BWBR0032992
Geldig vanaf 2013-03-15
Artikel 4
Wpg-machtigingsbesluit RIEC’s/werkproces integrale casusanalyse
1. De verstrekking van politiegegevens als bedoeld in artikel 1en 2vindt uitsluitend plaats na een beoordeling per casus, aan de bij de concrete casus betrokken partner(s), waarbij de volgende procedure en fasering in acht wordt genomen:
• Bij binnenkomst bij een RIEC van een signaal – zijnde (een) aanwijzing(en) van één of meerdere partners in het RIEC dat bepaalde gedragingen en/of situaties mogelijk verband zouden kunnen houden met (verschijningsvormen van) georganiseerde criminaliteit zoals omschreven in het Geactualiseerd Bestuurlijk Akkoord, onder artikel 2.1 en 2.2, en in het Convenant, onder artikel 2.1 en 2.2 – wordt bij voorkeur op basis van ‘hit-no-hit’, nagegaan of de naam van de natuurlijke persoon of rechtspersoon en bijbehorend adres bij een of meer partners bekend is;
• Zo ja, dan wordt op getrapte wijze informatie vergaard van de partner(s): eerst wordt informatie verzameld uit half open bronnen (m.n. informatie van de gemeente), vervolgens uit gesloten bronnen (waaronder politiegegevens verwerkt overeenkomstig artikel 8 en 13 Wet politiegegevens); hieraan kan informatie uit open bronnen (bijv. internet) worden toegevoegd. Het signaal wordt op deze wijze opgewerkt tot een casus.
• Indien de casus aanwijzingen bevat dat er sprake is van georganiseerde criminaliteit en indien nodig geacht voor het verrichten van de integrale casusanalyse ten behoeve van het bepalen van een gezamenlijke interventiestrategie en het uitvoeren daarvan, wordt bij de regionale politie-eenheid gevraagd of er relevante gegevens aanwezig zijn welke overeenkomstig artikel 9 en/of 10 van de Wet politiegegevens worden verwerkt. Vorenstaande laat onverlet dat ook de regionale politie-eenheid op eigen initiatief, indien zij beschikt over politiegegevens welke overeenkomstig artikel 9 en/of 10 van de Wet politiegegevens zijn verwerkt en die relevant of noodzakelijk worden geacht voor de casus, deze gegevens zelfstandig kan verstrekken.
• Zo ja, en mits voldaan is aan de criteria en voorwaarden voor verstrekking zoals in deze machtiging opgenomen, ligt verstrekking van de relevante politiegegevens door de desbetreffende regionale politie-eenheid in de rede, hetgeen onverlet laat dat een zwaarwegend opsporingsbelang, de nationale veiligheid of het belang van de bescherming van de veiligheid van personen, zich in het concrete geval tegen verstrekking kan verzetten. Indien niet tot verstrekking wordt overgegaan dan wordt dit, indien mogelijk, door de regionale politie-eenheid medegedeeld en nader toegelicht.
2. De te verstrekken politiegegevens, zoals omschreven in artikel 2, betreffen uitsluitend gegevens van de volgende categorieën van personen:
a. Personen ten aanzien van wie het redelijk vermoeden bestaat dat zij de strafbare feiten, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder a, Wet politiegegevens, beramen of plegen;
b. Personen ten aanzien van wie, op basis van feiten en omstandigheden, aanwijzingen bestaan dat zij strafbare feiten beramen of plegen en wiens gegevens worden verwerkt ten behoeve van een onderzoek als bedoeld in artikel 9 Wet politiegegevens;
c. Personen ten aanzien van wie aanwijzingen bestaan van betrokkenheid bij het beramen of plegen van strafbare feiten door de onder a en b genoemde personen, zoals personen die, terzake (een transactie betreffende) een roerend of onroerend goed, in een relatie staan tot die personen of personen van wie het vermoeden bestaat dat zij op enigerlei wijze bijdragen aan versluiering of afscherming van het beramen of plegen van strafbare feiten door die personen.
• Bij binnenkomst bij een RIEC van een signaal – zijnde (een) aanwijzing(en) van één of meerdere partners in het RIEC dat bepaalde gedragingen en/of situaties mogelijk verband zouden kunnen houden met (verschijningsvormen van) georganiseerde criminaliteit zoals omschreven in het Geactualiseerd Bestuurlijk Akkoord, onder artikel 2.1 en 2.2, en in het Convenant, onder artikel 2.1 en 2.2 – wordt bij voorkeur op basis van ‘hit-no-hit’, nagegaan of de naam van de natuurlijke persoon of rechtspersoon en bijbehorend adres bij een of meer partners bekend is;
• Zo ja, dan wordt op getrapte wijze informatie vergaard van de partner(s): eerst wordt informatie verzameld uit half open bronnen (m.n. informatie van de gemeente), vervolgens uit gesloten bronnen (waaronder politiegegevens verwerkt overeenkomstig artikel 8 en 13 Wet politiegegevens); hieraan kan informatie uit open bronnen (bijv. internet) worden toegevoegd. Het signaal wordt op deze wijze opgewerkt tot een casus.
• Indien de casus aanwijzingen bevat dat er sprake is van georganiseerde criminaliteit en indien nodig geacht voor het verrichten van de integrale casusanalyse ten behoeve van het bepalen van een gezamenlijke interventiestrategie en het uitvoeren daarvan, wordt bij de regionale politie-eenheid gevraagd of er relevante gegevens aanwezig zijn welke overeenkomstig artikel 9 en/of 10 van de Wet politiegegevens worden verwerkt. Vorenstaande laat onverlet dat ook de regionale politie-eenheid op eigen initiatief, indien zij beschikt over politiegegevens welke overeenkomstig artikel 9 en/of 10 van de Wet politiegegevens zijn verwerkt en die relevant of noodzakelijk worden geacht voor de casus, deze gegevens zelfstandig kan verstrekken.
• Zo ja, en mits voldaan is aan de criteria en voorwaarden voor verstrekking zoals in deze machtiging opgenomen, ligt verstrekking van de relevante politiegegevens door de desbetreffende regionale politie-eenheid in de rede, hetgeen onverlet laat dat een zwaarwegend opsporingsbelang, de nationale veiligheid of het belang van de bescherming van de veiligheid van personen, zich in het concrete geval tegen verstrekking kan verzetten. Indien niet tot verstrekking wordt overgegaan dan wordt dit, indien mogelijk, door de regionale politie-eenheid medegedeeld en nader toegelicht.
2. De te verstrekken politiegegevens, zoals omschreven in artikel 2, betreffen uitsluitend gegevens van de volgende categorieën van personen:
a. Personen ten aanzien van wie het redelijk vermoeden bestaat dat zij de strafbare feiten, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder a, Wet politiegegevens, beramen of plegen;
b. Personen ten aanzien van wie, op basis van feiten en omstandigheden, aanwijzingen bestaan dat zij strafbare feiten beramen of plegen en wiens gegevens worden verwerkt ten behoeve van een onderzoek als bedoeld in artikel 9 Wet politiegegevens;
c. Personen ten aanzien van wie aanwijzingen bestaan van betrokkenheid bij het beramen of plegen van strafbare feiten door de onder a en b genoemde personen, zoals personen die, terzake (een transactie betreffende) een roerend of onroerend goed, in een relatie staan tot die personen of personen van wie het vermoeden bestaat dat zij op enigerlei wijze bijdragen aan versluiering of afscherming van het beramen of plegen van strafbare feiten door die personen.