BWBR0035608
Geldig vanaf 2014-12-12
Artikel 11a
Regeling fonds energiebesparing huursector
1. Indien de subsidieontvanger een woningcorporatie is en indien
– hij de subsidie vóór 1 januari 2015 heeft aangevraagd ten behoeve van de uitvoering van een project met woningen onder de maximale huurgrens, of
– hij de subsidie ten behoeve van de uitvoering van een project met woningen onder de maximale huurgrens heeft aangevraagd met toepassing van artikel 7, achtste lid, is hij, in afwijking van artikel 11, eerste lid, verplicht: a. per woning die deel uitmaakt van het project ten behoeve waarvan subsidie is verleend en die ten tijde van de subsidieaanvraag energieklasse D, E, F of G had een energie-index te realiseren van ten hoogste 0,80; en
b. per woning die deel uitmaakt van het project ten behoeve waarvan subsidie is verleend en die ten tijde van de subsidieaanvraag energieklasse C had een energie-index te realiseren van ten hoogste 0,60.
a. per woning die deel uitmaakt van het project ten behoeve waarvan subsidie is verleend en die ten tijde van de subsidieaanvraag energieklasse D, E, F of G had een energie-index te realiseren van ten hoogste 0,80; en
b. per woning die deel uitmaakt van het project ten behoeve waarvan subsidie is verleend en die ten tijde van de subsidieaanvraag energieklasse C had een energie-index te realiseren van ten hoogste 0,60.
2. Indien de subsidieontvanger:
– een woningcorporatie is en hij de subsidie vóór 1 januari 2015 heeft aangevraagd ten behoeve van de uitvoering van een project met woningen boven de maximale huurgrens, of
– een woningcorporatie is en hij de subsidie ten behoeve van de uitvoering van een project met woningen boven de maximale huurgrens heeft aangevraagd met toepassing van artikel 7, achtste lid, of
– geen woningcorporatie is en hij de subsidie heeft aangevraagd vóór 1 januari 2015, of
– geen woningcorporatie is en de subsidie heeft aangevraagd met toepassing van artikel 7, achtste lid, is hij, in afwijking van artikel 11, tweede lid, verplicht: a. per woning die deel uitmaakt van het project ten behoeve waarvan subsidie is verleend en die ten tijde van de subsidieaanvraag energieklasse D, E, F of G had een energie-index te realiseren van ten hoogste 1,20; en
b. per woning die deel uitmaakt van het project ten behoeve waarvan subsidie is verleend en die ten tijde van de subsidieaanvraag energieklasse C had een energie-index te realiseren van ten hoogste 0,80; en
c. per woning die deel uitmaakt van het project ten behoeve waarvan subsidie is verleend en die ten tijde van de subsidieaanvraag energieklasse B had een energie-index te realiseren van ten hoogste 0,60.
a. per woning die deel uitmaakt van het project ten behoeve waarvan subsidie is verleend en die ten tijde van de subsidieaanvraag energieklasse D, E, F of G had een energie-index te realiseren van ten hoogste 1,20; en
b. per woning die deel uitmaakt van het project ten behoeve waarvan subsidie is verleend en die ten tijde van de subsidieaanvraag energieklasse C had een energie-index te realiseren van ten hoogste 0,80; en
c. per woning die deel uitmaakt van het project ten behoeve waarvan subsidie is verleend en die ten tijde van de subsidieaanvraag energieklasse B had een energie-index te realiseren van ten hoogste 0,60.
3. De subsidieontvanger, bedoeld in het eerste en tweede lid, is verplicht uiterlijk 24 maanden na de datum waarop aan de opschortende voorwaarde, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderscheidenlijk artikel 10, eerste lid, is voldaan per woning die deel uitmaakt van het project ten behoeve waarvan subsidie is verleend zorg te dragen voor registratie van een nieuwe energie-index bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.
