BWBR0033518
Geldig vanaf 2013-06-17
Artikel 4
Regeling recreatieve luchtvaart op militaire luchthavens
1. De commandant van de militaire luchthaven waar zweefvliegen, motorsportvliegen, modelvliegen of zeilvliegen plaatsvindt, wijst op voordracht van de vliegclubs die voor de betrokken vorm van recreatieve luchtvaart gevestigd zijn op de luchthaven, voor die vorm van recreatieve luchtvaart een coördinator aan.
2. De coördinator voldoet aan de volgende eisen:
a. de motorsportvliegcoördinator beschikt over een geldig civiel of militair vliegbewijs motorvliegen of motorsportvliegen;
b. de zweefvliegcoördinator beschikt over een geldig door de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Luchtvaart afgegeven civiel bewijs van bevoegdheid als zweefvlieginstructeur;
c. de modelvliegcoördinator beschikt over een geldig door de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Luchtvaart afgegeven civiel bewijs van bevoegdheid modelvliegen;
d. de zeilvliegcoördinator beschikt over een geldig vliegbewijs zeilvliegen.
2. De coördinator voldoet aan de volgende eisen:
a. de motorsportvliegcoördinator beschikt over een geldig civiel of militair vliegbewijs motorvliegen of motorsportvliegen;
b. de zweefvliegcoördinator beschikt over een geldig door de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Luchtvaart afgegeven civiel bewijs van bevoegdheid als zweefvlieginstructeur;
c. de modelvliegcoördinator beschikt over een geldig door de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Luchtvaart afgegeven civiel bewijs van bevoegdheid modelvliegen;
d. de zeilvliegcoördinator beschikt over een geldig vliegbewijs zeilvliegen.