BWBR0020411
Geldig vanaf 2007-01-01
Artikel 2
Besluit bekostiging financieel toezicht
1. De toezichthouder brengt eenmalig een bedrag in rekening aan een aanvrager of een verzoeker ter vergoeding van kosten van de behandeling van een aanvraag of verzoek om verlening of wijziging van:
a. een vergunning als bedoeld in artikel 2:3a, eerste lid, 2:4, eerste lid, 2:6, eerste lid, 2:10b, eerste lid, 2:11, eerste lid, 2:16, eerste lid, 2:20, 2:26a, eerste lid, 2:26d, eerste lid, 2:27, eerste lid, 2:36, eerste lid, 2:40, eerste lid, 2:48, eerste lid, 2:50, eerste lid, 2:54a, eerste lid, 2:54d, eerste lid, 2:54g, eerste lid, 2:55, eerste lid, 2:60, eerste lid, 2:65, eerste en tweede lid, 2:75, eerste lid, 2:80, eerste lid, 2:86, eerste lid, 2:92, eerste lid, 2:96, 3:4, eerste lid, of 5:26, eerste lid, van de wet;
b. een ontheffing als bedoeld in artikel 2:55, tweede lid, 2:60, tweede lid, 2:65, derde lid, 2:75, tweede lid, 2:80, tweede of derde lid, 2:86, tweede lid, 2:92, tweede lid, 2:96, tweede lid, 3:5, vierde lid, 3:6, vierde lid, 3:7, vierde lid, 4:3, vierde lid, of 5:26, derde lid, van de wet;
c. een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:95, artikel 3:96, of artikel 5:32d, eerste lid, van de wet of een mededeling als bedoeld in artikel 3:108, vierde lid, van de wet;
d. een verklaring van ondertoezichtstelling als bedoeld in artikel 2:69a, eerste lid, of 3:110, eerste lid, van de wet;
e. een goedkeuring als bedoeld in artikel 5:2 van de wet;
f. een goedkeuring als bedoeld in artikel 5:23, tweede lid, van de wet;
g. vervallen;
h. een goedkeuring van een biedingsbericht als bedoeld in artikel 5:77, eerste lid.
2. Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt vermeerderd met een bedrag ter vergoeding van kosten van een toetsing van de deskundigheid of betrouwbaarheid van een beleidsbepaler, medebeleidsbepaler, houder van een gekwalificeerde deelneming, of persoon als bedoeld in artikel 3:9, eerste lid, tweede volzin, of persoon als bedoeld in artikel 4:9, eerste lid, van de wet, of persoon als bedoeld in artikel 4:10, eerste lid, tweede volzin, van de wet, voor zover deze kosten niet reeds op grond van het eerste lid in rekening worden gebracht.
3. De toezichthouder brengt eenmalig een bedrag in rekening aan een aanvrager of een verzoeker ter vergoeding van kosten van een toetsing van de deskundigheid of betrouwbaarheid van een beleidsbepaler, medebeleidsbepaler, houder van een gekwalificeerde deelneming, of persoon als bedoeld in artikel 3:9, eerste lid, tweede volzin, of persoon als bedoeld in artikel 4:9, eerste lid, van de wet, of persoon als bedoeld in artikel 4:10, eerste lid, tweede volzin van de wet, welke toetsing wordt verricht naar aanleiding van een melding van een ingevolge artikel 3:29of 4:26 van de wetvoorgeschreven kennisgeving of melding.
4. De toezichthouder brengt de kosten die hij maakt ter advisering van Onze Minister ten behoeve van de behandeling van een aanvraag van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:97 van de wetof een vergunning als bedoeld in artikel 5:27 van de wet, in rekening bij de aanvrager.
a. een vergunning als bedoeld in artikel 2:3a, eerste lid, 2:4, eerste lid, 2:6, eerste lid, 2:10b, eerste lid, 2:11, eerste lid, 2:16, eerste lid, 2:20, 2:26a, eerste lid, 2:26d, eerste lid, 2:27, eerste lid, 2:36, eerste lid, 2:40, eerste lid, 2:48, eerste lid, 2:50, eerste lid, 2:54a, eerste lid, 2:54d, eerste lid, 2:54g, eerste lid, 2:55, eerste lid, 2:60, eerste lid, 2:65, eerste en tweede lid, 2:75, eerste lid, 2:80, eerste lid, 2:86, eerste lid, 2:92, eerste lid, 2:96, 3:4, eerste lid, of 5:26, eerste lid, van de wet;
b. een ontheffing als bedoeld in artikel 2:55, tweede lid, 2:60, tweede lid, 2:65, derde lid, 2:75, tweede lid, 2:80, tweede of derde lid, 2:86, tweede lid, 2:92, tweede lid, 2:96, tweede lid, 3:5, vierde lid, 3:6, vierde lid, 3:7, vierde lid, 4:3, vierde lid, of 5:26, derde lid, van de wet;
c. een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:95, artikel 3:96, of artikel 5:32d, eerste lid, van de wet of een mededeling als bedoeld in artikel 3:108, vierde lid, van de wet;
d. een verklaring van ondertoezichtstelling als bedoeld in artikel 2:69a, eerste lid, of 3:110, eerste lid, van de wet;
e. een goedkeuring als bedoeld in artikel 5:2 van de wet;
f. een goedkeuring als bedoeld in artikel 5:23, tweede lid, van de wet;
g. vervallen;
h. een goedkeuring van een biedingsbericht als bedoeld in artikel 5:77, eerste lid.
2. Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt vermeerderd met een bedrag ter vergoeding van kosten van een toetsing van de deskundigheid of betrouwbaarheid van een beleidsbepaler, medebeleidsbepaler, houder van een gekwalificeerde deelneming, of persoon als bedoeld in artikel 3:9, eerste lid, tweede volzin, of persoon als bedoeld in artikel 4:9, eerste lid, van de wet, of persoon als bedoeld in artikel 4:10, eerste lid, tweede volzin, van de wet, voor zover deze kosten niet reeds op grond van het eerste lid in rekening worden gebracht.
3. De toezichthouder brengt eenmalig een bedrag in rekening aan een aanvrager of een verzoeker ter vergoeding van kosten van een toetsing van de deskundigheid of betrouwbaarheid van een beleidsbepaler, medebeleidsbepaler, houder van een gekwalificeerde deelneming, of persoon als bedoeld in artikel 3:9, eerste lid, tweede volzin, of persoon als bedoeld in artikel 4:9, eerste lid, van de wet, of persoon als bedoeld in artikel 4:10, eerste lid, tweede volzin van de wet, welke toetsing wordt verricht naar aanleiding van een melding van een ingevolge artikel 3:29of 4:26 van de wetvoorgeschreven kennisgeving of melding.
4. De toezichthouder brengt de kosten die hij maakt ter advisering van Onze Minister ten behoeve van de behandeling van een aanvraag van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:97 van de wetof een vergunning als bedoeld in artikel 5:27 van de wet, in rekening bij de aanvrager.