BWBR0034047
Geldig vanaf 2014-01-01
Artikel 19
Wet gebruik Friese taal
1. Het Orgaan heeft tot taak de gelijke positie van de Friese taal en de Nederlandse taal in de provincie Fryslân te bevorderen.
2. Het Orgaan doet dit in elk geval door:
a. te rapporteren over de behoeften en de wensen ten aanzien van de Friese taal en cultuur in relatie tot deze wet alsmede tot het Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden en het Kaderverdrag inzake de bescherming van nationale minderheden aan: 1°. Onze Minister;
2°. andere ministers, voor zover die verantwoordelijk zijn voor onderdelen van de centrale overheid die in de provincie Fryslân gevestigd zijn dan wel de provincie Fryslân als werkgebied hebben;
3°. andere bestuursorganen, voor zover die in de provincie Fryslân gevestigd zijn dan wel de provincie Fryslân als werkgebied hebben; en
4°. rechterlijke instanties voor zover die in de provincie Fryslân gevestigd zijn dan wel de provincie Fryslân als rechtsgebied hebben;
1°. Onze Minister;
2°. andere ministers, voor zover die verantwoordelijk zijn voor onderdelen van de centrale overheid die in de provincie Fryslân gevestigd zijn dan wel de provincie Fryslân als werkgebied hebben;
3°. andere bestuursorganen, voor zover die in de provincie Fryslân gevestigd zijn dan wel de provincie Fryslân als werkgebied hebben; en
4°. rechterlijke instanties voor zover die in de provincie Fryslân gevestigd zijn dan wel de provincie Fryslân als rechtsgebied hebben;
b. te adviseren over de totstandkoming en de uitvoering van de Bestuursafspraak Friese taal en cultuur en de uitvoeringsconvenanten, aan: 1°. Onze Minister; en
2°. gedeputeerde staten van de provincie Fryslân;
1°. Onze Minister; en
2°. gedeputeerde staten van de provincie Fryslân;
c. ondersteuning te bieden bij het opstellen van regels en beleidsplannen als bedoeld in de artikelen 5 en 6.
3. De in het tweede lid, onder a, onder 1° tot en met 4°, genoemde bestuursorganen en instanties sturen binnen drie maanden na ontvangst van de rapportage een reactie aan het Orgaan op de aan hen gerichte rapportage.
2. Het Orgaan doet dit in elk geval door:
a. te rapporteren over de behoeften en de wensen ten aanzien van de Friese taal en cultuur in relatie tot deze wet alsmede tot het Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden en het Kaderverdrag inzake de bescherming van nationale minderheden aan: 1°. Onze Minister;
2°. andere ministers, voor zover die verantwoordelijk zijn voor onderdelen van de centrale overheid die in de provincie Fryslân gevestigd zijn dan wel de provincie Fryslân als werkgebied hebben;
3°. andere bestuursorganen, voor zover die in de provincie Fryslân gevestigd zijn dan wel de provincie Fryslân als werkgebied hebben; en
4°. rechterlijke instanties voor zover die in de provincie Fryslân gevestigd zijn dan wel de provincie Fryslân als rechtsgebied hebben;
1°. Onze Minister;
2°. andere ministers, voor zover die verantwoordelijk zijn voor onderdelen van de centrale overheid die in de provincie Fryslân gevestigd zijn dan wel de provincie Fryslân als werkgebied hebben;
3°. andere bestuursorganen, voor zover die in de provincie Fryslân gevestigd zijn dan wel de provincie Fryslân als werkgebied hebben; en
4°. rechterlijke instanties voor zover die in de provincie Fryslân gevestigd zijn dan wel de provincie Fryslân als rechtsgebied hebben;
b. te adviseren over de totstandkoming en de uitvoering van de Bestuursafspraak Friese taal en cultuur en de uitvoeringsconvenanten, aan: 1°. Onze Minister; en
2°. gedeputeerde staten van de provincie Fryslân;
1°. Onze Minister; en
2°. gedeputeerde staten van de provincie Fryslân;
c. ondersteuning te bieden bij het opstellen van regels en beleidsplannen als bedoeld in de artikelen 5 en 6.
3. De in het tweede lid, onder a, onder 1° tot en met 4°, genoemde bestuursorganen en instanties sturen binnen drie maanden na ontvangst van de rapportage een reactie aan het Orgaan op de aan hen gerichte rapportage.