BWBR0033004
Geldig vanaf 2022-10-19
Artikel 29
Wet financiering politieke partijen
1. Indien een kandidaat geplaatst op een kandidatenlijst van een politieke partij die deelneemt aan een verkiezing van de Tweede Kamer der Staten-Generaal van een gever in een kalenderjaar bijdragen heeft ontvangen van in totaal € 1.000 of meer, verstrekt de partij tussen de eenentwintigste en de veertiende dag voor de dag van de stemming voor deze verkiezing aan Onze Minister een overzicht van deze bijdragen, met daarbij de gegevens, bedoeld in artikel 21, eerste lid. Op bijdragen aan een kandidaat zijn de artikelen 21a, 23en 23avan overeenkomstige toepassing.
2. Het overzicht bevat de bijdragen die zijn ontvangen in de periode die aanvangt op 1 januari van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het jaar waarin de stemming plaatsvindt en die eindigt op de eenentwintigste dag voor de dag van stemming.
3. Onverminderd artikel 1, onder h en i, wordt voor de toepassing van dit artikel onder bijdrage aan een kandidaat verstaan een bijdrage ten bate van de politieke activiteiten of van de werkzaamheden in het kader van de verkiezingscampagne van de kandidaat.
4. Onze Minister maakt het overzicht zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk op de zevende dag voor de dag van stemming, openbaar. Van de gegevens over het adres van een natuurlijke persoon of een uiteindelijk belanghebbende, wordt uitsluitend de woonplaats openbaar gemaakt. Op verzoek van een politieke partij blijft in het overzicht openbaarmaking van de gegevens over de naam en de woonplaats van de gever, zijnde een natuurlijke persoon of een uiteindelijk belanghebbende, achterwege, indien dit naar het oordeel van Onze Minister gelet op het belang van de veiligheid van die persoon of belanghebbende is aangewezen. Artikel 25, zesde lid, is van overeenkomstige toepassing. Persoonsgegevens die in het overzicht voorkomen, worden door Onze Minister maximaal tien jaar bewaard.
5. De kandidaten verstrekken de politieke partij de benodigde gegevens.
6. Op een kandidaat als bedoeld in het eerste lid is artikel 28avan overeenkomstige toepassing.
7. Indien dit artikel een deel van het kalenderjaar op een kandidaat van toepassing is, geldt het bedrag, genoemd in het eerste lid, naar rato.
2. Het overzicht bevat de bijdragen die zijn ontvangen in de periode die aanvangt op 1 januari van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het jaar waarin de stemming plaatsvindt en die eindigt op de eenentwintigste dag voor de dag van stemming.
3. Onverminderd artikel 1, onder h en i, wordt voor de toepassing van dit artikel onder bijdrage aan een kandidaat verstaan een bijdrage ten bate van de politieke activiteiten of van de werkzaamheden in het kader van de verkiezingscampagne van de kandidaat.
4. Onze Minister maakt het overzicht zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk op de zevende dag voor de dag van stemming, openbaar. Van de gegevens over het adres van een natuurlijke persoon of een uiteindelijk belanghebbende, wordt uitsluitend de woonplaats openbaar gemaakt. Op verzoek van een politieke partij blijft in het overzicht openbaarmaking van de gegevens over de naam en de woonplaats van de gever, zijnde een natuurlijke persoon of een uiteindelijk belanghebbende, achterwege, indien dit naar het oordeel van Onze Minister gelet op het belang van de veiligheid van die persoon of belanghebbende is aangewezen. Artikel 25, zesde lid, is van overeenkomstige toepassing. Persoonsgegevens die in het overzicht voorkomen, worden door Onze Minister maximaal tien jaar bewaard.
5. De kandidaten verstrekken de politieke partij de benodigde gegevens.
6. Op een kandidaat als bedoeld in het eerste lid is artikel 28avan overeenkomstige toepassing.
7. Indien dit artikel een deel van het kalenderjaar op een kandidaat van toepassing is, geldt het bedrag, genoemd in het eerste lid, naar rato.