1. Voor wat betreft de toepassing van
artikel 53 van het besluitzijn ingevolge
artikel 3 van het besluituitgezonderd vaartuigen die, gezien hun type en bouwwijze, geschikt zijn en gebruikt worden voor:
a. het vervoer van containers;
b. het vervoer van lading die op en van het schip kan worden gereden, stukgoed, bijzonder of zwaar transport, dan wel grote apparaten;
c. de levering van brandstoffen, drinkwater en boordvoorraden aan zee- en binnenschepen door bevoorradingsschepen;
d. de verzameling van olie- en vethoudende scheepsafvalstoffen;
e. het vervoer van vloeibare gassen (ADN, type G);
f. het vervoer van zwavel in vloeibare toestand, bij 180°C of meer, cementpoeder, vliegas, en daarmee vergelijkbare goederen die als stortgoed of als verpompbare lading worden vervoerd en waarbij gebruik wordt gemaakt van een systeem voor het laden, lossen en opslaan aan boord dat uitsluitend voor de betreffende goederensoort geëigend is en
g. het vervoer van zand, grind of baggerspecie vanaf de baggerput of winlocatie naar een loslocatie, voor zover het betreffende schip uitsluitend gebouwd en ingericht is voor dit vervoer;
een en ander indien het schip de genoemde goederen of ladingen ook daadwerkelijk vervoert of als laatste lading heeft vervoerd en niet meerdere soorten lading tegelijkertijd vervoert of als laatste lading heeft vervoerd.
2. Voor wat betreft de toepassing van
artikel 53 van het besluitzijn ingevolge
artikel 3 van het besluitvoorts uitgezonderd vaartuigen voor zover die een lading lossen in een zeeschip, indien dat door de schipper kan worden gestaafd met desbetreffende vervoersdocumenten.