BWBR0032514
Geldig vanaf 2013-01-01
Artikel 6
Beleidsregel boeteoplegging Brzo 1999
1. Er is sprake van recidive als dezelfde overtreding of een soortgelijke overtreding van hetzelfde artikel, artikellid of onderdeel van een artikel of artikellid als bedoeld in artikel 25, derde lid, van het Brzo 1999, aan de orde is. Het te hanteren boetenormbedrag van de op te leggen bestuurlijke boete moet binnen dezelfde boetecategorie vallen als het gehanteerde boetenormbedrag van de eerdere onherroepelijke boete. De boetecategorieën voor het bepalen van recidive van overtredingen zijn:
a. < €100.000;
b. €100.000 t/m €200.000;
c. €200.001 t/m €400.000;
d. > €400.000.
2. Bij de vaststelling of sprake is van herhaling van dezelfde of soortgelijke overtredingen wordt bij zelfstandig opererende nevenvestigingen van rechtspersonen gehandeld alsof deze afzonderlijke ondernemingen zijn.
3. Het tweede lid is niet van toepassing op ernstige overtredingen, als bedoeld in artikel 25a, derde lid, van het Brzo 1999.
a. < €100.000;
b. €100.000 t/m €200.000;
c. €200.001 t/m €400.000;
d. > €400.000.
2. Bij de vaststelling of sprake is van herhaling van dezelfde of soortgelijke overtredingen wordt bij zelfstandig opererende nevenvestigingen van rechtspersonen gehandeld alsof deze afzonderlijke ondernemingen zijn.
3. Het tweede lid is niet van toepassing op ernstige overtredingen, als bedoeld in artikel 25a, derde lid, van het Brzo 1999.