BWBR0033518
Geldig vanaf 2013-06-17
Artikel 5
Regeling recreatieve luchtvaart op militaire luchthavens
1. De hoofdvliegcoördinator onderscheidenlijk de coördinator ziet er op toe dat:
a. de in gebruik zijnde start- en landingsbanen en overige in gebruik zijnde gedeelten van het landingsterrein op de juiste wijze zijn ingericht;
b. de voor de recreatieve luchtvaart vastgestelde weerlimieten in acht worden genomen;
c. alle bij de beoefening van de recreatieve luchtvaart betrokkenen op de hoogte zijn van de procedures, daarbij bijzondere aandacht schenkend aan de procedures voor het opereren in de circuits en de onderlinge separatieregels;
d. alle bij de beoefening van de recreatieve luchtvaart betrokkenen op de hoogte zijn van de op de militaire luchthaven van toepassing zijnde plaatselijke regelingen.
2. De hoofdvliegcoördinator coördineert de vliegoperaties vanaf de verschillende banen in nauw overleg met de coördinatoren voor de betrokken vormen van recreatieve luchtvaart. Hij onderhoudt voorts nauw contact met de commandant van de militaire luchthaven of een door deze aangewezen functionaris.
3. Alvorens zijn taak uit te voeren, meldt de coördinator zich voor het in ontvangst nemen van instructies bij de hoofdvliegcoördinator.
4. Indien een coördinator verneemt of constateert dat schade aan het terrein is ontstaan of dreigt te ontstaan, treft hij zodanige maatregelen dat verdere schade wordt voorkomen. Zo nodig stopt hij de luchtvaartactiviteiten op het desbetreffende terreingedeelte.
5. Bij ongevallen die verband houden met de beoefening van de recreatieve luchtvaart, doet de hoofdvliegcoördinator of de betrokken coördinator alles wat in zijn vermogen ligt om letsel en schade aan personen en zaken te voorkomen dan wel tot een minimum te beperken. Op het eerste daartoe gedane verzoek draagt een coördinator de leiding over aan de hoofdvliegcoördinator of een door de commandant aangewezen functionaris.
6. Ingeval van schade aan het terrein of een ongeval doet de coördinator hiervan schriftelijk melding aan de commandant van de militaire luchthaven.
7. De hoofdvliegcoördinator noteert de gegevens van de bij hem ingediende vliegplannen. Hij geeft vluchtgegevens door aan het AOCS Nieuw Milligen. Hij controleert of de werkelijke tijden overeenkomen met de in de vluchtplannen opgegeven verwachte tijden. Bij overschrijding van de verwachte aankomsttijd (ETA) met meer dan 30 minuten neemt hij actie.
8. Na het einde van de beoefening van de recreatieve luchtvaart controleert de coördinator het benutte terreingedeelte inclusief de toegangswegen tot het landingsterrein. Vervolgens meldt hij zich af bij de hoofdvliegcoördinator.
a. de in gebruik zijnde start- en landingsbanen en overige in gebruik zijnde gedeelten van het landingsterrein op de juiste wijze zijn ingericht;
b. de voor de recreatieve luchtvaart vastgestelde weerlimieten in acht worden genomen;
c. alle bij de beoefening van de recreatieve luchtvaart betrokkenen op de hoogte zijn van de procedures, daarbij bijzondere aandacht schenkend aan de procedures voor het opereren in de circuits en de onderlinge separatieregels;
d. alle bij de beoefening van de recreatieve luchtvaart betrokkenen op de hoogte zijn van de op de militaire luchthaven van toepassing zijnde plaatselijke regelingen.
2. De hoofdvliegcoördinator coördineert de vliegoperaties vanaf de verschillende banen in nauw overleg met de coördinatoren voor de betrokken vormen van recreatieve luchtvaart. Hij onderhoudt voorts nauw contact met de commandant van de militaire luchthaven of een door deze aangewezen functionaris.
3. Alvorens zijn taak uit te voeren, meldt de coördinator zich voor het in ontvangst nemen van instructies bij de hoofdvliegcoördinator.
4. Indien een coördinator verneemt of constateert dat schade aan het terrein is ontstaan of dreigt te ontstaan, treft hij zodanige maatregelen dat verdere schade wordt voorkomen. Zo nodig stopt hij de luchtvaartactiviteiten op het desbetreffende terreingedeelte.
5. Bij ongevallen die verband houden met de beoefening van de recreatieve luchtvaart, doet de hoofdvliegcoördinator of de betrokken coördinator alles wat in zijn vermogen ligt om letsel en schade aan personen en zaken te voorkomen dan wel tot een minimum te beperken. Op het eerste daartoe gedane verzoek draagt een coördinator de leiding over aan de hoofdvliegcoördinator of een door de commandant aangewezen functionaris.
6. Ingeval van schade aan het terrein of een ongeval doet de coördinator hiervan schriftelijk melding aan de commandant van de militaire luchthaven.
7. De hoofdvliegcoördinator noteert de gegevens van de bij hem ingediende vliegplannen. Hij geeft vluchtgegevens door aan het AOCS Nieuw Milligen. Hij controleert of de werkelijke tijden overeenkomen met de in de vluchtplannen opgegeven verwachte tijden. Bij overschrijding van de verwachte aankomsttijd (ETA) met meer dan 30 minuten neemt hij actie.
8. Na het einde van de beoefening van de recreatieve luchtvaart controleert de coördinator het benutte terreingedeelte inclusief de toegangswegen tot het landingsterrein. Vervolgens meldt hij zich af bij de hoofdvliegcoördinator.