BWBR0034414
Geldig vanaf 2013-12-20
Artikel 2.2.1
Besluit pensioen politieke ambtsdragers
1. De inhouding op de bezoldiging terzake van aanspraken bij ouderdom en overlijden, bedoeld in de artikelen 106en 160, eerste lid, van de wet, is gelijk aan het premieverhaal op een overheidswerknemer ter zake van de premie die aan het ABP verschuldigd is voor het ouderdoms- en partnerpensioen, met inachtneming van de franchise, bedoeld in artikel 2.1.4.
2. De inhouding op de bezoldiging ter zake van aanspraken bij arbeidsongeschiktheid, bedoeld in de artikelen 106en 160, eerste lid, van de wet, is gelijk aan het premieverhaal op een overheidswerknemer ter zake van de premie die aan het ABP verschuldigd is voor het ABP Arbeidsongeschiktheidspensioen, met inachtneming van de daarvoor geldende franchise.
3. De inhouding op de uitkering, bedoeld in de artikelen 106en 160, tweede lid, van de wetis 50% van de inhouding op de bezoldiging, bedoeld in het eerste lid. Het bedrag waarvan de uitkering is afgeleid wordt voor de inhouding op de uitkering beschouwd als het in eerste lid bedoelde bezoldiging.
4. Gedurende de tijd dat de uitkering is verminderd vanwege inkomsten als bedoeld in artikel 9, tweede lid, van de wet, worden de inhoudingspercentages, bedoeld in het tweede lid vermenigvuldigd met een factor die gelijk is aan de verminderde uitkering gedeeld door de uitkering zonder vermindering.
2. De inhouding op de bezoldiging ter zake van aanspraken bij arbeidsongeschiktheid, bedoeld in de artikelen 106en 160, eerste lid, van de wet, is gelijk aan het premieverhaal op een overheidswerknemer ter zake van de premie die aan het ABP verschuldigd is voor het ABP Arbeidsongeschiktheidspensioen, met inachtneming van de daarvoor geldende franchise.
3. De inhouding op de uitkering, bedoeld in de artikelen 106en 160, tweede lid, van de wetis 50% van de inhouding op de bezoldiging, bedoeld in het eerste lid. Het bedrag waarvan de uitkering is afgeleid wordt voor de inhouding op de uitkering beschouwd als het in eerste lid bedoelde bezoldiging.
4. Gedurende de tijd dat de uitkering is verminderd vanwege inkomsten als bedoeld in artikel 9, tweede lid, van de wet, worden de inhoudingspercentages, bedoeld in het tweede lid vermenigvuldigd met een factor die gelijk is aan de verminderde uitkering gedeeld door de uitkering zonder vermindering.