BWBR0035708
Geldig vanaf 2015-01-01
Artikel 24
Regeling paardensperma 2015
1. Op het paardenspermawincentrum is een ruimte voor de behandeling van sperma met een voorziening voor de verwerking en opslag van het sperma aanwezig. Deze ruimte bevindt zich separaat van de winruimte.
2. De eigenaar of de exploitant van een paardenspermawincentrum dan wel diens vertegenwoordiger ziet erop toe dat het behandelen en opslaan van sperma alleen geschiedt in de daarvoor bestemde ruimte.
3. De eigenaar of de exploitant van een paardenspermawincentrum dan wel diens vertegenwoordiger zorgt ervoor dat op elke dosis sperma een onuitwisbare identificatie wordt aangebracht, die de volgende gegevens bevat:
a. de lidstaat van oorsprong;
b. het identificatienummer van het betrokken sperma, dat tenminste de postcode en het huisnummer van het paardenspermawincentrum bevat;
c. de datum waarop het sperma is verkregen;
d. de identiteit van de hengst waarvan het sperma is gewonnen, en
e. een codering dat het sperma enkel voor de nationale markt bestemd is.
4. Het is de eigenaar of de exploitant van een paardenspermawincentrum dan wel diens vertegenwoordiger uitsluitend toegestaan paardensperma voorhanden te hebben, in voorraad te hebben, te bewaren, op te slaan, te gebruiken, te ontvangen of af te leveren indien op de verpakking van iedere dosis sperma onuitwisbaar de in het derde lid genoemde gegevens zijn vermeld.
5. De eigenaar of de exploitant van een paardenspermawincentrum dan wel diens vertegenwoordiger ziet erop toe dat de producten van dierlijke oorsprong die bij de behandeling van sperma worden gebruikt, zoals verdunningsmiddelen, additieven of aanlengmiddelen, geen gevaar voor de gezondheid van de dieren opleveren of voor gebruik zo zijn behandeld dat zij geen gevaar meer kunnen opleveren.
6. Sperma moet worden bewaard in steriele inseminatiedoses, die:
a. voorzien zijn van een identificatie als bedoeld in het derde lid;
b. alleen sperma bevatten dat van eenzelfde hengst afkomstig is, en
c. onmiddellijk na het vullen worden afgesloten.
2. De eigenaar of de exploitant van een paardenspermawincentrum dan wel diens vertegenwoordiger ziet erop toe dat het behandelen en opslaan van sperma alleen geschiedt in de daarvoor bestemde ruimte.
3. De eigenaar of de exploitant van een paardenspermawincentrum dan wel diens vertegenwoordiger zorgt ervoor dat op elke dosis sperma een onuitwisbare identificatie wordt aangebracht, die de volgende gegevens bevat:
a. de lidstaat van oorsprong;
b. het identificatienummer van het betrokken sperma, dat tenminste de postcode en het huisnummer van het paardenspermawincentrum bevat;
c. de datum waarop het sperma is verkregen;
d. de identiteit van de hengst waarvan het sperma is gewonnen, en
e. een codering dat het sperma enkel voor de nationale markt bestemd is.
4. Het is de eigenaar of de exploitant van een paardenspermawincentrum dan wel diens vertegenwoordiger uitsluitend toegestaan paardensperma voorhanden te hebben, in voorraad te hebben, te bewaren, op te slaan, te gebruiken, te ontvangen of af te leveren indien op de verpakking van iedere dosis sperma onuitwisbaar de in het derde lid genoemde gegevens zijn vermeld.
5. De eigenaar of de exploitant van een paardenspermawincentrum dan wel diens vertegenwoordiger ziet erop toe dat de producten van dierlijke oorsprong die bij de behandeling van sperma worden gebruikt, zoals verdunningsmiddelen, additieven of aanlengmiddelen, geen gevaar voor de gezondheid van de dieren opleveren of voor gebruik zo zijn behandeld dat zij geen gevaar meer kunnen opleveren.
6. Sperma moet worden bewaard in steriele inseminatiedoses, die:
a. voorzien zijn van een identificatie als bedoeld in het derde lid;
b. alleen sperma bevatten dat van eenzelfde hengst afkomstig is, en
c. onmiddellijk na het vullen worden afgesloten.