BWBR0034300
Geldig vanaf 2013-12-12
Artikel 2
Regeling Stichting Nederlands Onderwijs in het Buitenland 2014–2018
1. De minister verstrekt subsidie aan de stichting voor:
a. het ondersteunen van Nederlandse onderwijsvoorzieningen in het buitenland waaronder begrepen het onderhouden van een infrastructuur ten behoeve van kwaliteitsbewaking en lerarenbegeleiding, als bedoeld in de artikelen 6 tot en met 8.
b. het in opdracht van de minister uitvoeren van werkzaamheden ter ondersteuning van de minister of diens vertegenwoordiger bij de vervulling van zijn taak in de Raad van Bestuur voor de Europese Scholen in het kader van het bij het mandaatbesluit aan de stichting gemandateerde werkgeverschap van het aan de Europese scholen en aan de Nederlandse afdeling van het Lycée International te Saint-Germain-en-Laye gedetacheerd personeel.
c. het namens de minister uitvoeren van de activiteiten als bedoeld in het mandaatbesluit.
2. De in het eerste lid, onder a, bedoelde activiteiten zijn, met het oog op terugkeer in en aansluiting bij het onderwijs in Nederland en Vlaanderen, bedoeld voor Nederlandse en Belgische staatsburgers die in het buitenland verkeren.
3. De activiteiten bedoeld in het eerste lid, onder a, zijn gericht op:
a. voorschoolse educatie: kinderen in de leeftijd van 2,5 tot en met 3 jaar,
b. basisonderwijs: kinderen in de leeftijd van 4 tot en met 14 jaar,
c. voortgezet onderwijs: kinderen in de leeftijd van 10 tot en met 18 jaar.
4. De stichting draagt tevens zorg voor toegankelijkheid van de onderwijsvoorzieningen voor leerlingen uit de Europese Unie, mits zij Nederlandstalig zijn, en maakt dit tot een voorwaarde voor het toelaten van onderwijsvoorzieningen tot de ondersteuning door de stichting.
a. het ondersteunen van Nederlandse onderwijsvoorzieningen in het buitenland waaronder begrepen het onderhouden van een infrastructuur ten behoeve van kwaliteitsbewaking en lerarenbegeleiding, als bedoeld in de artikelen 6 tot en met 8.
b. het in opdracht van de minister uitvoeren van werkzaamheden ter ondersteuning van de minister of diens vertegenwoordiger bij de vervulling van zijn taak in de Raad van Bestuur voor de Europese Scholen in het kader van het bij het mandaatbesluit aan de stichting gemandateerde werkgeverschap van het aan de Europese scholen en aan de Nederlandse afdeling van het Lycée International te Saint-Germain-en-Laye gedetacheerd personeel.
c. het namens de minister uitvoeren van de activiteiten als bedoeld in het mandaatbesluit.
2. De in het eerste lid, onder a, bedoelde activiteiten zijn, met het oog op terugkeer in en aansluiting bij het onderwijs in Nederland en Vlaanderen, bedoeld voor Nederlandse en Belgische staatsburgers die in het buitenland verkeren.
3. De activiteiten bedoeld in het eerste lid, onder a, zijn gericht op:
a. voorschoolse educatie: kinderen in de leeftijd van 2,5 tot en met 3 jaar,
b. basisonderwijs: kinderen in de leeftijd van 4 tot en met 14 jaar,
c. voortgezet onderwijs: kinderen in de leeftijd van 10 tot en met 18 jaar.
4. De stichting draagt tevens zorg voor toegankelijkheid van de onderwijsvoorzieningen voor leerlingen uit de Europese Unie, mits zij Nederlandstalig zijn, en maakt dit tot een voorwaarde voor het toelaten van onderwijsvoorzieningen tot de ondersteuning door de stichting.