BWBR0035708
Geldig vanaf 2015-01-01
Artikel 27
Regeling paardensperma 2015
1. De eigenaar of de exploitant van een paardenspermawincentrum dan wel diens vertegenwoordiger laat ieder jaar voorafgaande aan het dekseizoen van elke hengst op het spermawincentrum monsters nemen van het geslachtsapparaat. Deze monsters worden onderzocht op CEM en EVA. De wijze van monstername en onderzoek vindt plaats overeenkomstig de gedragslijn vastgelegd in bijlage 1.
2. Indien op het paardenspermawincentrum gebruik wordt gemaakt van een bokmerrie laat de eigenaar of de exploitant van een paardenspermawincentrum dan wel diens vertegenwoordiger ieder jaar, ten minste dertig dagen voorafgaande aan het dekseizoen van elke bokmerrie op het paardenspermawincentrum een monster nemen. Dit monster wordt onderzocht op CEM en EVA. De wijze van monstername en onderzoek vindt plaats overeenkomstig de gedragslijn in bijlage 1.
3. De monsters worden onderzocht door een conform de Regeling erkenning en aanwijzing veterinaire laboratoriaerkend laboratorium dan wel een aan een erkend laboratorium gelijkgesteld laboratorium.
4. Indien het CEM-onderzoek positief uitvalt, wordt de betrokken hengst dan wel bokmerrie afgezonderd of verwijderd van het centrum en mag het sinds de laatste negatieve test gewonnen sperma dan wel diepvriessperma niet in de handel worden gebracht. Dit geldt ook voor het, sinds de datum waarop de positieve test werd uitgevoerd, gewonnen sperma van de andere voor deze ziekte vatbare dieren die op het paardenspermawincentrum verblijven. Het sperma mag pas weer in het handelsverkeer worden gebracht wanneer de gezondheidsstatus van het paardenspermawincentrum is hersteld. De procedure na een positieve testuitslag vindt plaats overeenkomstig de gedragslijn vastgelegd in bijlage 1.
5. Indien het EVA-onderzoek van de betrokken hengst positief uitvalt, is het vierde lid van overeenkomstige toepassing.
6. Indien het EVA-onderzoek van de betrokken bokmerrie negatief uitvalt, wordt de betrokken bokmerrie van het wincentrum verwijderd.
2. Indien op het paardenspermawincentrum gebruik wordt gemaakt van een bokmerrie laat de eigenaar of de exploitant van een paardenspermawincentrum dan wel diens vertegenwoordiger ieder jaar, ten minste dertig dagen voorafgaande aan het dekseizoen van elke bokmerrie op het paardenspermawincentrum een monster nemen. Dit monster wordt onderzocht op CEM en EVA. De wijze van monstername en onderzoek vindt plaats overeenkomstig de gedragslijn in bijlage 1.
3. De monsters worden onderzocht door een conform de Regeling erkenning en aanwijzing veterinaire laboratoriaerkend laboratorium dan wel een aan een erkend laboratorium gelijkgesteld laboratorium.
4. Indien het CEM-onderzoek positief uitvalt, wordt de betrokken hengst dan wel bokmerrie afgezonderd of verwijderd van het centrum en mag het sinds de laatste negatieve test gewonnen sperma dan wel diepvriessperma niet in de handel worden gebracht. Dit geldt ook voor het, sinds de datum waarop de positieve test werd uitgevoerd, gewonnen sperma van de andere voor deze ziekte vatbare dieren die op het paardenspermawincentrum verblijven. Het sperma mag pas weer in het handelsverkeer worden gebracht wanneer de gezondheidsstatus van het paardenspermawincentrum is hersteld. De procedure na een positieve testuitslag vindt plaats overeenkomstig de gedragslijn vastgelegd in bijlage 1.
5. Indien het EVA-onderzoek van de betrokken hengst positief uitvalt, is het vierde lid van overeenkomstige toepassing.
6. Indien het EVA-onderzoek van de betrokken bokmerrie negatief uitvalt, wordt de betrokken bokmerrie van het wincentrum verwijderd.