BWBR0035291
Geldig vanaf 2014-07-05
Artikel 8
Regeling ter stimulering van activiteiten die een duurzame bijdrage leveren aan het tegengaan van armoede- en schuldenproblematiek
1. Aanvragen die buiten de aanvraagtijdvakken, bedoeld in artikel 4, eerste lid, zijn ontvangen worden niet in behandeling genomen.
2. De aanvraag bedraagt per project ten minste € 125.000,– en maximaal € 350.000,– waarbij per aanvrager maximaal € 350.000,– per aanvraagtijdvak kan worden aangevraagd.
3. De subsidieaanvraag wordt gedaan middels een door de minister verstrekt aanvraagformulier.
4. Bij de aanvraag wordt een projectplan overgelegd waarin de aanvrager aangeeft:
a. aan de hand van een begroting voor welke subsidiabele activiteiten een subsidie wordt gevraagd, waarbij de in de begroting gehanteerde tarieven worden getoetst aan de ‘Handleiding overheidstarieven’;
b. op welke wijze de subsidiabele activiteiten een duurzame bijdrage van landelijke betekenis leveren aan het tegengaan van armoede- en schuldenproblematiek in het algemeen en aan de in artikel 11, eerste lid, genoemde prioriteiten, dan wel de in artikel 11, tweede lid, genoemde groepen in het bijzonder;
c. op welke wijze de subsidiabele activiteiten van toegevoegde waarde zijn;
d. op welke wijze gemeenten en andere relevante partijen zijn betrokken;
e. waarom subsidiëring vanuit de rijksoverheid noodzakelijk is; en
f. wat de planning van het project is.
5. Door het indienen van een aanvraag stemt de aanvrager er mee in dat het subsidiedossier met uitzondering van persoonsgegevens openbaar wordt gemaakt.
2. De aanvraag bedraagt per project ten minste € 125.000,– en maximaal € 350.000,– waarbij per aanvrager maximaal € 350.000,– per aanvraagtijdvak kan worden aangevraagd.
3. De subsidieaanvraag wordt gedaan middels een door de minister verstrekt aanvraagformulier.
4. Bij de aanvraag wordt een projectplan overgelegd waarin de aanvrager aangeeft:
a. aan de hand van een begroting voor welke subsidiabele activiteiten een subsidie wordt gevraagd, waarbij de in de begroting gehanteerde tarieven worden getoetst aan de ‘Handleiding overheidstarieven’;
b. op welke wijze de subsidiabele activiteiten een duurzame bijdrage van landelijke betekenis leveren aan het tegengaan van armoede- en schuldenproblematiek in het algemeen en aan de in artikel 11, eerste lid, genoemde prioriteiten, dan wel de in artikel 11, tweede lid, genoemde groepen in het bijzonder;
c. op welke wijze de subsidiabele activiteiten van toegevoegde waarde zijn;
d. op welke wijze gemeenten en andere relevante partijen zijn betrokken;
e. waarom subsidiëring vanuit de rijksoverheid noodzakelijk is; en
f. wat de planning van het project is.
5. Door het indienen van een aanvraag stemt de aanvrager er mee in dat het subsidiedossier met uitzondering van persoonsgegevens openbaar wordt gemaakt.