BWBR0034300
Geldig vanaf 2013-12-12
Artikel 4
Regeling Stichting Nederlands Onderwijs in het Buitenland 2014–2018
1. De subsidie ten behoeve van de in artikel 2, eerste lid, onder a, bedoelde activiteiten bedraagt € 2.430.000,00 per kalenderjaar en is als volgt opgebouwd:
a. € 310.380 voor de activiteit bedoeld in artikel 6, onder a,
b. € 155.190 voor de activiteit bedoeld in artikel 6, onder b,
c. € 620.760 voor de activiteit bedoeld in artikel 6, onder c,
d. € 641.340 voor de activiteit bedoeld in artikel 6, onder d,
e. € 372.330 voor de activiteit bedoeld in artikel 6, onder e,
f. € 330.000 voor de activiteit bedoeld in artikel 6, onder f.
2. De subsidie ten behoeve van de in artikel 2, eerste lid, onder a, bedoelde activiteiten mag in algemene zin besteed worden aan alle activiteiten bedoeld in artikel 6.
3. De subsidie ten behoeve van de in artikel 2, eerste lid, onder b, bedoelde activiteiten bedraagt per kalenderjaar:
a. in 2014: € 73.000,00
b. in 2015: € 120.648,00
c. in 2016–2018: € 93.800,00
4. De subsidie ten behoeve van de in artikel 2, eerste lid, onder c, bedoelde activiteiten bedraagt € 255.000,00 per kalenderjaar en is als volgt opgebouwd:
a. € 241.740 voor de uitvoering van de in het mandaatbesluit opgenomen activiteiten betreffende de Europese Scholen,
b. € 13.260 voor de uitvoering van de in het mandaatbesluit opgenomen activiteiten betreffende de onderwijsvoorziening van het Nederlands Astmacentrum in Davos.
5. Vanaf het kalenderjaar 2015 worden de in artikel 4genoemde bedragen bijgesteld met het percentage loonbijstelling dat de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van de Minister van Financiën in het voorgaande kalenderjaar heeft ontvangen.
a. € 310.380 voor de activiteit bedoeld in artikel 6, onder a,
b. € 155.190 voor de activiteit bedoeld in artikel 6, onder b,
c. € 620.760 voor de activiteit bedoeld in artikel 6, onder c,
d. € 641.340 voor de activiteit bedoeld in artikel 6, onder d,
e. € 372.330 voor de activiteit bedoeld in artikel 6, onder e,
f. € 330.000 voor de activiteit bedoeld in artikel 6, onder f.
2. De subsidie ten behoeve van de in artikel 2, eerste lid, onder a, bedoelde activiteiten mag in algemene zin besteed worden aan alle activiteiten bedoeld in artikel 6.
3. De subsidie ten behoeve van de in artikel 2, eerste lid, onder b, bedoelde activiteiten bedraagt per kalenderjaar:
a. in 2014: € 73.000,00
b. in 2015: € 120.648,00
c. in 2016–2018: € 93.800,00
4. De subsidie ten behoeve van de in artikel 2, eerste lid, onder c, bedoelde activiteiten bedraagt € 255.000,00 per kalenderjaar en is als volgt opgebouwd:
a. € 241.740 voor de uitvoering van de in het mandaatbesluit opgenomen activiteiten betreffende de Europese Scholen,
b. € 13.260 voor de uitvoering van de in het mandaatbesluit opgenomen activiteiten betreffende de onderwijsvoorziening van het Nederlands Astmacentrum in Davos.
5. Vanaf het kalenderjaar 2015 worden de in artikel 4genoemde bedragen bijgesteld met het percentage loonbijstelling dat de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van de Minister van Financiën in het voorgaande kalenderjaar heeft ontvangen.