BWBR0030304
Geldig vanaf 2011-07-30
Artikel 11
Besluit mandaat, volmacht en machtiging Algemene Zaken
1. Ondertekening door de secretaris-generaal van een document krachtens mandaat of volmacht luidt als volgt:
DE MINISTER-PRESIDENT,
Minister van Algemene Zaken,
namens deze:
De Secretaris-Generaal,
(handtekening)
(naam)
2. Ondertekening door andere functionarissen van een document krachtens mandaat of volmacht luidt als volgt:
DE MINISTER-PRESIDENT,
Minister van Algemene Zaken,
namens deze,
(handtekening)
(naam)
(functie)
3. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op digitale besluiten die worden genomen via het P-Direktportaal.
4. Indien afwezigheid of ontstentenis van de minister eraan in de weg staat dat een door de minister genomen besluit door hem wordt ondertekend, kan, tenzij een wettelijk voorschrift of de aard van de bevoegdheid zich ertegen verzet, een besluit namens de minister worden ondertekend door de secretaris-generaal. In dit geval geschiedt het ondertekenen als volgt:
DE MINISTER-PRESIDENT,
Minister van Algemene Zaken,
namens deze,
overeenkomstig het door de Minister-President, Minister van Algemene Zaken, genomen besluit,
gevolgd door de handtekening, naam en functie van de secretaris-generaal.
5. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de ondertekening van een document krachtens machtiging, tenzij uit de aard en de inhoud van het document reeds voldoende blijkt dat het namens de minister-president, minister van Algemene Zaken, is opgesteld. In dat geval luidt de ondertekening als volgt:
(handtekening)
(naam)
(functie)
6. Een document als bedoeld in het eerste, tweede, vierde of vijfde lid wordt opgesteld conform de vastgestelde rijksbrede huisstijl.
DE MINISTER-PRESIDENT,
Minister van Algemene Zaken,
namens deze:
De Secretaris-Generaal,
(handtekening)
(naam)
2. Ondertekening door andere functionarissen van een document krachtens mandaat of volmacht luidt als volgt:
DE MINISTER-PRESIDENT,
Minister van Algemene Zaken,
namens deze,
(handtekening)
(naam)
(functie)
3. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op digitale besluiten die worden genomen via het P-Direktportaal.
4. Indien afwezigheid of ontstentenis van de minister eraan in de weg staat dat een door de minister genomen besluit door hem wordt ondertekend, kan, tenzij een wettelijk voorschrift of de aard van de bevoegdheid zich ertegen verzet, een besluit namens de minister worden ondertekend door de secretaris-generaal. In dit geval geschiedt het ondertekenen als volgt:
DE MINISTER-PRESIDENT,
Minister van Algemene Zaken,
namens deze,
overeenkomstig het door de Minister-President, Minister van Algemene Zaken, genomen besluit,
gevolgd door de handtekening, naam en functie van de secretaris-generaal.
5. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de ondertekening van een document krachtens machtiging, tenzij uit de aard en de inhoud van het document reeds voldoende blijkt dat het namens de minister-president, minister van Algemene Zaken, is opgesteld. In dat geval luidt de ondertekening als volgt:
(handtekening)
(naam)
(functie)
6. Een document als bedoeld in het eerste, tweede, vierde of vijfde lid wordt opgesteld conform de vastgestelde rijksbrede huisstijl.