BWBR0029333
Geldig vanaf 2012-03-27
Artikel 6
Interimbesluit forensische zorg
1. De zorgtoeleiding van forensische patiënten naar een zorgaanbieder forensische zorg geschiedt op grond van een daartoe strekkende beslissing die bij of krachtens de <a href="/wet/BWBR0009709" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Penitentiaire beginselenwet</a>of de <a href="/wet/BWBR0008765" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden</a>is genomen. Indien de forensische patiënt geen gedetineerde, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0009709/artikel/1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1, onder e, van de Penitentiaire beginselenwet</a>of geen ter beschikking gestelde of verpleegde, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0008765/artikel/1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1, onder i en j, van de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden</a>is, geschiedt de zorgtoeleiding naar een zorgaanbieder forensische zorg door of vanwege Onze Minister.
2. Onze Minister informeert de zorgaanbieder forensische zorg schriftelijk en onverwijld over de beslissing, bedoeld in het eerste lid. Onze Minister verstrekt daarbij aan de zorgaanbieder, ten behoeve van de zorgtoeleiding en zorgverlening aan de forensische patiënt, de volgende gegevens: de strafrechtelijke titel, de duur daarvan, de eventuele gestelde voorwaarden die betrekking hebben op de forensische zorg, het indicatiestellingsadvies en de wijze waarop het toezicht op de tenuitvoerlegging wordt vormgegeven. Onze Minister verstrekt daarbij aan de zorgaanbieder ten behoeve van de declaratie en de betaling van de forensische zorg voorts het strafrechtsketennummer van de forensische patiënt of bij het ontbreken hiervan zijn VIP-nummer.
3. Onze Minister kan bij ministeriële regeling regels stellen over de zorgtoeleiding als bedoeld in het eerste lid, tweede volzin, over degenen die namens Onze Minister bevoegd zijn tot zorgtoeleiding en over het verstrekken van persoonsgegevens, bedoeld in het tweede lid.
2. Onze Minister informeert de zorgaanbieder forensische zorg schriftelijk en onverwijld over de beslissing, bedoeld in het eerste lid. Onze Minister verstrekt daarbij aan de zorgaanbieder, ten behoeve van de zorgtoeleiding en zorgverlening aan de forensische patiënt, de volgende gegevens: de strafrechtelijke titel, de duur daarvan, de eventuele gestelde voorwaarden die betrekking hebben op de forensische zorg, het indicatiestellingsadvies en de wijze waarop het toezicht op de tenuitvoerlegging wordt vormgegeven. Onze Minister verstrekt daarbij aan de zorgaanbieder ten behoeve van de declaratie en de betaling van de forensische zorg voorts het strafrechtsketennummer van de forensische patiënt of bij het ontbreken hiervan zijn VIP-nummer.
3. Onze Minister kan bij ministeriële regeling regels stellen over de zorgtoeleiding als bedoeld in het eerste lid, tweede volzin, over degenen die namens Onze Minister bevoegd zijn tot zorgtoeleiding en over het verstrekken van persoonsgegevens, bedoeld in het tweede lid.