BWBR0029333
Geldig vanaf 2012-03-27
Artikel 3
Interimbesluit forensische zorg
1. Tenzij bij of krachtens dit besluit anders is bepaald, is het bij en krachtens de <a href="/wet/BWBR0035917/artikel/3.1.1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 3.1.1</a>, <a href="/wet/BWBR0035917/artikel/3.2.5" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">3.2.5</a>of <a href="/wet/BWBR0035917/artikel/11.1.4" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">11.1.4 van de wet</a>bepaalde ter zake van aard, inhoud en omvang van zorg, de daarbij gestelde voorwaarden en de bijdrage van de verzekerde in de kosten daarvan, van toepassing op forensische zorg, voor zover die zorg wordt verleend aan een forensische patiënt in verband met zijn psychogeriatrische of psychiatrische aandoening of beperking, verslaving daaronder begrepen, dan wel een verstandelijke handicap en uit een strafrechtelijke titel blijkt dat die patiënt aangewezen is op forensische zorg.
2. Tenzij bij of krachtens dit besluit anders is bepaald, is het krachtens <a href="/wet/BWBR0018450/artikel/11" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 11, derde en vierde lid, van de Zorgverzekeringswet</a>bepaalde ter zake van inhoud en omvang van prestaties, alsmede hetgeen is bepaald ten aanzien van de kosten die voor rekening van de verzekerde komen, waar mogelijk van overeenkomstige toepassing op prestaties die als forensische zorg worden geleverd, indien het betreft zorg die wordt verleend aan een forensische patiënt in verband met zijn psychogeriatrische of psychiatrische aandoening of beperking, verslaving daaronder begrepen, dan wel een verstandelijke handicap en uit een strafrechtelijke titel blijkt dat een forensische patiënt is aangewezen op forensische zorg, met dien verstande dat voor verzekerde wordt gelezen: forensische patiënt.
3. Indien de strafrechtelijke titel noodzaakt tot zorg in een zorgtraject dat reeds voor de strafrechtelijke vervolging op grond van een zorgverzekering als bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0018450" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Zorgverzekeringswet</a>of op grond van de wet in gang is gezet, komt voor vergoeding als forensische zorg in aanmerking het meerdere waartoe de strafrechtelijke titel noodzaakt, tenzij <a href="/wet/BWBR0018450/artikel/24" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 24 van de Zorgverzekeringswet</a>van toepassing is. Indien het zorgtraject dat voor de strafrechtelijke vervolging is aangevangen uitsluitend betrekking heeft op ambulante zorg die op grond van een zorgverzekering als bedoeld in de Zorgverzekeringswet in gang is gezet, komt de zorg waartoe de strafrechtelijke titel noodzaakt, geheel voor vergoeding als forensische zorg in aanmerking.
4. Onze Ministers kunnen bij ministeriële regeling nadere en zonodig afwijkende regels stellen over de toepassing van dit artikel, dan wel, in aanvulling op of in afwijking van artikel 2andere vormen van zorg aanmerken als forensische zorg, dan wel nadere regels stellen over de aard, inhoud en omvang van forensische zorg en de daaraan te stellen voorwaarden.
2. Tenzij bij of krachtens dit besluit anders is bepaald, is het krachtens <a href="/wet/BWBR0018450/artikel/11" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 11, derde en vierde lid, van de Zorgverzekeringswet</a>bepaalde ter zake van inhoud en omvang van prestaties, alsmede hetgeen is bepaald ten aanzien van de kosten die voor rekening van de verzekerde komen, waar mogelijk van overeenkomstige toepassing op prestaties die als forensische zorg worden geleverd, indien het betreft zorg die wordt verleend aan een forensische patiënt in verband met zijn psychogeriatrische of psychiatrische aandoening of beperking, verslaving daaronder begrepen, dan wel een verstandelijke handicap en uit een strafrechtelijke titel blijkt dat een forensische patiënt is aangewezen op forensische zorg, met dien verstande dat voor verzekerde wordt gelezen: forensische patiënt.
3. Indien de strafrechtelijke titel noodzaakt tot zorg in een zorgtraject dat reeds voor de strafrechtelijke vervolging op grond van een zorgverzekering als bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0018450" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Zorgverzekeringswet</a>of op grond van de wet in gang is gezet, komt voor vergoeding als forensische zorg in aanmerking het meerdere waartoe de strafrechtelijke titel noodzaakt, tenzij <a href="/wet/BWBR0018450/artikel/24" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 24 van de Zorgverzekeringswet</a>van toepassing is. Indien het zorgtraject dat voor de strafrechtelijke vervolging is aangevangen uitsluitend betrekking heeft op ambulante zorg die op grond van een zorgverzekering als bedoeld in de Zorgverzekeringswet in gang is gezet, komt de zorg waartoe de strafrechtelijke titel noodzaakt, geheel voor vergoeding als forensische zorg in aanmerking.
4. Onze Ministers kunnen bij ministeriële regeling nadere en zonodig afwijkende regels stellen over de toepassing van dit artikel, dan wel, in aanvulling op of in afwijking van artikel 2andere vormen van zorg aanmerken als forensische zorg, dan wel nadere regels stellen over de aard, inhoud en omvang van forensische zorg en de daaraan te stellen voorwaarden.