BWBR0035608
Geldig vanaf 2014-12-12
Artikel 11
Regeling fonds energiebesparing huursector
1. Indien de subsidieontvanger een woningcorporatie is en de subsidie is verleend ten behoeve van de uitvoering van een project met woningen onder de maximale huurgrens, is hij verplicht:
a. per woning die deel uitmaakt van het project ten behoeve waarvan subsidie is verleend en die ten tijde van de subsidieaanvraag een energie-index had van 1,81 of hoger een energie-index van ten hoogste 0,80 te realiseren; en
b. per woning die deel uitmaakt van het project ten behoeve waarvan subsidie is verleend en die ten tijde van de subsidieaanvraag een energie-index had van 1,41 of hoger, maar ten hoogste 1,80, een energie-index van ten hoogste 0,60 te realiseren.
2. Indien de subsidieontvanger een woningcorporatie is en de subsidie is verleend ten behoeve van de uitvoering van een project met woningen boven de maximale huurgrens, of indien de subsidieontvanger geen woningcorporatie is, is hij verplicht:
a. per woning die deel uitmaakt van het project ten behoeve waarvan subsidie is verleend en die ten tijde van de subsidieaanvraag een energie-index had van 1,81 of hoger een energie-index van ten hoogste 1,20 te realiseren en
b. per woning die deel uitmaakt van het project ten behoeve waarvan subsidie is verleend en die ten tijde van de subsidieaanvraag een energie-index had van 1,41 of hoger, maar ten hoogste 1,80, een energie-index van ten hoogste 0,80 te realiseren
c. per woning die deel uitmaakt van het project ten behoeve waarvan subsidie is verleend en die ten tijde van de subsidieaanvraag een energie-index had van 1,21 of hoger, maar ten hoogste 1,40, een energie-index van ten hoogste 0,60 te realiseren.
3. De subsidieontvanger is verplicht uiterlijk 24 maanden na de datum waarop aan de opschortende voorwaarde, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderscheidenlijk artikel 10, eerste lid, is voldaan per woning die deel uitmaakt van het project ten behoeve waarvan subsidie is verleend een nieuwe energie-index bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland te laten registreren.
a. per woning die deel uitmaakt van het project ten behoeve waarvan subsidie is verleend en die ten tijde van de subsidieaanvraag een energie-index had van 1,81 of hoger een energie-index van ten hoogste 0,80 te realiseren; en
b. per woning die deel uitmaakt van het project ten behoeve waarvan subsidie is verleend en die ten tijde van de subsidieaanvraag een energie-index had van 1,41 of hoger, maar ten hoogste 1,80, een energie-index van ten hoogste 0,60 te realiseren.
2. Indien de subsidieontvanger een woningcorporatie is en de subsidie is verleend ten behoeve van de uitvoering van een project met woningen boven de maximale huurgrens, of indien de subsidieontvanger geen woningcorporatie is, is hij verplicht:
a. per woning die deel uitmaakt van het project ten behoeve waarvan subsidie is verleend en die ten tijde van de subsidieaanvraag een energie-index had van 1,81 of hoger een energie-index van ten hoogste 1,20 te realiseren en
b. per woning die deel uitmaakt van het project ten behoeve waarvan subsidie is verleend en die ten tijde van de subsidieaanvraag een energie-index had van 1,41 of hoger, maar ten hoogste 1,80, een energie-index van ten hoogste 0,80 te realiseren
c. per woning die deel uitmaakt van het project ten behoeve waarvan subsidie is verleend en die ten tijde van de subsidieaanvraag een energie-index had van 1,21 of hoger, maar ten hoogste 1,40, een energie-index van ten hoogste 0,60 te realiseren.
3. De subsidieontvanger is verplicht uiterlijk 24 maanden na de datum waarop aan de opschortende voorwaarde, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderscheidenlijk artikel 10, eerste lid, is voldaan per woning die deel uitmaakt van het project ten behoeve waarvan subsidie is verleend een nieuwe energie-index bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland te laten registreren.