BWBR0034047
Geldig vanaf 2014-01-01
Artikel 13
Wet gebruik Friese taal
Indien een verdachte of getuige zich ter terechtzitting in een strafzaak buiten de gevallen bedoeld in artikel 11wil bedienen van de Friese taal en aannemelijk maakt dat hij zich in het Nederlands onvoldoende kan uitdrukken, bepaalt de rechter die de leiding van de zitting heeft, indien hij zulks wenselijk acht, dat bijstand wordt verleend door een tolk. <a href="/wet/BWBR0001903/artikel/276" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300"> Artikel 276 van het Wetboek van Strafvordering</a>is van toepassing.