BWBR0029459
Geldig vanaf 2011-01-25
Artikel 4
Regeling vaststelling bedragen 2011 ex artikelen 2 en 3 Besluit bekostiging financieel toezicht
1. Het bedrag, bedoeld in artikel 2, tweede lid van het besluit, wordt vastgesteld op € 0 per persoon van wie de deskundigheid op grond van artikel 3:8 van de wetdient te worden vastgesteld. Dit tarief wordt door DNB geheven.
2. Het bedrag, bedoeld in artikel 2, tweede lid van het besluit, wordt vastgesteld op €0 per persoon van wie de betrouwbaarheid op grond van artikel 3:9 van de wetdient te worden vastgesteld. Dit tarief wordt door DNB geheven.
3. De bedragen, bedoeld in artikel 3, worden vermeerderd met een bedrag van € 1.200 per persoon van wie de betrouwbaarheid op grond van artikel 4:10 van de wetdient te worden vastgesteld ten behoeve van de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning of tot de verklaring van geen bezwaar. Dit tarief wordt door de AFM geheven.
4. Het bedrag, bedoeld in artikel 3, eerste lid, aanhef en onderdeel a, wordt vermeerderd met een bedrag van € 3.500 per persoon van wie de deskundigheid op grond van artikel 4:9 van de wetdient te worden vastgesteld ten behoeve van de behandeling van de aanvraag tot verlening van de vergunning. Dit tarief wordt door de AFM geheven.
5. Het bedrag, bedoeld in artikel 3, eerste lid, aanhef en de onderdelen h tot en met s en w, wordt vermeerderd met een bedrag van € 1.050 per persoon van wie de deskundigheid op grond van artikel 4:9 van de wetdient te worden vastgesteld ten behoeve van de behandeling van de aanvraag tot verlening van de vergunning. Dit tarief wordt door de AFM geheven.
6. Het bedrag, bedoeld in artikel 3, eerste lid, aanhef en de onderdelen c en e, worden vermeerderd met een bedrag van € 1.700 per persoon van wie de deskundigheid op grond van artikel 4:9 van de wetdient te worden vastgesteld ten behoeve van de behandeling van de aanvraag tot verlening van de vergunning. Dit tarief wordt door de AFM geheven.
7. Het bedrag, bedoeld in artikel 3, vierde lid, wordt vermeerderd met een bedrag van € 1.700 per persoon van wie de deskundigheid op grond van artikel 4:9 van de wet dient te worden vastgesteld te behoeve van de behandeling van de aanvraag tot verlening van een verklaring van ondertoezichtstelling.
8. Het bedrag, bedoeld in artikel 3, eerste lid, aanhef en onderdelen t tot en met v en y tot en met dd, wordt telkens vermeerderd met een bedrag van € 1.700 per persoon van wie de deskundigheid op grond van artikel 4:9 van de wetdient te worden vastgesteld ten behoeve van de behandeling van de aanvraag tot verlening van de vergunning. Dit tarief wordt door de AFM geheven.
9. Het bedrag, bedoeld in artikel 2, derde lid, van het besluit, wordt vastgesteld op:
a. € 1.050 per persoon van wie de betrouwbaarheid op grond van artikel 3:9 van de wet dient te worden vastgesteld. Dit tarief wordt door DNB geheven;
b. € 2.000 per persoon van wie de deskundigheid op grond van artikel 3:8 van de wet dient te worden vastgesteld. Dit tarief wordt door DNB geheven;
c. in afwijking van onderdeel b € 800 per persoon in geval van een elektronischgeldinstelling, betaaldienstverlener, natura-uitvaartverzekeraar of vrijgestelde onderlinge waarborgmaatschappij;
d. € 1.200 voor een toetsing van de betrouwbaarheid van een persoon als bedoeld in artikel 4:10 van de wet. Dit tarief wordt door de AFM geheven;
e. € 3.500 voor een toetsing van de deskundigheid van een persoon als bedoeld in artikel 4:9 van de wet die het dagelijks beleid bepaalt van een aanbieder van beleggingsobjecten als bedoeld in artikel 2:55, eerste lid, van de wet. Dit tarief wordt door de AFM geheven;
f. € 1.700 voor een toetsing van de deskundigheid van een persoon als bedoeld in artikel 4:9 van de wet die het dagelijks beleid bepaalt van een aanbieder van krediet als bedoeld in artikel 2:60, eerste lid, van de wet, van een beheerder of bewaarder als bedoeld in artikel 2:67, eerste lid, van de wet, van een beleggingsmaatschappij als bedoeld in artikel 2:68, eerste lid, van de wet of van een beheerder of beleggingsmaatschappij als bedoeld in artikel 2:69a, eerste lid, van de wet. Dit tarief wordt door de AFM geheven;
g. € 1.700 voor een toetsing van de deskundigheid van een persoon als bedoeld in artikel 4:9 van de wet die het dagelijks beleid bepaalt van een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 2:96 van de wet, voor zover het niet betreft een beleggingsonderneming die ingevolge artikel 11, vierde lid, van de Vrijstellingsregeling Wft, is vrijgesteld van artikel 2:99, eerste lid, onderdelen c, d en f tot en met j, van de wet. Dit tarief wordt door de AFM geheven;
h. € 1.050 voor een toetsing van de deskundigheid van een persoon als bedoeld in artikel 4:9 van de wet die het dagelijks beleid bepaalt van een financiële dienstverlener die geen aanbieder van beleggingsobjecten of aanbieder van krediet is. Dit tarief wordt door de AFM geheven;
i. € 1.050 voor een toetsing van de deskundigheid van een persoon als bedoeld in artikel 4:9 van de wet die het dagelijks beleid bepaalt van een beleggingsonderneming die ingevolge artikel 11, vierde lid, van de Vrijstellingsregeling Wft, is vrijgesteld van artikel 2:99, eerste lid, onderdelen c, d en f tot en met j, van de wet. Dit tarief wordt door de AFM geheven.
2. Het bedrag, bedoeld in artikel 2, tweede lid van het besluit, wordt vastgesteld op €0 per persoon van wie de betrouwbaarheid op grond van artikel 3:9 van de wetdient te worden vastgesteld. Dit tarief wordt door DNB geheven.
3. De bedragen, bedoeld in artikel 3, worden vermeerderd met een bedrag van € 1.200 per persoon van wie de betrouwbaarheid op grond van artikel 4:10 van de wetdient te worden vastgesteld ten behoeve van de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning of tot de verklaring van geen bezwaar. Dit tarief wordt door de AFM geheven.
4. Het bedrag, bedoeld in artikel 3, eerste lid, aanhef en onderdeel a, wordt vermeerderd met een bedrag van € 3.500 per persoon van wie de deskundigheid op grond van artikel 4:9 van de wetdient te worden vastgesteld ten behoeve van de behandeling van de aanvraag tot verlening van de vergunning. Dit tarief wordt door de AFM geheven.
5. Het bedrag, bedoeld in artikel 3, eerste lid, aanhef en de onderdelen h tot en met s en w, wordt vermeerderd met een bedrag van € 1.050 per persoon van wie de deskundigheid op grond van artikel 4:9 van de wetdient te worden vastgesteld ten behoeve van de behandeling van de aanvraag tot verlening van de vergunning. Dit tarief wordt door de AFM geheven.
6. Het bedrag, bedoeld in artikel 3, eerste lid, aanhef en de onderdelen c en e, worden vermeerderd met een bedrag van € 1.700 per persoon van wie de deskundigheid op grond van artikel 4:9 van de wetdient te worden vastgesteld ten behoeve van de behandeling van de aanvraag tot verlening van de vergunning. Dit tarief wordt door de AFM geheven.
7. Het bedrag, bedoeld in artikel 3, vierde lid, wordt vermeerderd met een bedrag van € 1.700 per persoon van wie de deskundigheid op grond van artikel 4:9 van de wet dient te worden vastgesteld te behoeve van de behandeling van de aanvraag tot verlening van een verklaring van ondertoezichtstelling.
8. Het bedrag, bedoeld in artikel 3, eerste lid, aanhef en onderdelen t tot en met v en y tot en met dd, wordt telkens vermeerderd met een bedrag van € 1.700 per persoon van wie de deskundigheid op grond van artikel 4:9 van de wetdient te worden vastgesteld ten behoeve van de behandeling van de aanvraag tot verlening van de vergunning. Dit tarief wordt door de AFM geheven.
9. Het bedrag, bedoeld in artikel 2, derde lid, van het besluit, wordt vastgesteld op:
a. € 1.050 per persoon van wie de betrouwbaarheid op grond van artikel 3:9 van de wet dient te worden vastgesteld. Dit tarief wordt door DNB geheven;
b. € 2.000 per persoon van wie de deskundigheid op grond van artikel 3:8 van de wet dient te worden vastgesteld. Dit tarief wordt door DNB geheven;
c. in afwijking van onderdeel b € 800 per persoon in geval van een elektronischgeldinstelling, betaaldienstverlener, natura-uitvaartverzekeraar of vrijgestelde onderlinge waarborgmaatschappij;
d. € 1.200 voor een toetsing van de betrouwbaarheid van een persoon als bedoeld in artikel 4:10 van de wet. Dit tarief wordt door de AFM geheven;
e. € 3.500 voor een toetsing van de deskundigheid van een persoon als bedoeld in artikel 4:9 van de wet die het dagelijks beleid bepaalt van een aanbieder van beleggingsobjecten als bedoeld in artikel 2:55, eerste lid, van de wet. Dit tarief wordt door de AFM geheven;
f. € 1.700 voor een toetsing van de deskundigheid van een persoon als bedoeld in artikel 4:9 van de wet die het dagelijks beleid bepaalt van een aanbieder van krediet als bedoeld in artikel 2:60, eerste lid, van de wet, van een beheerder of bewaarder als bedoeld in artikel 2:67, eerste lid, van de wet, van een beleggingsmaatschappij als bedoeld in artikel 2:68, eerste lid, van de wet of van een beheerder of beleggingsmaatschappij als bedoeld in artikel 2:69a, eerste lid, van de wet. Dit tarief wordt door de AFM geheven;
g. € 1.700 voor een toetsing van de deskundigheid van een persoon als bedoeld in artikel 4:9 van de wet die het dagelijks beleid bepaalt van een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 2:96 van de wet, voor zover het niet betreft een beleggingsonderneming die ingevolge artikel 11, vierde lid, van de Vrijstellingsregeling Wft, is vrijgesteld van artikel 2:99, eerste lid, onderdelen c, d en f tot en met j, van de wet. Dit tarief wordt door de AFM geheven;
h. € 1.050 voor een toetsing van de deskundigheid van een persoon als bedoeld in artikel 4:9 van de wet die het dagelijks beleid bepaalt van een financiële dienstverlener die geen aanbieder van beleggingsobjecten of aanbieder van krediet is. Dit tarief wordt door de AFM geheven;
i. € 1.050 voor een toetsing van de deskundigheid van een persoon als bedoeld in artikel 4:9 van de wet die het dagelijks beleid bepaalt van een beleggingsonderneming die ingevolge artikel 11, vierde lid, van de Vrijstellingsregeling Wft, is vrijgesteld van artikel 2:99, eerste lid, onderdelen c, d en f tot en met j, van de wet. Dit tarief wordt door de AFM geheven.