BWBR0030304
Geldig vanaf 2011-07-30
Artikel 2
Besluit mandaat, volmacht en machtiging Algemene Zaken
1. Aan de minister is voorbehouden de bevoegdheid tot het nemen van besluiten, het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen, neergelegd in een document, gericht tot:
a. de Koningin;
b. de Raad van Ministers (van het Koninkrijk) of een daaruit gevormde onderraad of commissie;
c. een minister of staatssecretaris;
d. een autoriteit in binnen- of buitenland, gelijk of hoger in rang dan een minister of staatssecretaris;
e. de Voorzitters van de Eerste Kamer, Tweede Kamer en verenigde vergadering der Staten-Generaal en de voorzitters van uit de Eerste Kamer, Tweede Kamer of de verenigde vergadering gevormde commissies;
f. de Raad van State (van het Koninkrijk);
g. de Algemene Rekenkamer.
2. Aan de minister blijft tevens voorbehouden de bevoegdheid tot het verrichten van andere handelingen dan het nemen van een besluit of een privaatrechtelijke rechtshandeling ten aanzien van degenen genoemd in het eerste lid.
3. Het tweede lid is niet van toepassing op handelingen met een louter informatief karakter ten aanzien van degenen genoemd in het eerste lid, onder b, c, f en g.
a. de Koningin;
b. de Raad van Ministers (van het Koninkrijk) of een daaruit gevormde onderraad of commissie;
c. een minister of staatssecretaris;
d. een autoriteit in binnen- of buitenland, gelijk of hoger in rang dan een minister of staatssecretaris;
e. de Voorzitters van de Eerste Kamer, Tweede Kamer en verenigde vergadering der Staten-Generaal en de voorzitters van uit de Eerste Kamer, Tweede Kamer of de verenigde vergadering gevormde commissies;
f. de Raad van State (van het Koninkrijk);
g. de Algemene Rekenkamer.
2. Aan de minister blijft tevens voorbehouden de bevoegdheid tot het verrichten van andere handelingen dan het nemen van een besluit of een privaatrechtelijke rechtshandeling ten aanzien van degenen genoemd in het eerste lid.
3. Het tweede lid is niet van toepassing op handelingen met een louter informatief karakter ten aanzien van degenen genoemd in het eerste lid, onder b, c, f en g.