BWBR0033428
Geldig vanaf 01-10-2009
Artikel 5
Beleidsregels NMa bestuurlijke boetes vervoerswetgeving
1. De Raad bepaalt de boetegrondslag op basis van de ernst van de overtreding en het inkomen en vermogen van de overtreder. De boetegrondslag vormt tevens de basisboete.
2. Indien de Raad het inkomen en vermogen van de overtreder niet op basis van door de overtreder verstrekte informatie kan bepalen, kan de Raad hiervan een schatting maken.
3. Die boetegrondslag ligt binnen de volgende bandbreedtes:
a. € 10.000,– tot € 200.000,–: 1°. een overtreding van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht;
2°. het opdracht geven tot of feitelijk leiding geven aan een overtreding van artikel 8.25h, derde lid, van de Wet luchtvaart;
3°. het opdracht geven tot of feitelijk leiding geven aan een overtreding van artikel 45h, eerste lid, van de Loodsenwet.
1°. een overtreding van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht;
2°. het opdracht geven tot of feitelijk leiding geven aan een overtreding van artikel 8.25h, derde lid, van de Wet luchtvaart;
3°. het opdracht geven tot of feitelijk leiding geven aan een overtreding van artikel 45h, eerste lid, van de Loodsenwet.
b. € 50.000,– tot € 400.000,–: 1°. het opdracht geven tot of feitelijk leiding geven aan een overtreding van (het bepaalde bij of krachtens) de artikelen 17, eerste lid, aanhef en onder d, 27, eerste lid, 57 tot en met 62, 63, eerste lid, en 67 van de Spoorwegwet;
2°. het opdracht geven tot of feitelijk leiding geven aan een overtreding van (het bepaalde bij of krachtens) de artikelen 8.25d, 8.25e, 8.25f, derde, vijfde, zesde en zevende lid, 8.25g, eerste tot en met vijfde lid, 8.25ga, en 8.25h, eerste en derde lid, van de Wet luchtvaart;
3°. het opdracht geven tot of feitelijk leiding geven aan een overtreding van (het bepaalde bij of krachtens) de artikelen 27c, 27i, 27j, 27k, 27l, eerste lid, 45c, tweede lid, van de Loodsenwet.
1°. het opdracht geven tot of feitelijk leiding geven aan een overtreding van (het bepaalde bij of krachtens) de artikelen 17, eerste lid, aanhef en onder d, 27, eerste lid, 57 tot en met 62, 63, eerste lid, en 67 van de Spoorwegwet;
2°. het opdracht geven tot of feitelijk leiding geven aan een overtreding van (het bepaalde bij of krachtens) de artikelen 8.25d, 8.25e, 8.25f, derde, vijfde, zesde en zevende lid, 8.25g, eerste tot en met vijfde lid, 8.25ga, en 8.25h, eerste en derde lid, van de Wet luchtvaart;
3°. het opdracht geven tot of feitelijk leiding geven aan een overtreding van (het bepaalde bij of krachtens) de artikelen 27c, 27i, 27j, 27k, 27l, eerste lid, 45c, tweede lid, van de Loodsenwet.
2. Indien de Raad het inkomen en vermogen van de overtreder niet op basis van door de overtreder verstrekte informatie kan bepalen, kan de Raad hiervan een schatting maken.
3. Die boetegrondslag ligt binnen de volgende bandbreedtes:
a. € 10.000,– tot € 200.000,–: 1°. een overtreding van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht;
2°. het opdracht geven tot of feitelijk leiding geven aan een overtreding van artikel 8.25h, derde lid, van de Wet luchtvaart;
3°. het opdracht geven tot of feitelijk leiding geven aan een overtreding van artikel 45h, eerste lid, van de Loodsenwet.
1°. een overtreding van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht;
2°. het opdracht geven tot of feitelijk leiding geven aan een overtreding van artikel 8.25h, derde lid, van de Wet luchtvaart;
3°. het opdracht geven tot of feitelijk leiding geven aan een overtreding van artikel 45h, eerste lid, van de Loodsenwet.
b. € 50.000,– tot € 400.000,–: 1°. het opdracht geven tot of feitelijk leiding geven aan een overtreding van (het bepaalde bij of krachtens) de artikelen 17, eerste lid, aanhef en onder d, 27, eerste lid, 57 tot en met 62, 63, eerste lid, en 67 van de Spoorwegwet;
2°. het opdracht geven tot of feitelijk leiding geven aan een overtreding van (het bepaalde bij of krachtens) de artikelen 8.25d, 8.25e, 8.25f, derde, vijfde, zesde en zevende lid, 8.25g, eerste tot en met vijfde lid, 8.25ga, en 8.25h, eerste en derde lid, van de Wet luchtvaart;
3°. het opdracht geven tot of feitelijk leiding geven aan een overtreding van (het bepaalde bij of krachtens) de artikelen 27c, 27i, 27j, 27k, 27l, eerste lid, 45c, tweede lid, van de Loodsenwet.
1°. het opdracht geven tot of feitelijk leiding geven aan een overtreding van (het bepaalde bij of krachtens) de artikelen 17, eerste lid, aanhef en onder d, 27, eerste lid, 57 tot en met 62, 63, eerste lid, en 67 van de Spoorwegwet;
2°. het opdracht geven tot of feitelijk leiding geven aan een overtreding van (het bepaalde bij of krachtens) de artikelen 8.25d, 8.25e, 8.25f, derde, vijfde, zesde en zevende lid, 8.25g, eerste tot en met vijfde lid, 8.25ga, en 8.25h, eerste en derde lid, van de Wet luchtvaart;
3°. het opdracht geven tot of feitelijk leiding geven aan een overtreding van (het bepaalde bij of krachtens) de artikelen 27c, 27i, 27j, 27k, 27l, eerste lid, 45c, tweede lid, van de Loodsenwet.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0033428
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl