BWBR0029333
Geldig vanaf 2012-03-27
Artikel 1
Interimbesluit forensische zorg
1. In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. wet: de Wet langdurige zorg;
b. Onze Minister: de Minister van Veiligheid en Justitie;
c. Onze Ministers: de Minister van Veiligheid en Justitie en de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
d. forensische zorg: zorg als bedoeld in artikel 2;
e. strafrechtelijke titel: een uitspraak van de rechter of een beslissing van de officier van justitie, rechter-commissaris, advocaat-generaal, dan wel van Onze Minister, gedaan in het kader van een strafzaak, op grond waarvan het verlenen van forensische zorg noodzakelijk is;
f. forensische patiënt: een verzekerde als bedoeld in de wet, voor wie forensische zorg noodzakelijk is op basis van een strafrechtelijke titel;
g. sepot: een beslissing van het openbaar ministerie tot het afzien van verdere vervolging, als bedoeld in artikel 167, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering;
h. indicatiestellingsadvies: een met redenen omklede aanduiding van de forensische zorgbehoefte en het noodzakelijke beveiligingsniveau, als bedoeld in artikel 5, tweede lid;
i. zorginstelling forensische zorg: een instelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder f van de Wet toelating zorginstellingen, een justitiële inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden of een penitentiaire inrichting waar geestelijke gezondheidszorg wordt verleend;
j. zorgaanbieder forensische zorg: een rechtspersoon die een zorginstelling forensische zorg in stand houdt of een natuurlijke persoon die forensische zorg verleent, dan wel de natuurlijke personen of rechtspersonen, die gezamenlijk een zorginstelling forensische zorg vormen, en die krachtens een overeenkomst forensische zorg verlenen.
2. <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/1:6" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Artikel 1:6, onder a, van de Algemene wet bestuursrecht</a>is van toepassing op forensische zorg.
a. wet: de Wet langdurige zorg;
b. Onze Minister: de Minister van Veiligheid en Justitie;
c. Onze Ministers: de Minister van Veiligheid en Justitie en de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
d. forensische zorg: zorg als bedoeld in artikel 2;
e. strafrechtelijke titel: een uitspraak van de rechter of een beslissing van de officier van justitie, rechter-commissaris, advocaat-generaal, dan wel van Onze Minister, gedaan in het kader van een strafzaak, op grond waarvan het verlenen van forensische zorg noodzakelijk is;
f. forensische patiënt: een verzekerde als bedoeld in de wet, voor wie forensische zorg noodzakelijk is op basis van een strafrechtelijke titel;
g. sepot: een beslissing van het openbaar ministerie tot het afzien van verdere vervolging, als bedoeld in artikel 167, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering;
h. indicatiestellingsadvies: een met redenen omklede aanduiding van de forensische zorgbehoefte en het noodzakelijke beveiligingsniveau, als bedoeld in artikel 5, tweede lid;
i. zorginstelling forensische zorg: een instelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder f van de Wet toelating zorginstellingen, een justitiële inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden of een penitentiaire inrichting waar geestelijke gezondheidszorg wordt verleend;
j. zorgaanbieder forensische zorg: een rechtspersoon die een zorginstelling forensische zorg in stand houdt of een natuurlijke persoon die forensische zorg verleent, dan wel de natuurlijke personen of rechtspersonen, die gezamenlijk een zorginstelling forensische zorg vormen, en die krachtens een overeenkomst forensische zorg verlenen.
2. <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/1:6" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Artikel 1:6, onder a, van de Algemene wet bestuursrecht</a>is van toepassing op forensische zorg.