BWBR0033428
Geldig vanaf 01-10-2009
Artikel 3
Beleidsregels NMa bestuurlijke boetes vervoerswetgeving
1. De Raad bepaalt de hoogte van een op te leggen bestuurlijke boete op basis van de boetegrondslag, die per geval wordt vastgesteld.
2. Na het bepalen van de boetegrondslag, bepaalt de Raad de basisboete.
3. De Raad neemt vervolgens boeteverhogende of -verlagende omstandigheden in aanmerking en bepaalt in redelijkheid in hoeverre zulke omstandigheden tot een verhoging of verlaging van de basisboete leiden.
4. In afwijking van de vorige leden kan de Raad een symbolische bestuurlijke boete opleggen wanneer bijzondere omstandigheden naar zijn oordeel daartoe aanleiding geven.
2. Na het bepalen van de boetegrondslag, bepaalt de Raad de basisboete.
3. De Raad neemt vervolgens boeteverhogende of -verlagende omstandigheden in aanmerking en bepaalt in redelijkheid in hoeverre zulke omstandigheden tot een verhoging of verlaging van de basisboete leiden.
4. In afwijking van de vorige leden kan de Raad een symbolische bestuurlijke boete opleggen wanneer bijzondere omstandigheden naar zijn oordeel daartoe aanleiding geven.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0033428
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl