BWBR0029459
Geldig vanaf 2011-01-25
Artikel 2
Regeling vaststelling bedragen 2011 ex artikelen 2 en 3 Besluit bekostiging financieel toezicht
1. Het bedrag, bedoeld in artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van het besluitwordt vastgesteld op:
a. € 6.800 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van betaaldienstverlener als bedoeld in artikel 2:3a, eerste lid, van de wet;
b. € 1.800 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van betaaldienstverlener als bedoeld in artikel 2:3a, eerste lid, van de wet indien de aanvrager een rechtspersoon is als bedoeld in artikel VII, eerste lid, van de wet van 15 oktober 2009 tot wijziging van de Wet op het financieel toezicht, het Burgerlijk Wetboek en de Wet inzake geldtransactiekantoren en intrekking van de Wet op het grensoverschrijdend betalingsverkeer ter implementatie van richtlijn nr. 2007/64/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende betalingsdiensten in de interne markt en tot wijziging van de Richtlijnen 97/7/EG, 2002/65/EG, 2005/60/EG en 2006/48/EG, en tot intrekking van Richtlijn 97/5/EG (PbEU L 319) (Stb. 436);
c. € 44.300 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van clearinginstelling als bedoeld in artikel 2:4, eerste lid, van de wet;
d. € 44.300 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van clearinginstelling vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor als bedoeld in artikel 2:6, eerste lid, van de wet;
e. € 44.300 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van bank of elektronischgeldinstelling als bedoeld in artikel 2:11, eerste lid, van de wet waarop het bepaalde ten aanzien van de solvabiliteit, de bedrijfsvoering, bedoeld in artikel 3:269 van de wet, en de liquiditeit op basis van subconsolidatie of op individuele basis van toepassing is;
f. € 31.500 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van bank of elektronischgeldinstellng als bedoeld in artikel 2:11, eerste lid, van de wet, anders dan bedoeld onder e;
g. € 0 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van kredietinstelling vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor als bedoeld in artikel 2:16, eerste lid, van de wet;
h. € 44.300 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van bank of elektronischgeldinstelling vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor als bedoeld in artikel 2:20, eerste lid, van de wet waarop het bepaalde ten aanzien van de solvabiliteit, de bedrijfsvoering, bedoeld in artikel 3:269 van de wet, en de liquiditeit op basis van subconsolidatie of op individuele basis van toepassing is;
i. € 31.500 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van bank of elektronischgeldinstelling vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor als bedoeld in artikel 2:20, eerste lid, van de wet, anders dan bedoeld onder h;
j. € 26.000 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van herverzekeraar als bedoeld in artikel 2:26a, eerste lid, van de wet;
k. € 22.400 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van herverzekeraar vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor als bedoeld in artikel 2:26d, van de wet;
l. € 26.000 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van levensverzekeraar of schadeverzekeraar als bedoeld in artikel 2:27, eerste lid, van de wet;
m. € 0 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van levensverzekeraar of schadeverzekeraar vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor als bedoeld in artikel 2:36, eerste lid, van de wet;
n. € 22.400 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van levensverzekeraar of schadeverzekeraar vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor als bedoeld in artikel 2:40 van de wet;
o. € 1.800 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van natura-uitvaartverzekeraar als bedoeld in artikel 2:48, eerste lid, van de wet;
p. € 1.500 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van natura-uitvaartverzekeraar vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor als bedoeld in artikel 2:50, eerste lid, van de wet;
q. € 26.000 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van entiteit voor risico-acceptatie als bedoeld in artikel 2:54a, eerste lid, van de wet;
r. € 22.400 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van entiteit voor risico-acceptatie als bedoeld in artikel 2:54d, eerste lid, van de wet;
s. € 26.000 voor de behandelin van een aanvraag tot verlening van een vergunning voor het uitoefenen van het bedrijf van premiepensioeninstelling als bedoeld in artikel 2:54g, eerste lid, van de wet;
t. € 1.800 voor de behandeling van een aanvraag tot wijziging van een vergunning als bedoeld in onderdeel a;
u. € 9.600 voor de behandeling van een aanvraag tot wijziging van een vergunning als bedoeld in onderdeel j, k, l, n, q, r of s;
v. € 44.300 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, van de wet indien het bepaalde ten aanzien van de solvabiliteit, de bedrijfsvoering, bedoeld in artikel 3:269 van de wet, en de liquiditeit op basis van subconsolidatie of op individuele basis van toepassing is;
w. € 31.500 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, van de wet, anders dan bedoeld onder u.
