1. Onverminderd artikel 5hebben het mandaat, de volmacht en de machtiging van de secretaris-generaal, genoemd in artikel 3, in ieder geval betrekking op:
a. aangelegenheden die behoren tot het werkterrein van meer dan één onder de secretaris-generaal ressorterende dienst of aangelegenheden die behoren tot het werkterrein van diensten die zowel onder de secretaris-generaal als de plaatsvervangend secretaris-generaal ressorteren;
b. het rechtstreeks leiding geven aan de onder de secretaris-generaal ressorterende diensthoofden en overige rechtstreeks onder de secretaris-generaal ressorterende functionarissen;
c. aangelegenheden met betrekking tot de hoofdlijnen van het binnen het ministerie te voeren personeelsbeleid, waaronder begrepen: 1°. het voeren van overleg met de centrales van overheidspersoneel;
2°. het voeren van overleg met de ondernemingsraad;
1°. het voeren van overleg met de centrales van overheidspersoneel;
2°. het voeren van overleg met de ondernemingsraad;
d. beslissingen over aanstelling, schorsing en ontslag van individuele onder de secretaris-generaal ressorterende functionarissen in schaal 15 en hoger, met dien verstande dat vooraf overleg met de minister plaatsvindt en de geldende wet- en regelgeving ten aanzien van de Algemene Bestuursdienst in acht wordt genomen;
e. het volledig ter beschikking stellen van individuele functionarissen en secretariële voorzieningen ten behoeve van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en de kabinets(in)formatie;
f. het budgethouderschap als bedoeld in artikel 22, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2001;
g. aangelegenheden betreffende de hoofdlijnen van het binnen het ministerie te voeren financiële beleid, waaronder begrepen: 1°. het vaststellen van tarieven en kostprijzen, alsmede afwijkingen daarvan;
2°. aangelegenheden waarbij wordt afgeweken van goedgekeurde prestatieplannen;
1°. het vaststellen van tarieven en kostprijzen, alsmede afwijkingen daarvan;
2°. aangelegenheden waarbij wordt afgeweken van goedgekeurde prestatieplannen;
h. aangelegenheden betreffende de uitvoering van de door de minister vastgestelde topstructuur van het ministerie, waaronder begrepen de daarbij behorende formatie;
i. aangelegenheden betreffende de hoofdlijnen van het binnen het ministerie te voeren beleid inzake informatie, waaronder begrepen de beveiliging van de informatievoorziening;
j. aangelegenheden betreffende de hoofdlijnen van het beleid inzake huisvesting van het ministerie, waaronder begrepen: 1°. het beleid inzake verwerving, afstoting, exploitatie en onderhoud van gebouwen van het ministerie;
2°. het beleid inzake post- en archiefzaken;
3°. het beleid inzake vervoer en beveiliging van personen en gebouwen;
1°. het beleid inzake verwerving, afstoting, exploitatie en onderhoud van gebouwen van het ministerie;
2°. het beleid inzake post- en archiefzaken;
3°. het beleid inzake vervoer en beveiliging van personen en gebouwen;
k. aangelegenheden op het gebied van de Wet openbaarheid van bestuur, waaronder begrepen het beslissen op bezwaarschriften;
l. aangelegenheden betreffende de hoofdlijnen van het beleid binnen het ministerie op het terrein van wetgeving en juridische zaken;
m. het beslissen op bezwaarschriften tegen besluiten van of namens de minister met betrekking tot een personele aangelegenheid van onder de secretaris-generaal ressorterende dienst;
n. het behandelen van beroepschriften en vertegenwoordigen van de minister namens de Staat in gerechtelijke procedures waarbij het ministerie is betrokken, met uitsluiting van de personele aangelegenheden van diensten en functionarissen die onder de plaatsvervangend secretaris-generaal ressorteren;
o. het behandelen van klachten ingevolge een wettelijke regeling met betrekking tot het klachtrecht.
2. Onverminderd artikel 5hebben het mandaat, de volmacht en de machtiging van de plaatsvervangend secretaris-generaal, genoemd in artikel 3, in ieder geval betrekking op:
a. aangelegenheden die behoren tot het werkterrein van meer dan één onder de plaatsvervangend secretaris-generaal ressorterende diensten;
b. het rechtstreeks leiding geven aan de onder de plaatsvervangend secretaris-generaal ressorterende diensthoofden en overige rechtstreeks onder de plaatsvervangend secretaris-generaal ressorterende functionarissen;
c. beslissingen over aanstelling, schorsing en ontslag van individuele onder de plaatsvervangend secretaris-generaal ressorterende functionarissen in schaal 15 en hoger, met dien verstande dat vooraf overleg met de minister plaatsvindt en de geldende wet- en regelgeving ten aanzien van de Algemene Bestuursdienst in acht wordt genomen.
d. Het beslissen op bezwaarschriften tegen besluiten van of namens de minister met betrekking tot een personele aangelegenheid van onder de plaatsvervangend secretaris-generaal ressorterende dienst.
e. Het behandelen van beroepschriften en het vertegenwoordigen van de minister inzake personele aangelegenheden van onder de plaatsvervangend secretaris-generaal ressorterende diensten en functionarissen.