BWBR0032514
Geldig vanaf 2013-01-01
Artikel 2
Beleidsregel boeteoplegging Brzo 1999
In tabel 1 van bijlage 1van deze beleidsregel is voor elk artikel of artikellid of onderdeel waarvoor een bestuurlijke boete kan worden opgelegd op grond van artikel 25, derde lid, van het Brzo 1999, aangegeven welk type overtreding het betreft.
Tevens is in tabel 1 van bijlage 1van deze beleidsregel voor elk artikel of artikellid of onderdeel waarvoor een bestuurlijke boete kan worden opgelegd op grond van artikel 25, derde lid, van het Brzo 1999, een boetenormbedrag opgenomen. Met uitzondering van artikel 5, eerste en derde liden artikel 22, eerste lid, van het Brzo 1999worden de in de tabel 1 van bijlage 1 van deze beleidsregel opgenomen boetenormbedragen als uitgangspunt gehanteerd voor de verdere boeteberekening. Voor artikel 5, eerste en derde lid en artikel 22, eerste lid, van het Brzo 1999 zijn in tabel 2 van bijlage 2van deze beleidsregel boetenormbedragen opgenomen die als uitgangspunt voor de verdere boeteberekening worden gehanteerd.
Tevens is in tabel 1 van bijlage 1van deze beleidsregel voor elk artikel of artikellid of onderdeel waarvoor een bestuurlijke boete kan worden opgelegd op grond van artikel 25, derde lid, van het Brzo 1999, een boetenormbedrag opgenomen. Met uitzondering van artikel 5, eerste en derde liden artikel 22, eerste lid, van het Brzo 1999worden de in de tabel 1 van bijlage 1 van deze beleidsregel opgenomen boetenormbedragen als uitgangspunt gehanteerd voor de verdere boeteberekening. Voor artikel 5, eerste en derde lid en artikel 22, eerste lid, van het Brzo 1999 zijn in tabel 2 van bijlage 2van deze beleidsregel boetenormbedragen opgenomen die als uitgangspunt voor de verdere boeteberekening worden gehanteerd.