BWBR0033004
Geldig vanaf 2022-10-19
Artikel 35
Wet financiering politieke partijen
1. Er is een Commissie toezicht financiën politieke partijen, hierna te noemen: de commissie.
2. De commissie bestaat uit drie leden. De leden worden door Onze Minister benoemd voor ten hoogste vier jaar. Herbenoeming kan twee maal en telkens voor ten hoogste vier jaar plaatsvinden.
3. Niet voor benoeming in aanmerking komt degene die in de periode van vier jaar voorafgaand aan het vervullen van de vacature een van de volgende ambten heeft bekleed:
a. lid van de Staten-Generaal,
b. minister;
c. staatssecretaris;
d. lid van het Europees Parlement;
e. lid van de Europese Commissie;
f. lid van provinciale staten;
g. commissaris van de Koning;
h. gedeputeerde;
i. lid van de raad van een gemeente;
j. burgemeester;
k. wethouder;
l. lid van de eilandsraad van Bonaire, Sint Eustatius of Saba;
m. Rijksvertegenwoordiger voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
n. gezaghebber van Bonaire, Sint Eustatius of Saba;
o. eilandgedeputeerde van Bonaire, Sint Eustatius of Saba;
p. lid van het algemeen bestuur of van het dagelijks bestuur van een waterschap.
4. De commissie heeft tot taak Onze Minister te adviseren over de toepassing en het toezicht op de naleving van deze wet.
5. Onze Minister stelt aan de commissie, al dan niet op verzoek, de gegevens ter beschikking die nodig zijn voor een goede vervulling van haar taak.
6. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de werkwijze van de commissie.
2. De commissie bestaat uit drie leden. De leden worden door Onze Minister benoemd voor ten hoogste vier jaar. Herbenoeming kan twee maal en telkens voor ten hoogste vier jaar plaatsvinden.
3. Niet voor benoeming in aanmerking komt degene die in de periode van vier jaar voorafgaand aan het vervullen van de vacature een van de volgende ambten heeft bekleed:
a. lid van de Staten-Generaal,
b. minister;
c. staatssecretaris;
d. lid van het Europees Parlement;
e. lid van de Europese Commissie;
f. lid van provinciale staten;
g. commissaris van de Koning;
h. gedeputeerde;
i. lid van de raad van een gemeente;
j. burgemeester;
k. wethouder;
l. lid van de eilandsraad van Bonaire, Sint Eustatius of Saba;
m. Rijksvertegenwoordiger voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
n. gezaghebber van Bonaire, Sint Eustatius of Saba;
o. eilandgedeputeerde van Bonaire, Sint Eustatius of Saba;
p. lid van het algemeen bestuur of van het dagelijks bestuur van een waterschap.
4. De commissie heeft tot taak Onze Minister te adviseren over de toepassing en het toezicht op de naleving van deze wet.
5. Onze Minister stelt aan de commissie, al dan niet op verzoek, de gegevens ter beschikking die nodig zijn voor een goede vervulling van haar taak.
6. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de werkwijze van de commissie.