BWBR0034414
Geldig vanaf 2013-12-20
Artikel 3.1.4
Besluit pensioen politieke ambtsdragers
1. Voor tijd vóór 1 januari 1986 is de pensioengrondslag de wedde.
2. De wedde wordt voor de toepassing van het eerste lid vermenigvuldigd met 100/110 indien deze laatstelijk is genoten tussen 31 december 1985 en 1 januari 1995. De aldus vastgestelde pensioengrondslag is echter niet lager dan de wedde verminderd met € 2.867,89. Het bedrag van € 2.867,89 wordt met ingang van 1 januari 2008 gewijzigd in € 4.434,37 en met ingang van 1 januari 2010 in € 4.446,79.
3. De wedde wordt voor de toepassing van het eerste lid vermenigvuldigd met een debruteringsfactor zoals berekend op grond van artikel 2.1.3, tweede lid, indien deze laatstelijk is genoten na 31 december 1994. Op het aldus gevonden bedrag is het tweede lid van dit artikel van toepassing.
4. Hoofdstuk 17 van de wetis van toepassing op het pensioen, indien of voor zover berekend over de in het eerste lid bedoelde tijd.
2. De wedde wordt voor de toepassing van het eerste lid vermenigvuldigd met 100/110 indien deze laatstelijk is genoten tussen 31 december 1985 en 1 januari 1995. De aldus vastgestelde pensioengrondslag is echter niet lager dan de wedde verminderd met € 2.867,89. Het bedrag van € 2.867,89 wordt met ingang van 1 januari 2008 gewijzigd in € 4.434,37 en met ingang van 1 januari 2010 in € 4.446,79.
3. De wedde wordt voor de toepassing van het eerste lid vermenigvuldigd met een debruteringsfactor zoals berekend op grond van artikel 2.1.3, tweede lid, indien deze laatstelijk is genoten na 31 december 1994. Op het aldus gevonden bedrag is het tweede lid van dit artikel van toepassing.
4. Hoofdstuk 17 van de wetis van toepassing op het pensioen, indien of voor zover berekend over de in het eerste lid bedoelde tijd.