2. Het bedrag, bedoeld in artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van het besluitwordt vastgesteld op:
a. € 3.600 voor de behandeling van de aanvraag tot verlening van een ontheffing als bedoeld in artikel 2:23, tweede lid, van de wet;
b. € 3.600 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een ontheffing als bedoeld in artikel 3:2, derde lid, van de wet;
c. € 3.600 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een ontheffing als bedoeld in artikel 3:5, vierde lid, van de wet;
d. € 3.600 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een ontheffing als bedoeld in artikel 3:6, vierde lid, van de wet;
e. € 3.600 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een ontheffing als bedoeld in artikel 3:7, vierde lid, van de wet.
3. Het bedrag, bedoeld in artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van het besluitwordt vastgesteld op:
a. € 5.000 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:95, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de wet, indien DNB voor de behandeling van de aanvraag niet meer dan 150 uur nodig heeft;
b. € 30.500 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:95, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de wet, indien DNB voor de behandeling van de aanvraag meer dan 150 uur nodig heeft;
c. € 1.600 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:95, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de wet;
d. € 1.600 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:95, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van de wet;
e. € 5.000 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:95, eerste lid, aanhef en onderdeel d, van de wet, indien DNB voor de behandeling van de aanvraag niet meer dan 150 uur nodig heeft;
f. € 30.500 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:95, eerste lid, aanhef en onderdeel d, van de wet, indien DNB voor de behandeling van de aanvraag meer dan 150 uur nodig heeft;
g. € 5.000 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:95, eerste lid, aanhef en onderdeel e, van de wet, indien DNB voor de behandeling van de aanvraag niet meer dan 150 uur nodig heeft;
h. € 30.500 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:95, eerste lid, aanhef en onderdeel e, van de wet, indien DNB voor de behandeling van de aanvraag meer dan 150 uur nodig heeft;
i. € 5.000 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:96, eerste lid, van de wet, indien DNB voor de behandeling van de aanvraag niet meer dan 150 uur nodig heeft;
j. € 30.500 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:96, eerste lid, van de wet, indien DNB voor de behandeling van de aanvraag meer dan 150 uur nodig heeft;
k. € 5.000 voor de behandeling van een aanvraag tot het doen van een mededeling als bedoeld in artikel 3:108, vierde lid, van de wet, indien DNB voor de behandeling van de aanvraag niet meer dan 150 uur nodig heeft;
l. € 30.500 voor de behandeling van een aanvraag tot het doen van een mededeling als bedoeld in artikel 3:108, vierde lid, van de wet, indien DNB voor de behandeling van de aanvraag meer dan 150 uur nodig heeft.
4. Het bedrag, bedoeld in artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel d, van het besluit, voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een verklaring van ondertoezichtstelling als bedoeld in artikel 3:110, eerste lid, van de wetwordt vastgesteld op € 44.300.
5. Het bedrag, bedoeld in artikel 2, vierde lid van het besluitwordt vastgesteld op:
a. € 5.000 voor de advisering van de Minister van Financiën bij de aanvraag tot verlening van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:97 van de wet, indien DNB voor de behandeling van de aanvraag minder dan 150 uur nodig heeft.
b. € 30.500 voor de advisering van de Minister van Financiën bij de aanvraag tot verlening van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:97 van de wet, indien DNB voor de behandeling van de aanvraag meer dan 150 uur nodig heeft.
a. € 6.800 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van betaaldienstverlener als bedoeld in artikel 2:3a, eerste lid, van de wet;
b. € 1.800 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van betaaldienstverlener als bedoeld in artikel 2:3a, eerste lid, van de wet indien de aanvrager een rechtspersoon is als bedoeld in artikel VII, eerste lid, van de wet van 15 oktober 2009 tot wijziging van de Wet op het financieel toezicht, het Burgerlijk Wetboek en de Wet inzake geldtransactiekantoren en intrekking van de Wet op het grensoverschrijdend betalingsverkeer ter implementatie van richtlijn nr. 2007/64/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende betalingsdiensten in de interne markt en tot wijziging van de Richtlijnen 97/7/EG, 2002/65/EG, 2005/60/EG en 2006/48/EG, en tot intrekking van Richtlijn 97/5/EG (PbEU L 319) (Stb. 436);
c. € 44.300 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van clearinginstelling als bedoeld in artikel 2:4, eerste lid, van de wet;
d. € 44.300 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van clearinginstelling vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor als bedoeld in artikel 2:6, eerste lid, van de wet;
e. € 44.300 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van bank of elektronischgeldinstelling als bedoeld in artikel 2:11, eerste lid, van de wet waarop het bepaalde ten aanzien van de solvabiliteit, de bedrijfsvoering, bedoeld in artikel 3:269 van de wet, en de liquiditeit op basis van subconsolidatie of op individuele basis van toepassing is;
f. € 31.500 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van bank of elektronischgeldinstellng als bedoeld in artikel 2:11, eerste lid, van de wet, anders dan bedoeld onder e;
g. € 0 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van kredietinstelling vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor als bedoeld in artikel 2:16, eerste lid, van de wet;
h. € 44.300 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van bank of elektronischgeldinstelling vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor als bedoeld in artikel 2:20, eerste lid, van de wet waarop het bepaalde ten aanzien van de solvabiliteit, de bedrijfsvoering, bedoeld in artikel 3:269 van de wet, en de liquiditeit op basis van subconsolidatie of op individuele basis van toepassing is;
i. € 31.500 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van bank of elektronischgeldinstelling vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor als bedoeld in artikel 2:20, eerste lid, van de wet, anders dan bedoeld onder h;
j. € 26.000 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van herverzekeraar als bedoeld in artikel 2:26a, eerste lid, van de wet;
k. € 22.400 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van herverzekeraar vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor als bedoeld in artikel 2:26d, van de wet;
l. € 26.000 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van levensverzekeraar of schadeverzekeraar als bedoeld in artikel 2:27, eerste lid, van de wet;
m. € 0 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van levensverzekeraar of schadeverzekeraar vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor als bedoeld in artikel 2:36, eerste lid, van de wet;
n. € 22.400 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van levensverzekeraar of schadeverzekeraar vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor als bedoeld in artikel 2:40 van de wet;
o. € 1.800 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van natura-uitvaartverzekeraar als bedoeld in artikel 2:48, eerste lid, van de wet;
p. € 1.500 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van natura-uitvaartverzekeraar vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor als bedoeld in artikel 2:50, eerste lid, van de wet;
q. € 26.000 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van entiteit voor risico-acceptatie als bedoeld in artikel 2:54a, eerste lid, van de wet;
r. € 22.400 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van entiteit voor risico-acceptatie als bedoeld in artikel 2:54d, eerste lid, van de wet;
s. € 26.000 voor de behandelin van een aanvraag tot verlening van een vergunning voor het uitoefenen van het bedrijf van premiepensioeninstelling als bedoeld in artikel 2:54g, eerste lid, van de wet;
t. € 1.800 voor de behandeling van een aanvraag tot wijziging van een vergunning als bedoeld in onderdeel a;
u. € 9.600 voor de behandeling van een aanvraag tot wijziging van een vergunning als bedoeld in onderdeel j, k, l, n, q, r of s;
v. € 44.300 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, van de wet indien het bepaalde ten aanzien van de solvabiliteit, de bedrijfsvoering, bedoeld in artikel 3:269 van de wet, en de liquiditeit op basis van subconsolidatie of op individuele basis van toepassing is;
w. € 31.500 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, van de wet, anders dan bedoeld onder u.
