BWBR0035291
Geldig vanaf 2014-07-05
Artikel 14
Regeling ter stimulering van activiteiten die een duurzame bijdrage leveren aan het tegengaan van armoede- en schuldenproblematiek
1. Indien de subsidie wordt verleend, kan een voorschot op het totale subsidiebedrag worden verstrekt, waarbij:
a. bij aanvang van de subsidieverlening een bedrag van 20% van het in de beschikking tot subsidieverlening vermelde bedrag wordt uitgekeerd;
b. 60% van het in de beschikking tot subsidieverlening vermelde bedrag in kwartalen wordt uitgekeerd, en de hoogte van het uit te keren bedrag afhankelijk is van de looptijd van het project, waarbij de verdeling zal worden bepaald in de subsidiebeschikking; en
c. het resterende bedrag van 20% van het in de beschikking tot subsidieverlening vermelde bedrag zal worden betaald bij de subsidievaststelling, voor zover dit noodzakelijk is voor de vastgestelde kosten.
2. Indien bovenstaand bevoorschottingsregime voor de aanvrager tot problemen leidt, kan de aanvrager een schriftelijk en gemotiveerd verzoek indienen bij de minister om van de in het eerste lid bepaalde systematiek af te wijken.
3. De aanvrager doet onverwijld en schriftelijk melding aan de minister zodra aannemelijk is dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidieverlening verbonden verplichtingen zal worden voldaan.
a. bij aanvang van de subsidieverlening een bedrag van 20% van het in de beschikking tot subsidieverlening vermelde bedrag wordt uitgekeerd;
b. 60% van het in de beschikking tot subsidieverlening vermelde bedrag in kwartalen wordt uitgekeerd, en de hoogte van het uit te keren bedrag afhankelijk is van de looptijd van het project, waarbij de verdeling zal worden bepaald in de subsidiebeschikking; en
c. het resterende bedrag van 20% van het in de beschikking tot subsidieverlening vermelde bedrag zal worden betaald bij de subsidievaststelling, voor zover dit noodzakelijk is voor de vastgestelde kosten.
2. Indien bovenstaand bevoorschottingsregime voor de aanvrager tot problemen leidt, kan de aanvrager een schriftelijk en gemotiveerd verzoek indienen bij de minister om van de in het eerste lid bepaalde systematiek af te wijken.
3. De aanvrager doet onverwijld en schriftelijk melding aan de minister zodra aannemelijk is dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidieverlening verbonden verplichtingen zal worden voldaan.