BWBR0027471
Geldig vanaf 2013-01-01
Artikel 4.13
Regeling omgevingsrecht
1. Indien de aanvraag betrekking heeft op een hogedrempelinrichting als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0036791/artikel/1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1, eerste lid, van het Besluit risico’s zware ongevallen 2015</a>, gaat zij vergezeld van die onderdelen van het veiligheidsrapport, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0036791/artikel/10" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 10 van dat besluit</a>, die betrekking hebben op de risico's voor personen buiten de inrichting en voor het milieu.
2. In een geval als bedoeld in het eerste lid vermeldt de aanvrager in of bij de aanvraag, per categorie van stoffen en mengsels genoemd in bijlage I, deel 1, bij Richtlijn 2012/18/EU van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken, houdende wijziging en vervolgens intrekking van Richtlijn 96/82/EG van de Raad (PbEU 2012, L 197) en per stof, genoemd in bijlage I, deel 2, bij voornoemde richtlijn, de maximale hoeveelheid waarvoor vergunning wordt aangevraagd.
3. Indien de aanvraag betrekking heeft op een lagedrempelinrichting als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0036791/artikel/1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1, eerste lid, van het Besluit risico’s zware ongevallen 2015</a>, verstrekt de aanvrager in of bij de aanvraag, de volgende gegevens:
a. de naam en de functie van de met de feitelijke leiding van de inrichting belaste persoon, indien deze een ander is dan degene die de inrichting drijft;
b. de aard van de in de inrichting aanwezige gevaarlijke stoffen;
c. per categorie van stoffen en mengsels, genoemd in bijlage I, deel 1, bij de richtlijn, bedoeld in het tweede lid en per stof, genoemd in bijlage I, deel 2, bij de richtlijn, bedoeld in het tweede lid: 1°. de maximale hoeveelheid waarvoor vergunning wordt gevraagd;
2°. de hoeveelheid die bij een normale bedrijfsvoering in de inrichting aanwezig is;
3°. de fysische vorm van de betrokken gevaarlijke stof of stoffen;
1°. de maximale hoeveelheid waarvoor vergunning wordt gevraagd;
2°. de hoeveelheid die bij een normale bedrijfsvoering in de inrichting aanwezig is;
3°. de fysische vorm van de betrokken gevaarlijke stof of stoffen;
d. met het oog op de vaststelling van domino-effecten, voor gevaarlijke stoffen behorend tot de categorie ontplofbaar, ontvlambaar, licht ontvlambaar of zeer licht ontvlambaar, bedoeld in bijlage I, deel 1, bij de richtlijn, genoemd in het tweede lid: 1°. een aanduiding van het grootste insluitsysteem;
2°. de maximale hoeveelheid van de betrokken gevaarlijke stof die daarin aanwezig kan zijn;
3°. een aanduiding van de betrokken gevaarlijke stof alsmede een aanduiding van de categorie waartoe die stof behoort;
4°. de plaats van het insluitsysteem in de inrichting;
5°. de druk en de temperatuur van de betrokken stoffen en preparaten in het insluitsysteem;
1°. een aanduiding van het grootste insluitsysteem;
2°. de maximale hoeveelheid van de betrokken gevaarlijke stof die daarin aanwezig kan zijn;
3°. een aanduiding van de betrokken gevaarlijke stof alsmede een aanduiding van de categorie waartoe die stof behoort;
4°. de plaats van het insluitsysteem in de inrichting;
5°. de druk en de temperatuur van de betrokken stoffen en preparaten in het insluitsysteem;
e. de activiteiten die in de inrichting worden uitgeoefend;
f. de met de onmiddellijke omgeving van de inrichting samenhangende omstandigheden die een zwaar ongeval kunnen veroorzaken of de gevolgen daarvan ernstiger kunnen maken.
2. In een geval als bedoeld in het eerste lid vermeldt de aanvrager in of bij de aanvraag, per categorie van stoffen en mengsels genoemd in bijlage I, deel 1, bij Richtlijn 2012/18/EU van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken, houdende wijziging en vervolgens intrekking van Richtlijn 96/82/EG van de Raad (PbEU 2012, L 197) en per stof, genoemd in bijlage I, deel 2, bij voornoemde richtlijn, de maximale hoeveelheid waarvoor vergunning wordt aangevraagd.
3. Indien de aanvraag betrekking heeft op een lagedrempelinrichting als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0036791/artikel/1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1, eerste lid, van het Besluit risico’s zware ongevallen 2015</a>, verstrekt de aanvrager in of bij de aanvraag, de volgende gegevens:
a. de naam en de functie van de met de feitelijke leiding van de inrichting belaste persoon, indien deze een ander is dan degene die de inrichting drijft;
b. de aard van de in de inrichting aanwezige gevaarlijke stoffen;
c. per categorie van stoffen en mengsels, genoemd in bijlage I, deel 1, bij de richtlijn, bedoeld in het tweede lid en per stof, genoemd in bijlage I, deel 2, bij de richtlijn, bedoeld in het tweede lid: 1°. de maximale hoeveelheid waarvoor vergunning wordt gevraagd;
2°. de hoeveelheid die bij een normale bedrijfsvoering in de inrichting aanwezig is;
3°. de fysische vorm van de betrokken gevaarlijke stof of stoffen;
1°. de maximale hoeveelheid waarvoor vergunning wordt gevraagd;
2°. de hoeveelheid die bij een normale bedrijfsvoering in de inrichting aanwezig is;
3°. de fysische vorm van de betrokken gevaarlijke stof of stoffen;
d. met het oog op de vaststelling van domino-effecten, voor gevaarlijke stoffen behorend tot de categorie ontplofbaar, ontvlambaar, licht ontvlambaar of zeer licht ontvlambaar, bedoeld in bijlage I, deel 1, bij de richtlijn, genoemd in het tweede lid: 1°. een aanduiding van het grootste insluitsysteem;
2°. de maximale hoeveelheid van de betrokken gevaarlijke stof die daarin aanwezig kan zijn;
3°. een aanduiding van de betrokken gevaarlijke stof alsmede een aanduiding van de categorie waartoe die stof behoort;
4°. de plaats van het insluitsysteem in de inrichting;
5°. de druk en de temperatuur van de betrokken stoffen en preparaten in het insluitsysteem;
1°. een aanduiding van het grootste insluitsysteem;
2°. de maximale hoeveelheid van de betrokken gevaarlijke stof die daarin aanwezig kan zijn;
3°. een aanduiding van de betrokken gevaarlijke stof alsmede een aanduiding van de categorie waartoe die stof behoort;
4°. de plaats van het insluitsysteem in de inrichting;
5°. de druk en de temperatuur van de betrokken stoffen en preparaten in het insluitsysteem;
e. de activiteiten die in de inrichting worden uitgeoefend;
f. de met de onmiddellijke omgeving van de inrichting samenhangende omstandigheden die een zwaar ongeval kunnen veroorzaken of de gevolgen daarvan ernstiger kunnen maken.