BWBR0031837
Geldig vanaf 2015-07-25
Artikel 6.2
Mandaatbesluit BZK 2012
Onverminderd dit besluit, heeft het mandaat van de directeur in ieder geval betrekking op:
a. het werkterrein van de directeur en de onder de directeur ressorterende functionarissen en dienstonderdelen en het uitoefenen van integraal management dienaangaande met inbegrip van aangelegenheden op organisatorisch, personeel, financieel en materieel gebied;
b. het leiding geven aan de rechtstreeks onder de directeur ressorterende functionarissen;
c. het optreden als bestuurder in de zin van de Wet op de ondernemingsraden in het overleg met de ondernemingsraad van het desbetreffende dienstonderdeel, voor zover het diensthoofd niet als zodanig optreedt;
d. het vertegenwoordigen van de Minister namens de Staat in gerechtelijke procedures waarbij het dienstonderdeel is betrokken;
e. het afnemen van de eed of de belofte van ambtenaren bij het dienstonderdeel waarover de directeur de leiding voert voor zover het een buitendienst, agentschap of baten-lastendienst betreft.
f. het beslissen op bezwaarschriften gericht tegen besluiten inzake aangelegenheden die behoren tot zijn werkterrein, en met uitzondering van die besluiten die door de Minister, de Secretaris-generaal, het diensthoofd of de directeur zijn genomen, voor zover in wet- en regelgeving niet anders is bepaald.
a. het werkterrein van de directeur en de onder de directeur ressorterende functionarissen en dienstonderdelen en het uitoefenen van integraal management dienaangaande met inbegrip van aangelegenheden op organisatorisch, personeel, financieel en materieel gebied;
b. het leiding geven aan de rechtstreeks onder de directeur ressorterende functionarissen;
c. het optreden als bestuurder in de zin van de Wet op de ondernemingsraden in het overleg met de ondernemingsraad van het desbetreffende dienstonderdeel, voor zover het diensthoofd niet als zodanig optreedt;
d. het vertegenwoordigen van de Minister namens de Staat in gerechtelijke procedures waarbij het dienstonderdeel is betrokken;
e. het afnemen van de eed of de belofte van ambtenaren bij het dienstonderdeel waarover de directeur de leiding voert voor zover het een buitendienst, agentschap of baten-lastendienst betreft.
f. het beslissen op bezwaarschriften gericht tegen besluiten inzake aangelegenheden die behoren tot zijn werkterrein, en met uitzondering van die besluiten die door de Minister, de Secretaris-generaal, het diensthoofd of de directeur zijn genomen, voor zover in wet- en regelgeving niet anders is bepaald.