BWBR0034414
Geldig vanaf 2013-12-20
Artikel 2.1.10
Besluit pensioen politieke ambtsdragers
1. Bij een verhoging van de pensioenaanspraken als bedoeld in artikel 13f van de wet, worden slechts de opgebouwde aanspraken op nabestaandenpensioen als bedoeld in hoofdstuk 5omgezet, voor zover die aanspraken zijn opgebouwd vanaf 1 juli 1999.
2. De omzetting, bedoeld in artikel 13f, vierde lid, van de wet, geschiedt op dezelfde wijze als de omzetting die het ABP toepast bij het verhogen van het ouderdomspensioen van een overheidswerknemer door het omzetten van partnerpensioen.
2. De omzetting, bedoeld in artikel 13f, vierde lid, van de wet, geschiedt op dezelfde wijze als de omzetting die het ABP toepast bij het verhogen van het ouderdomspensioen van een overheidswerknemer door het omzetten van partnerpensioen.