BWBR0035608
Geldig vanaf 2014-12-12
Artikel 14
Regeling fonds energiebesparing huursector
1. Indien de verhuurder een woningcorporatie is en hem subsidie is verleend ten behoeve van de uitvoering van een project met woningen onder de maximale huurgrens, dient hij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie niet eerder in dan 22 weken voor afloop van de termijn van 24 maanden, bedoeld in artikel 11, derde lid, en 11a, derde lid.
2. De aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van een door de minister elektronisch beschikbaar gesteld formulier. In afwijking van artikel 24, eerste lid, onder b, van het Kaderbesluithoeft deze aanvraag tot subsidievaststelling niet vergezeld te gaan van een controleverklaring.
3. De aanvraag tot vaststelling van de subsidie bevat in ieder geval:
a. een schriftelijke bevestiging van het bestuur van de rechtspersoon waaraan de subsidie is verleend, dat voor elke woning die deel uitmaakt van het project waarvoor subsidie is verleend en waarvoor een nieuwe energie-index als bedoeld in artikel 11, derde lid, of artikel 11a, derde lid, is geregistreerd, die energie-index is vastgesteld volgens de voorschriften, bedoeld in BRL 9500, deel 01, die betrekking hebben op de bezichtiging en opname van woningen;
b. voor zover ter bepaling van de nieuwe energie-index geen gebruik is gemaakt van representativiteit, een verklaring dat de aanvrager voor elke woning die deel uitmaakt van het project ten behoeve waarvan subsidie is verleend, beschikt over een door een EPA-opnemer of EPA-adviseur ingevuld en ondertekend opnameformulier dan wel over andere bewijsstukken omtrent de bezichtiging en opname van de woning;
c. voor zover ter bepaling van de nieuwe energie-index gebruik is gemaakt van representativiteit, een verklaring dat de aanvrager voor elke referentiewoning beschikt over het door een EPA-opnemer of EPA-adviseur ondertekende opnameformulier of andere bewijsstukken omtrent de bezichtiging en opname van de referentiewoning en dat de EPA-opnemer of EPA-adviseur heeft onderbouwd waarom gebruik is gemaakt van representativiteit; en
d. een overzicht van de energiebesparende voorzieningen die binnen 24 maanden na de datum van de beschikking tot verlening van de subsidie zijn getroffen aan de woningen die deel uitmaken van het project waarvoor subsidie is verleend.
2. De aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van een door de minister elektronisch beschikbaar gesteld formulier. In afwijking van artikel 24, eerste lid, onder b, van het Kaderbesluithoeft deze aanvraag tot subsidievaststelling niet vergezeld te gaan van een controleverklaring.
3. De aanvraag tot vaststelling van de subsidie bevat in ieder geval:
a. een schriftelijke bevestiging van het bestuur van de rechtspersoon waaraan de subsidie is verleend, dat voor elke woning die deel uitmaakt van het project waarvoor subsidie is verleend en waarvoor een nieuwe energie-index als bedoeld in artikel 11, derde lid, of artikel 11a, derde lid, is geregistreerd, die energie-index is vastgesteld volgens de voorschriften, bedoeld in BRL 9500, deel 01, die betrekking hebben op de bezichtiging en opname van woningen;
b. voor zover ter bepaling van de nieuwe energie-index geen gebruik is gemaakt van representativiteit, een verklaring dat de aanvrager voor elke woning die deel uitmaakt van het project ten behoeve waarvan subsidie is verleend, beschikt over een door een EPA-opnemer of EPA-adviseur ingevuld en ondertekend opnameformulier dan wel over andere bewijsstukken omtrent de bezichtiging en opname van de woning;
c. voor zover ter bepaling van de nieuwe energie-index gebruik is gemaakt van representativiteit, een verklaring dat de aanvrager voor elke referentiewoning beschikt over het door een EPA-opnemer of EPA-adviseur ondertekende opnameformulier of andere bewijsstukken omtrent de bezichtiging en opname van de referentiewoning en dat de EPA-opnemer of EPA-adviseur heeft onderbouwd waarom gebruik is gemaakt van representativiteit; en
d. een overzicht van de energiebesparende voorzieningen die binnen 24 maanden na de datum van de beschikking tot verlening van de subsidie zijn getroffen aan de woningen die deel uitmaken van het project waarvoor subsidie is verleend.