BWBR0033004
Geldig vanaf 2022-10-19
Artikel 45
Wet financiering politieke partijen
1. Artikel 4.10, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2016is niet van toepassing op krachtens paragraaf 2van deze wet verstrekte subsidies.
2. Onze Minister zendt binnen een jaar na de dag van de stemming voor de eerste verkiezing van de Tweede Kamer der Staten-Generaal na inwerkingtreding van de Evaluatiewet Wfpp, en vervolgens telkens binnen een jaar na de dag van de stemming van daaropvolgende verkiezingen van die Kamer, aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de paragrafen 1 tot en met 5van deze wet in de praktijk.
3. Binnen drie maanden na de dag waarop een stemming als bedoeld in het tweede lid heeft plaatsgevonden, stelt Onze Minister een commissie bestaande uit onafhankelijke deskundigen in, die tot taak heeft de in het tweede lid bedoelde evaluatie uit te voeren en daarover verslag uit te brengen aan Onze Minister.
4. Indien de dag van de stemming voor een verkiezing van de Tweede Kamer der Staten-Generaal gelegen is binnen de in het tweede lid bedoelde termijn, wordt die termijn met negen maanden verlengd en strekt de evaluatie zich tevens uit tot de doeltreffendheid en de effecten van de paragrafen 1 tot en met 5van deze wet in de praktijk in relatie tot deze verkiezing.
2. Onze Minister zendt binnen een jaar na de dag van de stemming voor de eerste verkiezing van de Tweede Kamer der Staten-Generaal na inwerkingtreding van de Evaluatiewet Wfpp, en vervolgens telkens binnen een jaar na de dag van de stemming van daaropvolgende verkiezingen van die Kamer, aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de paragrafen 1 tot en met 5van deze wet in de praktijk.
3. Binnen drie maanden na de dag waarop een stemming als bedoeld in het tweede lid heeft plaatsgevonden, stelt Onze Minister een commissie bestaande uit onafhankelijke deskundigen in, die tot taak heeft de in het tweede lid bedoelde evaluatie uit te voeren en daarover verslag uit te brengen aan Onze Minister.
4. Indien de dag van de stemming voor een verkiezing van de Tweede Kamer der Staten-Generaal gelegen is binnen de in het tweede lid bedoelde termijn, wordt die termijn met negen maanden verlengd en strekt de evaluatie zich tevens uit tot de doeltreffendheid en de effecten van de paragrafen 1 tot en met 5van deze wet in de praktijk in relatie tot deze verkiezing.