BWBR0035291
Geldig vanaf 2014-07-05
Artikel 11
Regeling ter stimulering van activiteiten die een duurzame bijdrage leveren aan het tegengaan van armoede- en schuldenproblematiek
1. Activiteiten van landelijke betekenis die een duurzame bijdrage leveren aan het tegengaan van armoede- en schuldenproblematiek en waarvoor subsidie wordt aangevraagd in de periode, genoemd in artikel 4, eerste lid, onderdelen a en bkomen slechts in aanmerking voor subsidie indien zij betrekking hebben op:
a. ontwikkeling van nieuwe vormen van dienstverlening;
b. landelijke verspreiding van reeds bestaande effectieve initiatieven;
c. activiteiten die de samenwerking met ketenpartners verbeteren;
d. activiteiten die de kwaliteit van dienstverlening van landelijk opererende organisaties die zich richten op het tegengaan van armoede- en schuldenproblematiek verhogen.
2. Activiteiten van landelijke betekenis waarvoor subsidie wordt aangevraagd in de periode, genoemd in artikel 4, eerste lid, onderdelen c en d, komen slechts in aanmerking voor subsidie indien zij betrekking hebben op vermindering van armoede- en schuldenproblematiek dan wel de preventie van armoede en schulden bij de volgende kwetsbare groepen:
a. kinderen in huishoudens met een laag besteedbaar inkomen;
b. jongeren met (risico op) schulden;
c. alleenstaande oudergezinnen;
d. huishoudens met een langdurig laag inkomen;
e. niet-westerse huishoudens; of
f. andere naar het oordeel van de minister kwetsbare groepen.
3. Activiteiten die bestaan uit het verlenen van goederen of diensten aan individuele burgers komen niet in aanmerking voor subsidie.
4. Kosten van activiteiten als omschreven in het projectplan, die de mededinging ongunstig kunnen beïnvloeden komen niet in aanmerking voor subsidie.
5. Activiteiten van landelijke betekenis die een duurzame bijdrage leveren aan het tegengaan van armoede- en schuldenproblematiek en waarvoor subsidie wordt aangevraagd in de periode, genoemd in artikel 4, eerste lid, onderdelen e en f, komen slechts in aanmerking voor subsidie indien zij betrekking hebben op:
a. de ondersteuning van mensen die moeite hebben om mee te doen in de maatschappij, of;
b. het bereiken en motiveren van moeilijk bereikbare groepen mensen met financiële problemen, of;
c. het versterken van aandacht voor armoede en schulden in het sociaal domein, onder meer in de wijkaanpak, of;
d. de voorbereiding van en begeleiding bij de overgang 18-/18+ ter preventie van schulden.
a. ontwikkeling van nieuwe vormen van dienstverlening;
b. landelijke verspreiding van reeds bestaande effectieve initiatieven;
c. activiteiten die de samenwerking met ketenpartners verbeteren;
d. activiteiten die de kwaliteit van dienstverlening van landelijk opererende organisaties die zich richten op het tegengaan van armoede- en schuldenproblematiek verhogen.
2. Activiteiten van landelijke betekenis waarvoor subsidie wordt aangevraagd in de periode, genoemd in artikel 4, eerste lid, onderdelen c en d, komen slechts in aanmerking voor subsidie indien zij betrekking hebben op vermindering van armoede- en schuldenproblematiek dan wel de preventie van armoede en schulden bij de volgende kwetsbare groepen:
a. kinderen in huishoudens met een laag besteedbaar inkomen;
b. jongeren met (risico op) schulden;
c. alleenstaande oudergezinnen;
d. huishoudens met een langdurig laag inkomen;
e. niet-westerse huishoudens; of
f. andere naar het oordeel van de minister kwetsbare groepen.
3. Activiteiten die bestaan uit het verlenen van goederen of diensten aan individuele burgers komen niet in aanmerking voor subsidie.
4. Kosten van activiteiten als omschreven in het projectplan, die de mededinging ongunstig kunnen beïnvloeden komen niet in aanmerking voor subsidie.
5. Activiteiten van landelijke betekenis die een duurzame bijdrage leveren aan het tegengaan van armoede- en schuldenproblematiek en waarvoor subsidie wordt aangevraagd in de periode, genoemd in artikel 4, eerste lid, onderdelen e en f, komen slechts in aanmerking voor subsidie indien zij betrekking hebben op:
a. de ondersteuning van mensen die moeite hebben om mee te doen in de maatschappij, of;
b. het bereiken en motiveren van moeilijk bereikbare groepen mensen met financiële problemen, of;
c. het versterken van aandacht voor armoede en schulden in het sociaal domein, onder meer in de wijkaanpak, of;
d. de voorbereiding van en begeleiding bij de overgang 18-/18+ ter preventie van schulden.