BWBR0031761
Geldig vanaf 2012-07-07
Artikel 2
Regeling vaststelling bedragen, bandbreedtes, verdeelsleutels en tarieven 2012 Wet op het financieel toezicht
1. Als nadere categorie, bedoeld in artikel 7, tweede lid, van het besluit, wordt vastgesteld de categorie wisselinstellingen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:54i van de wet.
2. Ter bepaling van de door DNB in rekening te brengen tarieven, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het besluit, worden voor de volgende categorieën financiële ondernemingen, bedoeld in artikel 7 van het besluit, de volgende maatstaven vastgesteld:
a. clearinginstellingen: de minimumomvang van het toetsingsvermogen, berekend conform de regels die op grond van artikel 3:57 van de wet zijn gesteld;
b. banken en overige ondernemingen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel b, onder 1°, van het besluit: de minimumomvang van het toetsingsvermogen, berekend conform de regels die op grond van artikel 3:57 van de wet zijn vastgesteld;
c. banken als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel b, onder 2°, van het besluit: de minimumomvang van het toetsingsvermogen, berekend conform de regels die op grond van artikel 3:57 van de wet zijn vastgesteld;
d. banken als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel b, onder 3°, van het besluit: de minimumomvang van het toetsingsvermogen, berekend conform de regels die op grond van artikel 3:57 van de wet zijn vastgesteld;
e. banken met een zetel in een andere lidstaat die hun bedrijf vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor mogen uitoefenen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel b, onder 4°, van het besluit: de vereiste liquiditeit, berekend conform de regels die bij of krachtens artikel 3:63 van de wet zijn vastgesteld;
f. zorgverzekeraars als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel d, van het besluit: aantal verzekerden als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van de Zorgverzekeringswet;
g. verzekeraars als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel e, van het besluit: het bruto premie-inkomen;
h. beheerders als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel f, onder 1°, van het besluit: het gezamenlijk balanstotaal van de beleggingsinstellingen waarover beheer wordt gevoerd;
i. beheerders als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel f, onder 2°, van het besluit: het gezamenlijk balanstotaal van de beleggingsinstellingen waarover beheer wordt gevoerd;
j. beleggingsmaatschappijen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel g, van het besluit: het balanstotaal;
k. beleggingsondernemingen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel h, onder 1°, van het besluit: het aantal in Nederland werkzame personen dat door de desbetreffende onderneming belast is met het verrichten van transacties in financiële instrumenten, waarbij het aantal deeltijdmedewerkers wordt omgerekend naar voltijd;
l. beleggingsondernemingen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel h, onder 3°, van het besluit: het type vergunning voor het verlenen van beleggingsdiensten als bedoeld in artikel 1:1 van de wet en het aantal effectenrekeningen bij of in beheer bij de desbetreffende instelling;
m. betaaldienstverleners als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel i, onder 1°, van het besluit: de provisie- en commissie-inkomsten;
n. wisselinstellingen als bedoeld in het eerste lid: de provisie- en commissie-inkomsten;
o. elektronischgeldinstellingen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel m, van het besluit: de provisie- en commissie-inkomsten.
2. Ter bepaling van de door DNB in rekening te brengen tarieven, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het besluit, worden voor de volgende categorieën financiële ondernemingen, bedoeld in artikel 7 van het besluit, de volgende maatstaven vastgesteld:
a. clearinginstellingen: de minimumomvang van het toetsingsvermogen, berekend conform de regels die op grond van artikel 3:57 van de wet zijn gesteld;
b. banken en overige ondernemingen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel b, onder 1°, van het besluit: de minimumomvang van het toetsingsvermogen, berekend conform de regels die op grond van artikel 3:57 van de wet zijn vastgesteld;
c. banken als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel b, onder 2°, van het besluit: de minimumomvang van het toetsingsvermogen, berekend conform de regels die op grond van artikel 3:57 van de wet zijn vastgesteld;
d. banken als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel b, onder 3°, van het besluit: de minimumomvang van het toetsingsvermogen, berekend conform de regels die op grond van artikel 3:57 van de wet zijn vastgesteld;
e. banken met een zetel in een andere lidstaat die hun bedrijf vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor mogen uitoefenen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel b, onder 4°, van het besluit: de vereiste liquiditeit, berekend conform de regels die bij of krachtens artikel 3:63 van de wet zijn vastgesteld;
f. zorgverzekeraars als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel d, van het besluit: aantal verzekerden als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van de Zorgverzekeringswet;
g. verzekeraars als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel e, van het besluit: het bruto premie-inkomen;
h. beheerders als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel f, onder 1°, van het besluit: het gezamenlijk balanstotaal van de beleggingsinstellingen waarover beheer wordt gevoerd;
i. beheerders als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel f, onder 2°, van het besluit: het gezamenlijk balanstotaal van de beleggingsinstellingen waarover beheer wordt gevoerd;
j. beleggingsmaatschappijen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel g, van het besluit: het balanstotaal;
k. beleggingsondernemingen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel h, onder 1°, van het besluit: het aantal in Nederland werkzame personen dat door de desbetreffende onderneming belast is met het verrichten van transacties in financiële instrumenten, waarbij het aantal deeltijdmedewerkers wordt omgerekend naar voltijd;
l. beleggingsondernemingen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel h, onder 3°, van het besluit: het type vergunning voor het verlenen van beleggingsdiensten als bedoeld in artikel 1:1 van de wet en het aantal effectenrekeningen bij of in beheer bij de desbetreffende instelling;
m. betaaldienstverleners als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel i, onder 1°, van het besluit: de provisie- en commissie-inkomsten;
n. wisselinstellingen als bedoeld in het eerste lid: de provisie- en commissie-inkomsten;
o. elektronischgeldinstellingen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel m, van het besluit: de provisie- en commissie-inkomsten.