BWBR0029459
Geldig vanaf 2011-01-25
Artikel 5
Regeling vaststelling bedragen 2011 ex artikelen 2 en 3 Besluit bekostiging financieel toezicht
Het bedrag, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het besluit, wordt vastgesteld op:
a. € 550 voor een inschrijving door de AFM als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 2°, van de wet van een beleggingsonderneming waarop een vrijstelling van toepassing is.
b. € 0 voor een inschrijving door DNB als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 2°, van de wet van een clearinginstelling waarop een vrijstelling van toepassing;
c. € 0 voor een inschrijving door DNB als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 2°, van de wet van een kredietinstelling waarop een vrijstelling van toepassing is;
d. € 0 voor een inschrijving door DNB als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 2°, van de wet van een verzekeraar, niet zijnde een onderlinge waarborgmaatschappij, waarop een vrijstelling van toepassing is;
e. € 0 voor een inschrijving door DNB als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 2°, van de wet van een entiteit voor risico-acceptatie waarop een vrijstelling van toepassing is;
f. € 0 voor een inschrijving door DNB als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 2°, van de wet van een beleggingsinstelling, beleggingsonderneming of beheerder waarop een vrijstelling van toepassing is;
g. € 1.800 voor de inschrijving door DNB als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 2°, van de wet van een onderlinge waarborgmaatschappij die een verklaring als bedoeld in artikel 3 of 4 van het Besluit Reikwijdtebepalingen Wft heeft aangevraagd;
h. € 0 voor een inschrijving door DNB als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 2°, van de wet van een betaaldienstverlener waarop een vrijstelling van toepassing is;
i. € 800 voor een inschrijving door de AFM als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 3°, van de wet, van een buitenlandse instelling voor collectieve belegging in effecten;
j. € 400 voor een inschrijving door de AFM als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 3°, van de wet, van een buitenlandse beleggingsonderneming die beleggingsdiensten verleent vanuit een bijkantoor in Nederland;
k. € 275 voor een inschrijving door de AFM als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 3°, van de wet, van een buitenlandse beleggingsonderneming zonder bijkantoor in Nederland;
l. € 900 voor een inschrijving door de AFM als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 3°, van de wet, van een buitenlandse beleggingsinstelling uit een aangewezen staat;
m. € 275 voor een inschrijving door de AFM als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 3°, van de wet, van een buitenlandse bemiddelaar in verzekeringen;
n. € 175 voor een inschrijving door de AFM als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 6°, van de wet van een bij een aanbieder van krediet aangesloten onderneming;
o. € 175 voor een inschrijving door de AFM als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 6°, van de wet van een bij een adviseur of bemiddelaar aangesloten onderneming;
p. € 3.500 voor een inschrijving door de AFM als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 6°, van de wet bij een gelijktijdige digitale aanmelding door een aanbieder van krediet van 20 of meer bij hem aangesloten ondernemingen;
q. € 3.500 voor een inschrijving door de AFM als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 6°, van de wet bij een gelijktijdige digitale aanmelding door een adviseur of bemiddelaar van 20 of meer bij hem aangesloten ondernemingen;
r. € 175 voor een inschrijving door de AFM als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 6°, van de wet van een bij een aanbieder van beleggingsobjecten aangesloten onderneming;
s. € 175 voor een inschrijving door de AFM als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 6° van de wet van een bij een beleggingsonderneming aangesloten onderneming;
t. € 1.750 voor een inschrijving door de AFM als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 8° of 9°, van de wet;
u. € 175 voor de inschrijving door de AFM als bedoeld in artikel 1:107, onderdeel a, onder 12°, van de wet van aan een beleggingsonderneming verbonden agent;
v. € 0 voor een inschrijving door DNB als bedoeld in artikel 1:107, derde lid, aanhef en onderdeel j, van de wet van betaaldienstagenten en de bijkantoren van een betaalinstelling.
a. € 550 voor een inschrijving door de AFM als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 2°, van de wet van een beleggingsonderneming waarop een vrijstelling van toepassing is.
b. € 0 voor een inschrijving door DNB als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 2°, van de wet van een clearinginstelling waarop een vrijstelling van toepassing;
c. € 0 voor een inschrijving door DNB als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 2°, van de wet van een kredietinstelling waarop een vrijstelling van toepassing is;
d. € 0 voor een inschrijving door DNB als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 2°, van de wet van een verzekeraar, niet zijnde een onderlinge waarborgmaatschappij, waarop een vrijstelling van toepassing is;
e. € 0 voor een inschrijving door DNB als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 2°, van de wet van een entiteit voor risico-acceptatie waarop een vrijstelling van toepassing is;
f. € 0 voor een inschrijving door DNB als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 2°, van de wet van een beleggingsinstelling, beleggingsonderneming of beheerder waarop een vrijstelling van toepassing is;
g. € 1.800 voor de inschrijving door DNB als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 2°, van de wet van een onderlinge waarborgmaatschappij die een verklaring als bedoeld in artikel 3 of 4 van het Besluit Reikwijdtebepalingen Wft heeft aangevraagd;
h. € 0 voor een inschrijving door DNB als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 2°, van de wet van een betaaldienstverlener waarop een vrijstelling van toepassing is;
i. € 800 voor een inschrijving door de AFM als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 3°, van de wet, van een buitenlandse instelling voor collectieve belegging in effecten;
j. € 400 voor een inschrijving door de AFM als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 3°, van de wet, van een buitenlandse beleggingsonderneming die beleggingsdiensten verleent vanuit een bijkantoor in Nederland;
k. € 275 voor een inschrijving door de AFM als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 3°, van de wet, van een buitenlandse beleggingsonderneming zonder bijkantoor in Nederland;
l. € 900 voor een inschrijving door de AFM als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 3°, van de wet, van een buitenlandse beleggingsinstelling uit een aangewezen staat;
m. € 275 voor een inschrijving door de AFM als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 3°, van de wet, van een buitenlandse bemiddelaar in verzekeringen;
n. € 175 voor een inschrijving door de AFM als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 6°, van de wet van een bij een aanbieder van krediet aangesloten onderneming;
o. € 175 voor een inschrijving door de AFM als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 6°, van de wet van een bij een adviseur of bemiddelaar aangesloten onderneming;
p. € 3.500 voor een inschrijving door de AFM als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 6°, van de wet bij een gelijktijdige digitale aanmelding door een aanbieder van krediet van 20 of meer bij hem aangesloten ondernemingen;
q. € 3.500 voor een inschrijving door de AFM als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 6°, van de wet bij een gelijktijdige digitale aanmelding door een adviseur of bemiddelaar van 20 of meer bij hem aangesloten ondernemingen;
r. € 175 voor een inschrijving door de AFM als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 6°, van de wet van een bij een aanbieder van beleggingsobjecten aangesloten onderneming;
s. € 175 voor een inschrijving door de AFM als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 6° van de wet van een bij een beleggingsonderneming aangesloten onderneming;
t. € 1.750 voor een inschrijving door de AFM als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 8° of 9°, van de wet;
u. € 175 voor de inschrijving door de AFM als bedoeld in artikel 1:107, onderdeel a, onder 12°, van de wet van aan een beleggingsonderneming verbonden agent;
v. € 0 voor een inschrijving door DNB als bedoeld in artikel 1:107, derde lid, aanhef en onderdeel j, van de wet van betaaldienstagenten en de bijkantoren van een betaalinstelling.