1. De bezoldiging van de voorzitter bedraagt maximaal de bezoldiging van een lid van de topmanagementgroep van een departement van algemeen bestuur als bedoeld in
Bijlage A van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, hierna BBRA, met dien verstande dat deze bezoldiging geldt voor een veertig-urige werkweek.
2. De bezoldiging van een bestuurslid bedraagt maximaal schaal 17 van het
BBRA, met dien verstande dat deze bezoldiging geldt voor een veertig-urige werkweek.
3. De voorzitter en de leden hebben recht op een vakantie-uitkering overeenkomstig de artikelen 21 en 22 van het BBRA. De opbouw van vakantie-uren, de opname en het overboeken daarvan naar een volgend jaar vinden plaats overeenkomstig de
artikelen 22en
23 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement.
4. De voorzitter en de leden hebben recht op een eindejaarsuitkering overeenkomstig
artikel 20a van het BBRA.
5. De bezoldiging, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt uitbetaald in gelijke maandelijkse termijnen. De vakantie- en eindejaarsuitkering worden eens per jaar uitbetaald, in de maanden mei respectievelijk december van ieder jaar.
6. De voorzitter en de leden worden aangemeld als volwaardig deelnemer bij het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds.