuld met een achtergestelde lening of een bankgarantie.
3. De vervoerder toont zijn financiële draagkracht aan door overlegging van een (openings)balans, een tussentijdse balans of de jaarcijfers, voorzien van een vermogensopstelling indien het eigen vermogen onvoldoende is.
4. De in het derde lid bedoelde financiële stukken dienen voorzien te zijn van een verklaring, inhoudende dat de waardering van het beschikbare risicodragend vermogen is geschied volgens normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd en dat dit vermogen voldoet aan de in lid 1 gestelde eisen.
5. De NIWO kan ter onderbouwing van de in lid 4 bedoelde verklaring achterliggende stukken eisen.
6. De NIWO zal in geval er sprake is van een achtergestelde lening de overlegging van een afschrift van de achterliggende leningsovereenkomst tot achterstelling eisen. In deze leningsovereenkomst dienen in ieder geval de volgende elementen te zijn opgenomen:
a. NAW-gegevens van de geldnemer en de geldgever;
b. bedrag waarover de geldlening is aangegaan;
c. wijze van (eventueel vervroegde) aflossing;
d. rentevergoeding;
e. termijn waarvoor de lening is aangegaan;
f. geldlening ten aanzien van alle bestaande en toekomstige crediteuren is achtergesteld.
7. De in lid 4 bedoelde verklaring kan worden afgegeven door een accountant of deskundige aangesloten bij:
a. Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA),
b. Nederlandse Orde van Administratie- en Belastingdeskundigen (NOAB), of
c. Register Belastingadviseurs (waartoe het College Belastingadviseurs en de Nederlandse Federatie Belastingadviseurs behoren).
8. De NIWO kan gedurende de looptijd van een communautaire vergunning op elk door de NIWO te bepalen moment van een vervoerder verlangen zijn financiële draagkracht aan te tonen.
9. De vervoerder zal zijn financiële draagkracht opnieuw moeten aantonen indien:
a. sprake is van een substantiële uitbreiding van het aantal vergunningbewijzen ten opzichte van het reeds in bezit zijnde aantal vergunningbewijzen;
b. een onderzoek van de NIWO of een onderzoek van de Inspectie Leefomgeving en Transport van het ministerie van Infrastructuur en Milieu daartoe aanleiding geeft.
10. Indien de NIWO vaststelt dat niet langer aan de eis van financiële draagkracht wordt voldaan, kan er op verzoek van de aanvrager een maximale termijn van zes maanden worden verleend om wederom te voldoen aan de eis van financiële draagkracht, mits de vervoerder aan de hand van bewijsstukken (waaronder in ieder geval een financiële prognose opgesteld door een accountant) voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij binnen deze termijn voldoet aan de eis van financiële draagkracht.
11. De in lid 10 bedoelde termijn vangt aan met ingang van de dag na die waarop de NIWO heeft vastgesteld dat niet langer aan de eis van financiële draagkracht wordt voldaan.
12. Indien de in lid 10 bedoelde termijn wordt verleend en de communautaire vergunning expireert binnen deze periode, wordt een communautaire vergunning geacht te zijn verlengd voor die termijn en stelt de NIWO de aanvrager in het bezit van gewaarmerkte, tijdelijke afschriften.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0035836
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl