BWBR0035608
Geldig vanaf 2014-12-12
Artikel 7
Regeling fonds energiebesparing huursector
1. Een aanvraag tot verlening van subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van een door de minister elektronisch beschikbaar gesteld formulier.
2. Een aanvraag heeft betrekking op één project. Een verhuurder kan, onverminderd artikel 5, tweede lid, meerdere aanvragen indienen.
3. Indien een woning deel uitmaakt van een project waarvoor subsidie is aangevraagd, kan die woning niet tevens deel uitmaken van een ander project waarvoor subsidie op grond van deze regeling is verleend.
4. In afwijking van artikel 11, derde lid, van het Kaderbesluitbevat de aanvraag in ieder geval de volgende gegevens, verklaringen en bescheiden:
a. het aantal woningen dat deel uitmaakt van het project, alsmede het adres, de postcode en het huisnummer en toevoeging van elk van die woningen;
b. per woning die deel uitmaakt van het project de bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland geregistreerde energie-index, waarvan de opnamedatum niet meer dan zes maanden ligt voor de datum van de aanvraag tot subsidieverlening;
c. per woning die deel uitmaakt van het project de opnamedatum van de energie-index;
d. een verklaring waaruit blijkt dat iedere woning die deel uitmaakt van het project een woning is als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, en in de vierentwintig maanden voor de datum van indiening van de subsidieaanvraag gedurende ten minste drie maanden als woning is verhuurd;
e. indien de verhuurder een woningcorporatie is, een verklaring waaruit blijkt dat alle woningen die deel uitmaken van het project woningen zijn onder de maximale huurgrens dan wel woningen boven de maximale huurgrens;
f. per woning de met de subsidie in ieder geval te realiseren energie-index;
g. de hoogte van de gevraagde subsidie;
h. een opgave van de geraamde totale investeringskosten van het project en een opgave van de geraamde kosten die verbonden zijn aan de verbetering van de energieprestatie van de woningen die deel uitmaken van het project; de opgegeven kosten zijn gebaseerd op een gespecificeerde begroting, die door de minister kan worden opgevraagd;
i. een verklaring waaruit blijkt dat de verhuurder een woningcorporatie is of een andere verhuurder;
j. een verklaring waaruit blijkt dat geen van de woningen die deel uitmaken van het project reeds deel uitmaken van een ander project waarvoor subsidie is aangevraagd op grond van deze regeling;
k. indien de verhuurder geen woningcorporatie is of indien de verhuurder een woningcorporatie is en haar aanvraag betrekking heeft op woningen boven de maximale huurgrens, een verklaring dat niet meer subsidie die ingevolge artikel 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie als staatssteun is aan te merken wordt aangevraagd dan op basis van de algemene groepsvrijstellingsverordening ten hoogste kan worden verstrekt;
l. Indien de verhuurder een woningcorporatie is en haar aanvraag betrekking heeft op woningen boven de maximale huurgrens, of indien de verhuurder geen woningcorporatie is, bevat de aanvraag voorts een verklaring, waaruit blijkt dat de verhuurder al dan niet een grote onderneming is als bedoeld in de algemene groepsvrijstellingsverordening.
m. indien van toepassing, het L-nummer van de aanvrager;
n. het inschrijfnummer van de aanvrager bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken;
o. het bankrekeningnummer dat op naam staat van de verhuurder en waarnaar het subsidiebedrag dient te worden overgemaakt; en
p. een schriftelijke bevestiging van de directeur of het bestuur van de rechtspersoon die de subsidie aanvraagt dat de energie-index van elke woning die deel uitmaakt van het project ten behoeve waarvan subsidie wordt aangevraagd, is vastgesteld volgens de voorschriften, bedoeld in BRL 9500, deel 01, die betrekking hebben op de bezichtiging en opname van woningen;
q. voor elke woning die deel uitmaakt van het project ten behoeve waarvan subsidie wordt aangevraagd, een verklaring dat de aanvrager beschikt over een door een EPA-opnemer of EPA-adviseur ingevuld en ondertekend opnameformulier, waaruit blijkt dat de opnamedatum overeenkomt met de in de aanvraag vermelde opnamedatum, dan wel over andere bewijsstukken waaruit zulks blijkt; en
r. een overzicht van de voorgenomen energiebesparende voorzieningen aan de woningen die onderdeel uitmaken van het project waarvoor subsidie wordt aangevraagd.
5. Indien de aanvraag is gedaan door of namens een andere verhuurder dan een woningcorporatie kan de minister de aanvrager verzoeken om informatie te verstrekken over de financiële positie van de verhuurder.
6. Indien de aanvrager geen woningcorporatie is of indien de aanvrager een woningcorporatie is en haar aanvraag betrekking heeft op woningen boven de maximale huurgrens, kan de minister de aanvrager verzoeken om informatie te verstrekken over de bekostiging van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd.
7. Voor zover met betrekking tot de woningen die deel uitmaken van een project ten behoeve waarvan subsidie wordt aangevraagd vóór 6 oktober 2014 tevens subsidie is aangevraagd op grond van de Stimuleringsregeling energieprestatie huursector, kan de aanvraag in plaats van de gegevens, genoemd in het vierde lid, onderdelen b en c, met betrekking tot die woningen de energieklasse bevatten, die is opgenomen in een energieprestatiecertificaat, waarvan de opnamedatum na 1 januari 2014 ligt. In dat geval bevat de aanvraag tevens de opnamedatum die op het energieprestatiecertificaat vermeld staat.
8. Indien voor een woning die deel uitmaakt van een project een energieprestatiecertificaat beschikbaar is waarvan de opnamedatum niet meer dan zes maanden ligt voor de datum van de subsidieaanvraag, kan de aanvraag in plaats van de gegevens, genoemd in het vierde lid, onderdelen b en c, voor die woning de energieklasse bevatten, die is opgenomen in het energieprestatiecertificaat. In dat geval bevat de aanvraag tevens de opnamedatum die op het energieprestatiecertificaat vermeld staat.
9. Voor zover ten aanzien van woningen die deel uitmaken van een project ten behoeve waarvan subsidie wordt aangevraagd door de EPA-opnemer of EPA-adviseur gebruik is gemaakt van representativiteit, ligt de opnamedatum van de referentiewoning niet meer dan zes maanden voor de datum van de aanvraag tot subsidieverlening en bevat de aanvraag in afwijking van het vierde lid, onderdeel q:
a. een verklaring dat de aanvrager voor elke referentiewoning beschikt over een door een EPA-opnemer of EPA-adviseur ingevuld en ondertekend opnameformulier, waaruit blijkt dat de opnamedatum overeenkomt met de in de aanvraag vermelde opnamedatum, dan wel over andere bewijsstukken waaruit zulks blijkt; en
b. een verklaring dat de EPA-opnemer of EPA-adviseur heeft onderbouwd waarom gebruik is gemaakt is van representativiteit.
2. Een aanvraag heeft betrekking op één project. Een verhuurder kan, onverminderd artikel 5, tweede lid, meerdere aanvragen indienen.
3. Indien een woning deel uitmaakt van een project waarvoor subsidie is aangevraagd, kan die woning niet tevens deel uitmaken van een ander project waarvoor subsidie op grond van deze regeling is verleend.
4. In afwijking van artikel 11, derde lid, van het Kaderbesluitbevat de aanvraag in ieder geval de volgende gegevens, verklaringen en bescheiden:
a. het aantal woningen dat deel uitmaakt van het project, alsmede het adres, de postcode en het huisnummer en toevoeging van elk van die woningen;
b. per woning die deel uitmaakt van het project de bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland geregistreerde energie-index, waarvan de opnamedatum niet meer dan zes maanden ligt voor de datum van de aanvraag tot subsidieverlening;
c. per woning die deel uitmaakt van het project de opnamedatum van de energie-index;
d. een verklaring waaruit blijkt dat iedere woning die deel uitmaakt van het project een woning is als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, en in de vierentwintig maanden voor de datum van indiening van de subsidieaanvraag gedurende ten minste drie maanden als woning is verhuurd;
e. indien de verhuurder een woningcorporatie is, een verklaring waaruit blijkt dat alle woningen die deel uitmaken van het project woningen zijn onder de maximale huurgrens dan wel woningen boven de maximale huurgrens;
f. per woning de met de subsidie in ieder geval te realiseren energie-index;
g. de hoogte van de gevraagde subsidie;
h. een opgave van de geraamde totale investeringskosten van het project en een opgave van de geraamde kosten die verbonden zijn aan de verbetering van de energieprestatie van de woningen die deel uitmaken van het project; de opgegeven kosten zijn gebaseerd op een gespecificeerde begroting, die door de minister kan worden opgevraagd;
i. een verklaring waaruit blijkt dat de verhuurder een woningcorporatie is of een andere verhuurder;
j. een verklaring waaruit blijkt dat geen van de woningen die deel uitmaken van het project reeds deel uitmaken van een ander project waarvoor subsidie is aangevraagd op grond van deze regeling;
k. indien de verhuurder geen woningcorporatie is of indien de verhuurder een woningcorporatie is en haar aanvraag betrekking heeft op woningen boven de maximale huurgrens, een verklaring dat niet meer subsidie die ingevolge artikel 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie als staatssteun is aan te merken wordt aangevraagd dan op basis van de algemene groepsvrijstellingsverordening ten hoogste kan worden verstrekt;
l. Indien de verhuurder een woningcorporatie is en haar aanvraag betrekking heeft op woningen boven de maximale huurgrens, of indien de verhuurder geen woningcorporatie is, bevat de aanvraag voorts een verklaring, waaruit blijkt dat de verhuurder al dan niet een grote onderneming is als bedoeld in de algemene groepsvrijstellingsverordening.
