De verstrekking van politiegegevens, als bedoeld in artikel 1en 2, vindt plaats op regionaal niveau door de regionale politie-eenheid aan een of meer partner(s) van het in de regio gevestigde RIEC.
Doorverstrekking van deze gegevens aan een of meer partner(s) van in een andere regio gevestigd RIEC vindt niet plaats zonder uitdrukkelijke voorafgaande toestemming van de verstrekkende regionale politie-eenheid, meer in het bijzonder de in artikel 5, eerste lid, onder e, genoemde functionarissen.
Doorverstrekking van deze gegevens aan een derde, niet zijnde een convenantpartner, vindt slechts plaats indien dit noodzakelijk is om aan een wettelijke verplichting te voldoen die rust op de betreffende convenantpartner of indien dit noodzakelijk is voor de goede vervulling van zijn taak dan wel die van de derde zijnde een bestuursorgaan en mits doorverstrekking niet onverenigbaar is met de oorspronkelijke doeleinde(n) waarvoor de gegevens door de convenantpartner zijn verkregen, e.e.a. overeenkomstig het bepaalde in
artikel 8en
9 van de Wet bescherming persoonsgegevens. Doorverstrekking vindt niet plaats zonder voorafgaande toestemming van de oorspronkelijk verstrekkende regionale politie-eenheid, meer in het bijzonder de in artikel 5, eerste lid, onder e, genoemde functionarissen. De overige partners in het betreffende RIEC worden in alle gevallen hierover geïnformeerd.