4. Voor zover subsidie is verleend vóór 1 januari 2015 wordt de beschikking tot subsidieverlening gewijzigd met inachtneming van het eerste tot en met derde lid.
– hij de subsidie vóór 1 januari 2015 heeft aangevraagd ten behoeve van de uitvoering van een project met woningen onder de maximale huurgrens, of
– hij de subsidie ten behoeve van de uitvoering van een project met woningen onder de maximale huurgrens heeft aangevraagd met toepassing van artikel 7, achtste lid, is hij, in afwijking van artikel 11, eerste lid, verplicht: a. per woning die deel uitmaakt van het project ten behoeve waarvan subsidie is verleend en die ten tijde van de subsidieaanvraag energieklasse D, E, F of G had een energie-index te realiseren van ten hoogste 0,80; en
b. per woning die deel uitmaakt van het project ten behoeve waarvan subsidie is verleend en die ten tijde van de subsidieaanvraag energieklasse C had een energie-index te realiseren van ten hoogste 0,60.
a. per woning die deel uitmaakt van het project ten behoeve waarvan subsidie is verleend en die ten tijde van de subsidieaanvraag energieklasse D, E, F of G had een energie-index te realiseren van ten hoogste 0,80; en
b. per woning die deel uitmaakt van het project ten behoeve waarvan subsidie is verleend en die ten tijde van de subsidieaanvraag energieklasse C had een energie-index te realiseren van ten hoogste 0,60.
2. Indien de subsidieontvanger:
– een woningcorporatie is en hij de subsidie vóór 1 januari 2015 heeft aangevraagd ten behoeve van de uitvoering van een project met woningen boven de maximale huurgrens, of
– een woningcorporatie is en hij de subsidie ten behoeve van de uitvoering van een project met woningen boven de maximale huurgrens heeft aangevraagd met toepassing van artikel 7, achtste lid, of
– geen woningcorporatie is en hij de subsidie heeft aangevraagd vóór 1 januari 2015, of
– geen woningcorporatie is en de subsidie heeft aangevraagd met toepassing van artikel 7, achtste lid, is hij, in afwijking van artikel 11, tweede lid, verplicht: a. per woning die deel uitmaakt van het project ten behoeve waarvan subsidie is verleend en die ten tijde van de subsidieaanvraag energieklasse D, E, F of G had een energie-index te realiseren van ten hoogste 1,20; en
b. per woning die deel uitmaakt van het project ten behoeve waarvan subsidie is verleend en die ten tijde van de subsidieaanvraag energieklasse C had een energie-index te realiseren van ten hoogste 0,80; en
c. per woning die deel uitmaakt van het project ten behoeve waarvan subsidie is verleend en die ten tijde van de subsidieaanvraag energieklasse B had een energie-index te realiseren van ten hoogste 0,60.
a. per woning die deel uitmaakt van het project ten behoeve waarvan subsidie is verleend en die ten tijde van de subsidieaanvraag energieklasse D, E, F of G had een energie-index te realiseren van ten hoogste 1,20; en
b. per woning die deel uitmaakt van het project ten behoeve waarvan subsidie is verleend en die ten tijde van de subsidieaanvraag energieklasse C had een energie-index te realiseren van ten hoogste 0,80; en
c. per woning die deel uitmaakt van het project ten behoeve waarvan subsidie is verleend en die ten tijde van de subsidieaanvraag energieklasse B had een energie-index te realiseren van ten hoogste 0,60.
3. De subsidieontvanger, bedoeld in het eerste en tweede lid, is verplicht uiterlijk 24 maanden na de datum waarop aan de opschortende voorwaarde, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderscheidenlijk artikel 10, eerste lid, is voldaan per woning die deel uitmaakt van het project ten behoeve waarvan subsidie is verleend zorg te dragen voor registratie van een nieuwe energie-index bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.
4. Voor zover subsidie is verleend vóór 1 januari 2015 wordt de beschikking tot subsidieverlening gewijzigd met inachtneming van het eerste tot en met derde lid.