m. indien van toepassing, het L-nummer van de aanvrager;
n. het inschrijfnummer van de aanvrager bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken;
o. het bankrekeningnummer dat op naam staat van de verhuurder en waarnaar het subsidiebedrag dient te worden overgemaakt; en
p. een schriftelijke bevestiging van de directeur of het bestuur van de rechtspersoon die de subsidie aanvraagt dat de energie-index van elke woning die deel uitmaakt van het project ten behoeve waarvan subsidie wordt aangevraagd, is vastgesteld volgens de voorschriften, bedoeld in BRL 9500, deel 01, die betrekking hebben op de bezichtiging en opname van woningen;
q. voor elke woning die deel uitmaakt van het project ten behoeve waarvan subsidie wordt aangevraagd, een verklaring dat de aanvrager beschikt over een door een EPA-opnemer of EPA-adviseur ingevuld en ondertekend opnameformulier, waaruit blijkt dat de opnamedatum overeenkomt met de in de aanvraag vermelde opnamedatum, dan wel over andere bewijsstukken waaruit zulks blijkt; en
r. een overzicht van de voorgenomen energiebesparende voorzieningen aan de woningen die onderdeel uitmaken van het project waarvoor subsidie wordt aangevraagd.
5. Indien de aanvraag is gedaan door of namens een andere verhuurder dan een woningcorporatie kan de minister de aanvrager verzoeken om informatie te verstrekken over de financiële positie van de verhuurder.
6. Indien de aanvrager geen woningcorporatie is of indien de aanvrager een woningcorporatie is en haar aanvraag betrekking heeft op woningen boven de maximale huurgrens, kan de minister de aanvrager verzoeken om informatie te verstrekken over de bekostiging van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd.
7. Voor zover met betrekking tot de woningen die deel uitmaken van een project ten behoeve waarvan subsidie wordt aangevraagd vóór 6 oktober 2014 tevens subsidie is aangevraagd op grond van de Stimuleringsregeling energieprestatie huursector, kan de aanvraag in plaats van de gegevens, genoemd in het vierde lid, onderdelen b en c, met betrekking tot die woningen de energieklasse bevatten, die is opgenomen in een energieprestatiecertificaat, waarvan de opnamedatum na 1 januari 2014 ligt. In dat geval bevat de aanvraag tevens de opnamedatum die op het energieprestatiecertificaat vermeld staat.
8. Indien voor een woning die deel uitmaakt van een project een energieprestatiecertificaat beschikbaar is waarvan de opnamedatum niet meer dan zes maanden ligt voor de datum van de subsidieaanvraag, kan de aanvraag in plaats van de gegevens, genoemd in het vierde lid, onderdelen b en c, voor die woning de energieklasse bevatten, die is opgenomen in het energieprestatiecertificaat. In dat geval bevat de aanvraag tevens de opnamedatum die op het energieprestatiecertificaat vermeld staat.
9. Voor zover ten aanzien van woningen die deel uitmaken van een project ten behoeve waarvan subsidie wordt aangevraagd door de EPA-opnemer of EPA-adviseur gebruik is gemaakt van representativiteit, ligt de opnamedatum van de referentiewoning niet meer dan zes maanden voor de datum van de aanvraag tot subsidieverlening en bevat de aanvraag in afwijking van het vierde lid, onderdeel q:
a. een verklaring dat de aanvrager voor elke referentiewoning beschikt over een door een EPA-opnemer of EPA-adviseur ingevuld en ondertekend opnameformulier, waaruit blijkt dat de opnamedatum overeenkomt met de in de aanvraag vermelde opnamedatum, dan wel over andere bewijsstukken waaruit zulks blijkt; en
b. een verklaring dat de EPA-opnemer of EPA-adviseur heeft onderbouwd waarom gebruik is gemaakt is van representativiteit.