Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. de Minister: de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
b. het College bouw: het College bouw zorginstellingen, genoemd in de Wet toelating zorginstellingen;
c. het College sanering: het College sanering zorginstellingen, genoemd in de Wet toelating zorginstellingen;
d. het Zorginstituut: het Zorginstituut Nederland, genoemd in artikel 58, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet;
e. de zorgautoriteit: de Nederlandse Zorgautoriteit, genoemd in de Wet marktordening gezondheidszorg;
f. het ARAR: het Algemeen Rijksambtenarenreglement;
g. het BBRA 1984: het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984;
h. de Kaderwet: de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen;
i. het CAK: het CAK, genoemd in artikel 6.1.1 van de Wet langdurige zorg;
j. het CIZ: het CIZ, genoemd in artikel 7.1.1. van de Wet langdurige zorg.
a. de Minister: de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
b. het College bouw: het College bouw zorginstellingen, genoemd in de Wet toelating zorginstellingen;
c. het College sanering: het College sanering zorginstellingen, genoemd in de Wet toelating zorginstellingen;
d. het Zorginstituut: het Zorginstituut Nederland, genoemd in artikel 58, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet;
e. de zorgautoriteit: de Nederlandse Zorgautoriteit, genoemd in de Wet marktordening gezondheidszorg;
f. het ARAR: het Algemeen Rijksambtenarenreglement;
g. het BBRA 1984: het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984;
h. de Kaderwet: de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen;
i. het CAK: het CAK, genoemd in artikel 6.1.1 van de Wet langdurige zorg;
j. het CIZ: het CIZ, genoemd in artikel 7.1.1. van de Wet langdurige zorg.