BWBR0032992
Geldig vanaf 2013-03-15
Artikel 5
Wpg-machtigingsbesluit RIEC’s/werkproces integrale casusanalyse
1. Aan de toestemming, bedoeld in artikel 1, worden de volgende voorwaarden verbonden:
a. er worden niet meer gegevens verstrekt dan noodzakelijk voor de in artikel 3 beschreven doelstellingen en voor zover de goede uitvoering van de politietaak zich daartegen niet verzet; of aan de noodzakelijkheideis is voldaan wordt per casus beoordeeld aan de hand en binnen de grenzen van de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit. Deze boordeling wordt schriftelijk vastgelegd en bewaard overeenkomstig het bepaalde in artikel 7;
b. de politiegegevens worden uitsluitend verstrekt aan personen werkzaam bij de aan de RIEC’s deelnemende partners die hiertoe zijn geautoriseerd en voor zover de autorisatie strekt;
c. de autorisatie, bedoeld in onderdeel b, wordt uitsluitend verleend na een in onderling overleg overeengekomen veiligheidsscreening van de betrokken personen;
d. de in artikel 7, tweede lid, van de Wet politiegegevens neergelegde geheimhoudingsplicht bij verstrekking van politiegegevens wordt nageleefd;
e. de verstrekking van politiegegevens vindt slechts plaats na overleg met de bevoegde functionaris, bedoeld in artikel 2:10 van het Besluit politiegegevens, en met instemming van de zaaksofficier respectievelijk de CIE-officier van justitie.
2. Bij de verstrekking van politiegegevens en verwerking daarvan door de partners in de RIEC’s worden de overige voorwaarden, zoals gesteld in het Geactualiseerd Bestuurlijk Akkoord, inclusief de bijbehorende bijlage en in het Convenant, inclusief het bijbehorende Privacyprotocol RIEC-LIEC bestel, in acht genomen, in het bijzonder de in laatstgenoemde document gestelde voorwaarden inzake beveiliging en rechtstreekse toegang tot persoonsgegevens (hoofdstuk 14), inzake informatieverstrekking aan betrokkene (hoofdstuk 16.1) en rechten van betrokkenen (hoofdstuk 16.2), en inzake bewaren en verwijderen van persoonsgegevens (hoofdstuk 18).
a. er worden niet meer gegevens verstrekt dan noodzakelijk voor de in artikel 3 beschreven doelstellingen en voor zover de goede uitvoering van de politietaak zich daartegen niet verzet; of aan de noodzakelijkheideis is voldaan wordt per casus beoordeeld aan de hand en binnen de grenzen van de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit. Deze boordeling wordt schriftelijk vastgelegd en bewaard overeenkomstig het bepaalde in artikel 7;
b. de politiegegevens worden uitsluitend verstrekt aan personen werkzaam bij de aan de RIEC’s deelnemende partners die hiertoe zijn geautoriseerd en voor zover de autorisatie strekt;
c. de autorisatie, bedoeld in onderdeel b, wordt uitsluitend verleend na een in onderling overleg overeengekomen veiligheidsscreening van de betrokken personen;
d. de in artikel 7, tweede lid, van de Wet politiegegevens neergelegde geheimhoudingsplicht bij verstrekking van politiegegevens wordt nageleefd;
e. de verstrekking van politiegegevens vindt slechts plaats na overleg met de bevoegde functionaris, bedoeld in artikel 2:10 van het Besluit politiegegevens, en met instemming van de zaaksofficier respectievelijk de CIE-officier van justitie.
2. Bij de verstrekking van politiegegevens en verwerking daarvan door de partners in de RIEC’s worden de overige voorwaarden, zoals gesteld in het Geactualiseerd Bestuurlijk Akkoord, inclusief de bijbehorende bijlage en in het Convenant, inclusief het bijbehorende Privacyprotocol RIEC-LIEC bestel, in acht genomen, in het bijzonder de in laatstgenoemde document gestelde voorwaarden inzake beveiliging en rechtstreekse toegang tot persoonsgegevens (hoofdstuk 14), inzake informatieverstrekking aan betrokkene (hoofdstuk 16.1) en rechten van betrokkenen (hoofdstuk 16.2), en inzake bewaren en verwijderen van persoonsgegevens (hoofdstuk 18).