2. Het bedrag, bedoeld in artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van het besluitwordt vastgesteld op:
a. € 3.600 voor de behandeling van de aanvraag tot verlening van een ontheffing als bedoeld in artikel 2:23, tweede lid, van de wet;
b. € 3.600 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een ontheffing als bedoeld in artikel 3:2, derde lid, van de wet;
c. € 3.600 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een ontheffing als bedoeld in artikel 3:5, vierde lid, van de wet;
d. € 3.600 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een ontheffing als bedoeld in artikel 3:6, vierde lid, van de wet;
e. € 3.600 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een ontheffing als bedoeld in artikel 3:7, vierde lid, van de wet.
3. Het bedrag, bedoeld in artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van het besluitwordt vastgesteld op:
a. € 5.000 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:95, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de wet, indien DNB voor de behandeling van de aanvraag niet meer dan 150 uur nodig heeft;
b. € 30.500 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:95, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de wet, indien DNB voor de behandeling van de aanvraag meer dan 150 uur nodig heeft;
c. € 1.600 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:95, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de wet;
d. € 1.600 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:95, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van de wet;
e. € 5.000 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:95, eerste lid, aanhef en onderdeel d, van de wet, indien DNB voor de behandeling van de aanvraag niet meer dan 150 uur nodig heeft;
f. € 30.500 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:95, eerste lid, aanhef en onderdeel d, van de wet, indien DNB voor de behandeling van de aanvraag meer dan 150 uur nodig heeft;
g. € 5.000 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:95, eerste lid, aanhef en onderdeel e, van de wet, indien DNB voor de behandeling van de aanvraag niet meer dan 150 uur nodig heeft;
h. € 30.500 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:95, eerste lid, aanhef en onderdeel e, van de wet, indien DNB voor de behandeling van de aanvraag meer dan 150 uur nodig heeft;
i. € 5.000 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:96, eerste lid, van de wet, indien DNB voor de behandeling van de aanvraag niet meer dan 150 uur nodig heeft;
j. € 30.500 voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:96, eerste lid, van de wet, indien DNB voor de behandeling van de aanvraag meer dan 150 uur nodig heeft;
k. € 5.000 voor de behandeling van een aanvraag tot het doen van een mededeling als bedoeld in artikel 3:108, vierde lid, van de wet, indien DNB voor de behandeling van de aanvraag niet meer dan 150 uur nodig heeft;
l. € 30.500 voor de behandeling van een aanvraag tot het doen van een mededeling als bedoeld in artikel 3:108, vierde lid, van de wet, indien DNB voor de behandeling van de aanvraag meer dan 150 uur nodig heeft.
4. Het bedrag, bedoeld in artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel d, van het besluit, voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een verklaring van ondertoezichtstelling als bedoeld in artikel 3:110, eerste lid, van de wetwordt vastgesteld op € 44.300.
5. Het bedrag, bedoeld in artikel 2, vierde lid van het besluitwordt vastgesteld op:
a. € 5.000 voor de advisering van de Minister van Financiën bij de aanvraag tot verlening van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:97 van de wet, indien DNB voor de behandeling van de aanvraag minder dan 150 uur nodig heeft.
b. € 30.500 voor de advisering van de Minister van Financiën bij de aanvraag tot verlening van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:97 van de wet, indien DNB voor de behandeling van de aanvraag meer dan 150 uur nodig heeft.