BWBR0033428
Geldig vanaf 01-10-2009
Artikel 4
Beleidsregels NMa bestuurlijke boetes vervoerswetgeving
1. De Raad bepaalt de boetegrondslag op basis van de jaaromzet van de overtreder in het boekjaar voorafgaande aan de beschikking waarbij hij de bestuurlijke boete oplegt.
2. De Raad gaat daarbij uit van de in Nederland behaalde jaaromzet, tenzij deze naar zijn oordeel geen passende beboeting meebrengt.
3. Bij overtredingen van de Loodsenwet kan de Raad de boetegrondslag bepalen op basis van de gezamenlijke jaaromzet van de organisaties, aangewezen krachtens de artikelen 15a, tweede lid, en 15b, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet.
4. Bij de geografische afbakening van de jaaromzet, sluit de Raad aan bij de mededeling van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 10 juli 2008, getiteld ‘Geconsolideerde mededeling van de Commissie over bevoegdheidskwesties op grond van Verordening (EG) nr. 139/2004 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen’ (Pb 2008, C 95, blz. 1–8).
5. Indien de Raad de jaaromzet niet aan de hand van door de overtreder verstrekte informatie kan bepalen, kan hij hiervan een schatting maken.
6. De Raad hanteert als boetegrondslag een bepaald promillage van de jaaromzet. De hoogte van dit promillage is afhankelijk van de categorie waarin de betreffende overtreding is ingedeeld. De Bijlage bij dit besluit vermeldt in welke categorie die overtreding is ingedeeld. Elke categorie kent een minimumboete om te voorkomen dat het daarbij behorende promillage als gevolg van een lage jaaromzet leidt tot een te lage boetegrondslag.
[tabel]
7. Wanneer de in het vorige lid bedoelde indeling naar zijn oordeel geen passende beboeting met zich brengt, kan de Raad de naast hogere of naast lagere categorie hanteren.
8. Wanneer de jaaromzet meer dan € 500.000.000,– bedraagt, telt de Raad de omzet vanaf € 500.000.000,– tot € 1.000.000.000,– voor 10% mee en de omzet boven € 1.000.000.000,– voor 1% mee.
9. De Raad bepaalt de basisboete door de boetegrondslag te vermenigvuldigen met een factor (E) voor de ernst van de overtreding. De factor (E) vormt de weerslag van de mate waarin de overtreding de belangen heeft geschaad die de geschonden norm beoogt te beschermen, en kent drie verschillende gradaties: zeer ernstig, ernstig en minder ernstig. Al naargelang de ernst van de overtreding, hanteert de Raad voor de factor (E) een waarde van ten hoogste 5.
2. De Raad gaat daarbij uit van de in Nederland behaalde jaaromzet, tenzij deze naar zijn oordeel geen passende beboeting meebrengt.
3. Bij overtredingen van de Loodsenwet kan de Raad de boetegrondslag bepalen op basis van de gezamenlijke jaaromzet van de organisaties, aangewezen krachtens de artikelen 15a, tweede lid, en 15b, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet.
4. Bij de geografische afbakening van de jaaromzet, sluit de Raad aan bij de mededeling van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 10 juli 2008, getiteld ‘Geconsolideerde mededeling van de Commissie over bevoegdheidskwesties op grond van Verordening (EG) nr. 139/2004 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen’ (Pb 2008, C 95, blz. 1–8).
5. Indien de Raad de jaaromzet niet aan de hand van door de overtreder verstrekte informatie kan bepalen, kan hij hiervan een schatting maken.
6. De Raad hanteert als boetegrondslag een bepaald promillage van de jaaromzet. De hoogte van dit promillage is afhankelijk van de categorie waarin de betreffende overtreding is ingedeeld. De Bijlage bij dit besluit vermeldt in welke categorie die overtreding is ingedeeld. Elke categorie kent een minimumboete om te voorkomen dat het daarbij behorende promillage als gevolg van een lage jaaromzet leidt tot een te lage boetegrondslag.
[tabel]
7. Wanneer de in het vorige lid bedoelde indeling naar zijn oordeel geen passende beboeting met zich brengt, kan de Raad de naast hogere of naast lagere categorie hanteren.
8. Wanneer de jaaromzet meer dan € 500.000.000,– bedraagt, telt de Raad de omzet vanaf € 500.000.000,– tot € 1.000.000.000,– voor 10% mee en de omzet boven € 1.000.000.000,– voor 1% mee.
9. De Raad bepaalt de basisboete door de boetegrondslag te vermenigvuldigen met een factor (E) voor de ernst van de overtreding. De factor (E) vormt de weerslag van de mate waarin de overtreding de belangen heeft geschaad die de geschonden norm beoogt te beschermen, en kent drie verschillende gradaties: zeer ernstig, ernstig en minder ernstig. Al naargelang de ernst van de overtreding, hanteert de Raad voor de factor (E) een waarde van ten hoogste 5.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0033428
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl