BWBR0031514
Geldig vanaf 2012-04-28
Artikel 17
Beheersregeling documentaire informatieverzorging Infrastructuur en Waterstaat
Het hoofd van een archiefvormend orgaan is er verantwoordelijk voor dat van digitale records, naast de in artikel 4en 5genoemde registratiekenmerken ten minste de volgende kenmerken worden vastgelegd en bewaard:
1. de oorspronkelijke technische aard van de digitale records, alsmede van de hard- en softwareomgeving daarvan;
2. de actuele technische aard van de digitale records, alsmede van de hard- en softwareomgeving daarvan;
3. voor zover gebruik is gemaakt van de digitale handtekening: a) de houder van de digitale handtekening;
b) het moment van validiteit van de digitale handtekening;
c) de voor validatie verantwoordelijke functionaris;
d) voor zover bekend ten tijde van het werkproces: de identificatie van het certificaat van de digitale handtekening.
a) de houder van de digitale handtekening;
b) het moment van validiteit van de digitale handtekening;
c) de voor validatie verantwoordelijke functionaris;
d) voor zover bekend ten tijde van het werkproces: de identificatie van het certificaat van de digitale handtekening.
4. Het hoofd van een archiefvormend orgaan legt de functionele eisen vast ten aanzien van: a) de inhoud, vorm en structuur van digitale records, zoals bedoeld in artikel 5 van de beheersregeling;
b) het gedrag, voor zover dit noodzakelijk is voor het waarborgen van de authenticiteit van de digitale records.
a) de inhoud, vorm en structuur van digitale records, zoals bedoeld in artikel 5 van de beheersregeling;
b) het gedrag, voor zover dit noodzakelijk is voor het waarborgen van de authenticiteit van de digitale records.
1. de oorspronkelijke technische aard van de digitale records, alsmede van de hard- en softwareomgeving daarvan;
2. de actuele technische aard van de digitale records, alsmede van de hard- en softwareomgeving daarvan;
3. voor zover gebruik is gemaakt van de digitale handtekening: a) de houder van de digitale handtekening;
b) het moment van validiteit van de digitale handtekening;
c) de voor validatie verantwoordelijke functionaris;
d) voor zover bekend ten tijde van het werkproces: de identificatie van het certificaat van de digitale handtekening.
a) de houder van de digitale handtekening;
b) het moment van validiteit van de digitale handtekening;
c) de voor validatie verantwoordelijke functionaris;
d) voor zover bekend ten tijde van het werkproces: de identificatie van het certificaat van de digitale handtekening.
4. Het hoofd van een archiefvormend orgaan legt de functionele eisen vast ten aanzien van: a) de inhoud, vorm en structuur van digitale records, zoals bedoeld in artikel 5 van de beheersregeling;
b) het gedrag, voor zover dit noodzakelijk is voor het waarborgen van de authenticiteit van de digitale records.
a) de inhoud, vorm en structuur van digitale records, zoals bedoeld in artikel 5 van de beheersregeling;
b) het gedrag, voor zover dit noodzakelijk is voor het waarborgen van de authenticiteit van de digitale records.