BWBR0034300
Geldig vanaf 2013-12-12
Artikel 7
Regeling Stichting Nederlands Onderwijs in het Buitenland 2014–2018
1. De stichting oordeelt onder eigen naam en verantwoordelijkheid en onder de door haar te stellen voorwaarden besluiten over het toelaten van onderwijsvoorzieningen tot de ondersteuning bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a.
2. De voorwaarden bedoeld in het eerste lid hebben in ieder geval betrekking op:
a. de vorm en inrichting van het bestuur van de onderwijsvoorziening;
b. de kwaliteit van de inrichting van het onderwijs, zoals geoperationaliseerd in de geldende toezichtkaders;
c. de minimum schoolgrootte;
d. de bevoegdheden en bekwaamheden van leraren;
e. de aanwezigheid van een schoolplan en schoolgids die voldoen aan de eisen die worden gesteld in het raamschoolplan, bedoeld in artikel 8 tweede lid;
f. toezicht door en toegang van toezichthouder tot de onderwijsvoorziening.
3. De voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, worden eerst na overleg met de minister en nadat advies is gevraagd aan de toezichthouder vastgesteld.
2. De voorwaarden bedoeld in het eerste lid hebben in ieder geval betrekking op:
a. de vorm en inrichting van het bestuur van de onderwijsvoorziening;
b. de kwaliteit van de inrichting van het onderwijs, zoals geoperationaliseerd in de geldende toezichtkaders;
c. de minimum schoolgrootte;
d. de bevoegdheden en bekwaamheden van leraren;
e. de aanwezigheid van een schoolplan en schoolgids die voldoen aan de eisen die worden gesteld in het raamschoolplan, bedoeld in artikel 8 tweede lid;
f. toezicht door en toegang van toezichthouder tot de onderwijsvoorziening.
3. De voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, worden eerst na overleg met de minister en nadat advies is gevraagd aan de toezichthouder vastgesteld.