BWBR0034300
Geldig vanaf 2013-12-12
Artikel 14
Regeling Stichting Nederlands Onderwijs in het Buitenland 2014–2018
1. Binnen zes maanden na afloop van het kalenderjaar waarvoor subsidie is verleend, dient de stichting bij de minister ten behoeve van de subsidievaststelling een jaarverslag in, bestaande uit een financieel verslag en een activiteitenverslag. Uit het jaarverslag blijkt in hoeverre sprake is van een behoorlijke uitvoering van de werkzaamheden waarvoor subsidie is verstrekt en van de daarmee behaalde resultaten, alsmede van een doelmatige aanwending van de subsidie.
2. De stichting neemt in het jaarverslag een overzicht op van het definitieve aantal formatieplaatsen op de Europese scholen en leerlingen op het Nederlands astmacentrum te Davos op peildatum 1 oktober van het kalenderjaar t-1. Tevens neemt de stichting in het jaarverslag een overzicht op van de salariskosten op basis van jaaroverzichten uit het CASO-salarissysteem, kosten van noodzakelijke scholing en begeleiding personeel, dotatie voor een bestemde reserve, voor zover deze risico’s niet worden gedekt door Participatiefonds en Vervangingsfonds of andere daarvoor ontwikkelde fondsen of voorzieningen en verhuiskosten en buitenlandtoelage op basis van jaaroverzichten uit het CASO-salarissysteem.
3. Het jaarverslag bestaat in ieder geval uit:
a. een balans per eind van het kalenderjaar,
b. een exploitatierekening over het kalenderjaar,
c. een toelichting op balans en exploitatierekening,
d. een bestuursverslag.
4. Uit het jaarverslag dient een verantwoord inzicht te worden verkregen in
a. de grootte en samenstelling van het vermogen,
b. de grootte en samenstelling van het resultaat,
c. de solvabiliteit en liquiditeit.
5. Het activiteitenverslag bevat een overzicht van de werkzaamheden waarvoor subsidie is verleend en van de daarmee behaalde resultaten en een overzicht van de activiteiten die op grond van het Mandaatbesluit Stichting Nederlands Onderwijs in het Buitenland zijn verricht. Afschrift van dit verslag wordt gezonden aan de toezichthouders.
6. De minister kan een model vaststellen voor het jaarverslag en de begroting.
2. De stichting neemt in het jaarverslag een overzicht op van het definitieve aantal formatieplaatsen op de Europese scholen en leerlingen op het Nederlands astmacentrum te Davos op peildatum 1 oktober van het kalenderjaar t-1. Tevens neemt de stichting in het jaarverslag een overzicht op van de salariskosten op basis van jaaroverzichten uit het CASO-salarissysteem, kosten van noodzakelijke scholing en begeleiding personeel, dotatie voor een bestemde reserve, voor zover deze risico’s niet worden gedekt door Participatiefonds en Vervangingsfonds of andere daarvoor ontwikkelde fondsen of voorzieningen en verhuiskosten en buitenlandtoelage op basis van jaaroverzichten uit het CASO-salarissysteem.
3. Het jaarverslag bestaat in ieder geval uit:
a. een balans per eind van het kalenderjaar,
b. een exploitatierekening over het kalenderjaar,
c. een toelichting op balans en exploitatierekening,
d. een bestuursverslag.
4. Uit het jaarverslag dient een verantwoord inzicht te worden verkregen in
a. de grootte en samenstelling van het vermogen,
b. de grootte en samenstelling van het resultaat,
c. de solvabiliteit en liquiditeit.
5. Het activiteitenverslag bevat een overzicht van de werkzaamheden waarvoor subsidie is verleend en van de daarmee behaalde resultaten en een overzicht van de activiteiten die op grond van het Mandaatbesluit Stichting Nederlands Onderwijs in het Buitenland zijn verricht. Afschrift van dit verslag wordt gezonden aan de toezichthouders.
6. De minister kan een model vaststellen voor het jaarverslag en de begroting.